Voorburg Gallery

Explanation of the street names (Dutch language)

Home

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

A

Top

Aart van der Leeuwkade

Abraham Douglaslaan

Adema van Scheltemastraat

Agrippinastraat

Alberdingk Thijmkade

Prins Albertlaan

Albertus de Oudelaan

Albert Verweijstraat

Allard Piersonkade

Van Alphenstraat

An Vellekoophof

Appelgaarde

Van Arembergelaan

Arentsburghlaan

Azuurhof

 

 

Aart van der Leeuwkade

Noord-nieuw (1951)

 

Aart van der Leeuw (Hof van Delft 1876-Voorburg 1931). Van der Leeuw was een letterkundige en behoorde tot de stroming van de neoromantiek. Hij leefde in een droomwereld, een 'lieflijke pastorale', een wereld die nogal schril afstak met die waarin hij gedoemd was te leven: een nare schooltijd en een -te- beschermd leventje in het ouderlijk huis, een weinig prettige studententijd door financiële moeilijkheden. Na het behalen van zijn meestertitel aan de universiteit van Amsterdam in 1902 vervulde Van der Leeuw een aantal kantoorbaantjes, onder meer als volontair bij het gemeentearchief van Delft en bij een levensverzekeringmaatschappij. In 1903 kon hij met zijn schaarse verdiensten huwen met zijn jeugdvriendin Antonia Johanna Kipp, die later zijn schutsengel zou worden. Op 30-jarige leeftijd, in 1907 moest hij op medisch advies ontslag nemen en kon hij, dankzij een nagelaten kapitaaltje van zijn kort daarop overleden schoonouders, gaan wonen aan het Westeinde 142 te Voorburg op de eerste etage. In 1921 verhuisde hij met zijn echtgenote, die Toos werd genoemd, naar nummer 140, waar hij tot aan zijn dood in 1931 bleef wonen. In 1914 schreef Aart van der Leeuw 'Kinderland' waarin hij een groot deel van zijn eigen jeugd verwerkte. In 1923 schreef hij 'De gezegenden', een verzameling van zijn beste vertellingen. Het meest bekend is echter 'Ik en mijn speelman' (1927), een romantisch verhaal spelend in een fantasie rococo-Frankrijk. Één jaar voor zijn dood, in 1931, schreef hij nog 'De kleine Rudolf, een boek dat vele herdrukken heeft beleefd.
Aart van der Leeuw bracht een groot deel van zijn schrijversleven in nagenoeg volstrekte doofheid door. In het huis aan het huidige Westeinde 140 te Voorburg is in de gevel een gedenkplaat aangebracht.
Het noordelijke gedeelte van deze kade heette tot 1951 Bosboom-Toussaintkade en het zuidelijke gedeelte Oltmanskade.

 

Abraham Douglaslaan

't Loo (1960)

 

Abraham Douglas, afkomstig uit een aanzienlijke Schotse familie, was Eerste Raad en Directeur-generaal van Nederlands Indië. Abraham heeft in zijn leven talloze intriges moeten doorstaan, met als inzet zijn niet onaanzienlijke fortuin. Met name zijn schoondochter Sara Luijken en haar vader mr. Daniël maakten hem het leven zuur. Daarbij kwam het feit dat zijn beide zoons Abraham jr. en Jan Abel onder curatele moesten worden gesteld wegens 'verlies van het verstand'. Zoals wel meer voorkomt: Twee honden vechten om een been en een derde loopt er ras mee heen. Abraham, inmiddels hertrouwd na het overlijden van zijn eerste vrouw, met Johanna van Breugel, kocht in 1718 het huis 'Lusthof', het latere en inmiddels gesloopte 'Forumtheater' aan het begin van de Herenstraat te Voorburg Hij heeft er zelf nooit gewoond, want enkele uren nadat hij de koopakte had ondertekend, op 20 oktober 1718, overleed hij en erfde zijn weduwe Johanna het bezit en het nagelaten fortuin. Dit was dusdanig toereikend, dat zij er zelfs nog de buitenplaats 'Middenburg' bij kon kopen. Abraham heeft dus nooit één dag in Voorburg gewoond, maar werd toch geëerd met een straatnaam...

 

Adema van Scheltemastraat

Noord-nieuw (1951)

 

Naar Carel Steven Adema van Scheltema (Amsterdam 1877 - Bergen N.H. 1924). Nederlands dichter die zijn bezieling vond in het socialisme. Hij streefde naar een algemeen begrijpelijke en nieuwe gemeenschapskunst. Hij schreef onder meer: 'Grondslagen eener nieuwe poëzie' (1907). In 1934 werden zijn 'Verzamelde gedichten' gepubliceerd.

 

Agrippinastraat

West (1929)

 

Agrippina (16 - 59 na Chr.), echtgenote van de Romeinse keizer Claudius. Zij liet haar zoon Domitius door haar man als zoon adopteren, teneinde voor hem de rechten op de keizerstroon veilig te stellen. Vergiftigde haar man Claudius en werd zelf later op last van haar zoon Domitius - toen keizer Nero - in het jaar 59 ter dood gebracht.

 

Alberdingk Thijmkade

Noord-nieuw (1939)

 

Prof. Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820 - 1889), Nederlands letterkundige, prominent R.-K. schrijver van gedichten en historische novellen. Doceerde als hoogleraar aan de Academie voor Beeldende Kunst te Amsterdam in esthetiek en kunstgeschiedenis. Hij geldt als kenner van Vondel en Bilderdijk.
Niet onvermeld mag blijven, alhoewel ten tijde van de vaststelling van deze straatnaam (1939) wellicht -nog niet bedoeld: zijn zoon Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm (1864 - 1952). Deze letterkundige heeft onder het pseudoniem 'Lodewijk van Deyssel' een zeer markante plaats ingenomen in onze literatuur. Zijn ontwikkeling als schrijver loopt in grote lijnen van het naturalisme, via het impressionisme en het symbolisme, naar een geheel eigen mystiek, waarbij het Hoogste niet ligt in het bijzondere, het grote, maar juist in het liefdevol geobsedeerde kleine en gewone. Enige van zijn werken zijn: opstellen als 'Nieuw Holland (1884) en 'Over literatuur' (1886), voorts een aantal romans zoals: 'Een liefde (1888), 'De kleine Republiek' (1889) en 'Het leven van Frank Rozelaar', postuum uitgegeven in 1956.

 

Prins Albertlaan

Oost (1907)

 

Prins Albert van Pruisen (1837 - 1906) was de zoon van prinses Marianne der Nederlanden en prins Albrecht van Pruisen. Op 19 april 1873 huwde hij in Berlijn met Marie van Saksen-Altenburg. Zijn moeder mocht vanwege een verbanningsdecreet van haar zwager, koning Frederik Willem IV van Pruisen, niet bij dit huwelijk aanwezig zijn. Albert logeerde te gelegener tijd bij zijn moeder op "Rusthof" maar nimmer op het speciaal voor hem in 1877 gekochte zomerverblijf "Klein Rusthof" aan het Oosteinde, hoek Weverslaan. Na de dood van Prinses Marianne in 1883 erfde Albert al haar bezittingen en na 1906 verkocht de familie zowel' Rusthof', 'Noordervliet', 'Klein Rusthof' alsook de boerderij aan de Achterweg (thans Parkweg) voor de som van ƒ 200.000,-. Alleen 'Leeuwesteijn' werd niet verkocht. Albert trok zich terug op het prachtige kasteel 'Camenz' in Silezië dat hij ook van zijn moeder had geërfd. Hij stierf twee jaar later in 1906.

 

Albertus de Oudelaan

't Loo (1960)

 

Eerste hervormde predikant van de Oude of Martinikerk te Voorburg na de Reformatie. Stierf op 16 september 1575 te Delft als lidmaat van de Hervormde gemeente aldaar.

 

Albert Verweijstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Albert Verweij (1865 - 1937), Nederlands dichter en taalgeleerde. Richtte een aantal nieuwe letterkundige tijdschriften op. Was van 1924 tot 1935 hoogleraar te Leiden. Verweij was een hoogcultureel, gevoelig en streng dichter met een grote plastische kracht, doch moeilijk te lezen. Zijn kritieken en literair historische opstellen hebben grote invloed gehad op jongere auteurs.

 

Allard Piersonkade

Noord-nieuw (1939)

 

Allard Pierson (1831 - 1896) was Nederlands letterkundige en achtereenvolgens predikant bij de hervormde gemeente te Leuven van 1854 tot 1857 en de Waalse kerk te Rotterdam van 1857 tot 1865. Hij maakte zich als 'modern' los van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deed zich kennen als een voorvechter van de openbare school. Sinds 1877 was hij hoogleraar in o.a. esthetiek en kunstgeschiedenis. Zijn agnosticisme (= wijsgerige stroming die stelt dat er buiten de stoffelijke verschijnselen niets met zekerheid gekend kan worden, bij uitstek dus niets omtrent het Godsbestaan) leidde tot groeiende bewondering voor de klassieke oudheid. De in 1927 te Amsterdam opgerichte Allard Pierson Stichting (met museum) werkt in zijn geest voort.

 

Van Alphenstraat

Noord-oud (1913)

 

Deze straat is in 1913 vernoemd naar de Voorburgse wethouder Marius Wilhelm Lodewijk van Alphen (* 1828 's-Gravenhage), die van 1891 tot 1904 raadslid en wethouder van Voorburg was. In juli 1904 nam hij om gezondheidsredenen ontslag en verhuisde daarop naar Nijmegen.

 

An Vellekoophof

't Loo - 1995

 

Mevrouw Johanna Wilhelmina Helena Vellekoop-Weijtze werd op 28 september 1916 te 's-Gravenhage geboren en overleed te Voorburg op 7 maart 1991. Zij was raadslid van Voorburg gedurende de jaren 1971-1982 en lid van provinciale staten van 1969 tot 1979. Als lid van provinciale staten ging haar hart vooral uit naar het bevorderen van de volksgezondheid. Zij was vanaf 1940 lid van de SDAP, de latere Partij van de Arbeid en had zitting in diverse gemeentelijke commissies. Haar hart lag vooral bij de volkshuisvesting en ze was dan ook jarenlang bestuurslid van de Woningbouwvereniging "De Goede Woning". Zij was -om de onvergetelijke Godfried Bomans na te zeggen- "een verrukkelijk mens". De commissaris van de koningin - aanwezig bij de crematie - zei: "het is een tikkeltje leger geworden in Voorburg". Bij de herdenking in de raad sprak burgemeester Eenhoorn de woorden: "Ik denk dat wij met z'n allen moeten zeggen: het is er ook een stuk armer door geworden in Voorburg". De naar An Vellekoop vernoemde 'hof' is gerealiseerd op de plek waar voorheen de Thomas More-m.a.v.o. stond.

 

Appelgaarde

Essesteijn (1972)

 

Straatnaam met vast achtervoegsel, evenals Kersengaarde, gelegen in de wijk Essesteijn. De appel is de vlezige pitvrucht van de appelboom. Bevat veel plantenzuren en enige vitamine C waarvan door koken of schillen echter veel verloren gaat. Ongeveer 1000 rassen zijn in cultuur. Naast eetbare appels bestaan er ook sierappels.

 

Van Arembergelaan

Noord-oud (1926)

 

Het grafelijke geslacht van Van Aremberge, dat van 17 april 1539 tot 5 juli 1580 de overtoom bij Voorburg bezat. Het graafschap Aremberg is gelegen in het Pruisische gebied aan de rivier de Ahr vlak bij Koblenz. Daar ligt het plaatsje Arenberg. De naam Van Aremberge wordt bij dat van het geslacht Van der Marck gevoegd doordat een vrouwelijke telg uit het geslacht Van Aremberge in 1298 huwt met een zekere Engelbert II, graaf Van der Marck. Op 17 april 1539 doet jonkheer Hendrik van Heurne het recht op de overtocht bij Voorburg over aan jonkheer Robbrecht Jonge, graaf van der Marck en van Aremberge. In de loop der tijd krijgt dit geslacht steeds meer titels totdat uiteindelijk in 1580 Margriet, door Gods genade gravin Van Aremberge, gravin van der Marck, vrij-vrouwe van Barbanson en van Sevenberge, vrouwe van Naeltwijck, van Honsholredijck en ter Cappellen en 'erffmaarschalckinne' van Hollant het recht op de overtoom overdoet aan de magistraat van Delft.

 

Arentsburghlaan

West (1939)

 

Vernoemd naar de 17e eeuwse buitenplaats Arentsburgh aan de Vliet. De buitenplaats 'Arentsburgh' werd in 1667 gebouwd door Cornelis van Lodensteyn, gecommitteerde in de Generaliteitsrekenkamer, op de plaats van een bouwvallige woning waarvan Jacob Arentz. in 1451 bewoner was. De omgeving van Arentsburgh kreeg vooral bekendheid door de archeologische onderzoekingen onder leiding van Prof. Reuvens en later Prof. Holwerda, van de romeinse resten van het vroegere Forum Hadriani. Vanwege de belangrijke historische vondsten staat de bodem van dit gebied vermeld op de Rijksmonumentenlijst.

 

Azuurhof

Damsigt (1976)

 

Straat met een vast achtervoegsel.

Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die met name werd aangegeven.
Azuur, oorspronkelijk lazuur genoemd, is een hemelsblauwe kleur ontleend aan de lapis lazuli, een (half)edelsteen.

 

B

Top

Badhuislaan

Baesjoustraat

Balen van Andelplein

Van Barbansonstraat

Prinses Beatrixlaan

Dr. Beguinlaan

Bellinistraatje

Prins Bernhardlaan

Van Beijerenstraat

Beijnenstraat

Bilderdijkplein

Binckhorstlaan

Blekerij

Bleijenburgstraat

Dr. Blookerstraat

Bosboom Toussaintstraat

Boutensstraat

Brinnolaan

Broek

Van Benthuysenlaan

Broekslootkade

Bruijnings Ingenhoeslaan

Bucaillestraat

Buitenrustplein

Buitenruststraat

Den Burghstraat

Busken Huetlaan

 

 

Badhuislaan

Noord-nieuw (1951)

 

Genoemd naar het voormalige badhuis annex openluchtzwembad, dat inmiddels plaats heeft gemaakt voor nieuwbouw. In het gebouw van het oude badhuis was tot de afbraak in 1991 het theater 'De Tobbe' gevestigd, dat met haar naam eveneens aan het oude badhuis deed herinneren. Theater 'De Tobbe' vormt thans met het overdekte zwembad, sporthal en vergadercentrum het zogenoemde 'Forum-kwadraat' in het bouwproject 'Foreburg'.

 

Baesjoustraat

Noord-nieuw (1951)

 

Vernoemd naar Adrianus Johannes Baesjou van Vronesteyn, die van 1875 tot 1883 wethouder van Voorburg was. De toevoeging 'van Vronesteyn' aan de naam 'Baesjou' ontleende hij aan het feit dat hij eigenaar was van de ambachtsheerlijkheid Vronesteyn nabij Jutphaas. De door hem in 1870 aangekochte buitenplaats 'Buitenrust' doopte hij daarom om in 'Nieuw-Vronesteyn'. Baesjou was als raadslid onder meer betrokken bij de discussies in 1874 over de benoeming van een niet door Burgemeester en Wethouders voorgedragen kandidaat voor de functie van gemeentesecretaris. De kwestie werd aanleiding voor burgemeester mr. Bucaille om zijn ontslag aan de Koning aan te bieden. Later werd de kwestie overigens weer bijgelegd en het ontslag ongedaan gemaakt.

 

Balen van Andelplein

Noord-nieuw (1953)

 

Anthonij Balen van Andel (1801 - 1891), van beroep rijksontvanger, was wethouder van Voorburg van 1851 tot 1873, met een korte onderbreking in 1868. Hij behoorde tot de eerste gemeenteraadsleden, die werden gekozen na de inwerkingtreding van Thorbecke's nieuwe Gemeentewet van 29 juni 1851.

 

Van Barbansonstraat

Noord-oud (1926)

 

Door het overlijden van Maria, erfvrouwe van Wassenaar, kwamen in 1546 de heerlijkheden Voorburg, Wassenaar en Katwijk in het bezit van de graven van Ligne. Jan, die behalve graaf van Ligne en Van Aremberge, ook baron van Barbançon was, huwde in 1547 met Margaretha, gravin Van der Marck en Van Aremberge. Een jaar tevoren, in januari 1546, was Jan van Ligne ridder in de vermaarde orde van het Gulden Vlies geworden. In 1568 sneuvelde Jan van Ligne bij Heiligerlee, tijdens de veldslag die op bevel van de hertog van Alva wordt gevoerd tegen de graven Adolf en Lodewijk van Nassau, broers van Willem van Oranje. Op 5 juli 1580 verkocht zijn weduwe het recht op de overtocht of overtoom bij Voorburg aan het stadsbestuur van Delft en ruim 35 jaar later, op 6 februari 1616, gingen ook de heerlijkheidsrechten over Voorburg over naar dezelfde magistraat. De 'overtocht' of 'overtoom' lag op de grens van Voorburg bij Leidschendam. Aangezien er nog geen schutsluis was in de Vliet moesten de schepen tegen betaling met een sleephelling over de dam worden getrokken. De bezitter van het recht van overtocht kon hierdoor rekenen op een rijke bron van inkomsten.

 

Prinses Beatrixlaan

't Loo (1956)

 

Beatrix Wilhelmina Armgard (geb. 31-01-1938), oudste dochter van koningin Juliana en prins Bernhard. Op 10 maart 1966 gehuwd met Claus von Amsberg. Zij werd op 30 april 1980 ingehuldigd als koningin der Nederlanden.

 

Dr. Beguinlaan

Damsigt (1931)

 

Dr. Jean Alphons Marie Beguin (Eindhoven 1863 - 's-Gravenhage 1931), de vader van notaris mr. A.M.R. Beguin, oefende tot circa 1920 in Voorburg de dokterspraktijk uit. In 1873 kwam de gemeente in aanvaring met dokter Beguin omdat... hij zich verzette tegen de voorgenomen vestiging van een grofsmederij in de Herenstraat, terwijl er al twee smederijen gevestigd waren. De Raad van State wees het bezwaar echter af. Hij woonde onder meer in het huis 'Klein Gansenhoef', het huidige Oosteinde 113 te Voorburg.

 

Bellinistraatje

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist Vincenzo Bellini, in 1801 te Catania geboren en op 23 september 1835 in Puteaux bij Parijs overleden. Bellini produceerde zijn eerste werk al in zijn studententijd aan het Conservatorium van Napels. Zijn in 1827 in de Scala van Milaan opgevoerde opera 'Il Pirata' bracht hem internationale bekendheid. Bellini stond voor wat betreft zijn werk in de traditie van Haydn en Mozart. In 1833 woonde hij korte tijd in Londen, waar hij op voorspraak van Gioacchino Rossini een opdracht kreeg van het Théâtre Italien. Dat leverde zijn negende en -naar de mening van deskundigen- zijn beste opera op: 'I puritani di Scotia' (1835). Het succes van Bellini's opera's berust voor een belangrijk deel op het belcanto, lange melodische curven waarin melodieuze zangerigheid gepaard gaat aan pathetische declamatie.

 

Prins Bernhardlaan

Noord-oud/nieuw - 't Loo (1936) - Essesteijn (1970)

 

Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, prins van Lippe-Biesterfeld (geb. 29-06-1911), sinds zijn huwelijk in 1937 met prinses Juliana, tevens prins der Nederlanden. Het meest westelijke gedeelte vanaf het Da Costaplein heette vroeger: Da Costalaan. Op last van de bezetters heette de laan in oorlogstijd: Constantijn Huijgenslaan. Het gemeentebestuur trok deze afgedwongen naamsverandering reeds op 7 mei 1945 weer in.

 

Van Beijerenstraat

Noord-oud (1926)

 

Genoemd naar Willem van Beijeren, graaf en ruwaard (= landvoogd of streekbestuurder) van Holland, gestorven in 1404. Zijn naam wordt onder meer in dat jaar vermeld als hij bij testament de heerlijkheid Voorburg in leen geeft aan de heer Philips van Wassenaer, burggraaf van Leiden.

Zie ook: Van Wassenaerstaat

 

Beijnenstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Leonardus Cornelis Beijnen (1826 - 1891) was wethouder van Voorburg tussen 1869 en 1875 en van 1876 tot 1891. Stierf op 64 jarige leeftijd op 7 april 1891 te Voorburg.

 

Bilderdijkplein

Noord-nieuw (1929)

 

Willem Bilderdijk (1756 - 1831) was een Nederlands dichter en geleerde. Hij studeerde rechten te Leiden en vestigde zich na zijn promotie in Den Haag, waar hij van 1786 tot 1795 aan de Prinsegracht woonde. Hij is bekend als verdediger van de Rotterdamse visvrouw Kaat Mossel. Wegens zijn Oranjegezindheid week hij in 1795 uit naar Engeland. Daarna woonde hij in Leiden en Haarlem. Bilderdijk paarde een werkelijk encyclopedische kennis aan een zeer egocentrisch karakter en is voor de lezer van zijn vele werken ongenietbaar door de retoriek en gezwollen toon van zijn poëzie Op godsdienstig gebied gaf hij de aanzet tot het 'Reveil', een protestants-christelijke beweging in de eerste helft van de 19e eeuw, waarin de nadruk werd gelegd op de persoonlijke bekering.

 

Binckhorstlaan

West

 

De oude ridderhofstad 'De Binckhorst' aan de Trekvliet wordt voor het eerst vermeld in 1308 gelegen aan het eeuwenoude Binckhorstpad. Het oudste deel van het huidige gebouw stamt uit 1570. Het werd gerestaureerd in 1935. De Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf verzorgde in dit Rijksmonument tot voor enige jaren opleidingen voor functies in de bouwwereld. Sinds 1999 is er een privé-kliniek in gevestigd voor cosmetische chirurgie.
De straatnaam werd voor wat het Haagse gedeelte betreft in 1928 officieel vastgesteld, nadat het in 1917 met bestemming 'industriegebied' van Voorburg naar Den Haag was overgegaan. Het Voorburgse gedeelte bleef, ondanks een verzoek van bewoners in 1960 de laan om te dopen in Tacituslaan, ongewijzigd Binckhorstlaan heten.

 

Blekerij

(nog te realiseren) West - 1998

 

De naam 'Blekerij' kan niet anders zijn dan een verwijzing naar het huidige Hokatex, dat in feite voortkwam uit een al uit de 19e eeuw daterende blekerij en wasserij. Over de beroemde Koninklijke Ozon, later Hokatex, zijn al vele artikelen geschreven. Op 31 juli 1895 verscheen op deze locatie de Eerste Nederlandsche Electrozon Bleekerij, Stoom-, Wasch- en Strijkinrichting 'Middenburg' dank zij de inventiviteit van een zekere Anthon Marie Meissner. Deze van huis-uit elektrotechnicus leefde tot 1922. Rond 1900 had de wasserij al 100 medewerkers. In 1915 ging het de N.V. Stoomblekerij & Chemische Wasserij 'de Ozon' heten. Zij telde talrijke aanzienlijke en minder aanzienlijke klanten. De belangrijkste klant was zonder twijfel ons eigen Koninklijk Huis. In 1926 mochten ze zich dan ook met het koninklijk wapen tooien en werd de wasserij met recht en reden de 'Koninklijk Ozon' genoemd. In 1939 was er daartoe een speciale auto voor aangeschaft, die de koninklijke was ten paleize ging bezorgen. Onnodig te zeggen dat de thans gekozen straatnaam wel heel duidelijk teruggrijpt naar die bijna legendarische wasserij en blekerij die hier mede dankzij het water van de Vliet een bloeiend bestaan heeft gekend. In 1963 viel echter het doek en verdween de 'koninklijke Ozon' voorgoed.

 

Bleijenburgstraat

West (1904)

 

Naar een voor het eerst in 1703 genoemde buitenplaats van die naam. In deze buitenplaats, later gevoegd bij het bezit van de buitenplaats 'Middenburg', vonden na 1888 de eerste bijeenkomsten plaats van een afscheidingsgroepering van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze groep, onder de leiding van Dr. Abraham Kuijper, 'Doleerenden' genoemd, stonden een reformatie van de Hervormde Kerk voor en een terugkeer naar de kerkordening van 1618 (Synode van Dordrecht). De groei van deze groepering, die zich in Voorburg verenigde tot de 'Vrienden der Waarheid' voltrok zich in snel tempo. De Gereformeerde Gemeente betrok reeds in 1889 een eigen kerkruimte in een nog steeds bestaand gebouwtje aan de Voorhofstraat, pal tegen de Utrechtse Baan.

 

Dr. Blookerstraat

Oost (1922)

 

Dr. Cornelis Frans Jacobus Blooker (Amsterdam 1856 - Voorburg 1912) was een baanbrekend figuur op het terrein van de sociale geneeskunde. Nadat hij zijn praktijk als huisarts had neergelegd, was hij in zijn woonplaats Amsterdam geruime tijd wethouder. Tot lid van de Tweede Kamer gekozen, vestigde hij zich in 1906 te Voorburg in villa 'Sonneheerdt' aan het Westeinde. Dr. Blooker nam het initiatief voor de bouw van 12 volkswoningen aan de Oranjelust, waarvan Woningbouwvereniging 'Huiselijk Geluk' de beheerder werd.

 

Bosboom Toussaintstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Anna Louise Geertruida Bosboom-Toussaint (1812 - 1886) was in de 19e eeuw de voornaamste schrijfster van vooral historische romans. 'Truitje', geboren te Alkmaar, huwde in 1851 met de kunstschilder Johannes Bosboom, bekend schilder van kerkinterieurs en -exterieurs. (Vervaardigde onder andere een fraai schilderij van het exterieur van de Oude Kerk van Voorburg, dat zich thans in museum Swaensteijn bevindt.) De bekendste werken van haar zijn: 'Het Huis Lauernesse' (1840), 'De Delftsche Wonderdokter' (1870), 'Majoor Frans' (1874), vertaald in het Frans, Duits, Engels, Russisch en Zweeds. Op haar graf aan de Algemene Begraafplaats te Den Haag staat een gedenkteken, geschonken door vrouwen. Aan haar woonhuis op de Toussaintkade 11a te 's-Gravenhage is sinds 1917 een plaquette bevestigd en in Alkmaar staat van haar een borstbeeld.

 

Boutensstraat

Noord-nieuw (1951)

 

P.C. Boutens, letterkundige (1870 - 1953) debuteerde in 1898 met een bundel verzen die nog duidelijk onder de invloed van Herman Gorter stond. Behoorde in zijn literaire werk tot de zogeheten Tachtigers. Zijn poëzie werd vooral bepaald door de Griekse wijsgeer Plato (4e eeuw v. Chr.). Was sterk gegrepen door de gedachte aan Schoonheid en vond de dood geen verschrikking aangezien die de poort tot de eeuwige Schoonheid in het hiernamaals is. Schreef gedichten als 'Liefdes uur' en 'Goede Dood'. Voorts lyriek in bundels als 'Praeludiën' (1902), 'Carmina' (1912) en 'Tusschenspelen (1942). Schreef verder 'Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe' (1909) en vertaalde Aeschylus, Homerus, Plato en Goethe.

 

Brinnolaan

't Loo (1960)

 

Brinno was stamhoofd der Kaninefaten, een volksstam verwant aan de Batavieren. De betekenis van het woord Kaninefaten (of zoals het tegenwoordig wel wordt geschreven: Kananefaten) is niet zoals vaak wordt aangenomen 'konijnenvangers', maar 'duinland-bewoners'. Brinno was een van de toonaangevende figuren bij de opstand tegen de Romeinen in 69-70 na Chr. en liet alle hier in de omgeving gelegen castella van de Romeinen verwoesten. Voor deze heldendaad werd hij naar oud gebruik door zijn soldaten op het schild geheven en tot aanvoerder verkozen.

 

Broek

Sijtwende (2000)

 

Oude benaming voor veenland of moeras. Vandaar ook de dwars door Voorburg lopende Broeksloot. Toen men in later eeuwen de betekenis van broek als moeras niet meer verstond, vatte men het op als een gewone broek. Een sprekend voorbeeld daarvan is het wapen van de gemeente Abbenbroek in Zuid-Holland. Daar beeldde met de broek van de abt af in het gemeentewapen.

 

Van Benthuysenlaan

't Loo (1960)

 

De titel 'Van Benthuysen' hadden in de 15e eeuw telgen uit het geslacht van de ridders Cruesinck. Die naam wordt in onze contreien rond 1438 gevonden in de persoon van Mr. Jacob Cruesinck, secretaris en meester van de Rekenkamer van Holland. Zijn zoon ridder Cornelis Cruesinck, was behalve heer van de hoge ambachtsheerlijkheid van Benthuijzen tevens houtvester van Holland. Hij was gehuwd met vrouwe Hillegont van Alckemade en van Benthuizen. Zij woonden rond 1493 aan de Broeksloot. Dit adellijke echtpaar stichtte rond 1480 een kapel in het klooster der Jacobijnen oftewel Dominicanen aan het Lange Voorhout te 's-Gravenhage. In die kapel van de huidige Kloosterkerk werd hij in 1520 bijgezet.

 

Broekslootkade

Noord-nieuw (1940)

 

De naam is, evenals in 's-Gravenhage, ontleend aan de nabijgelegen Broeksloot, een zeer oude watering in het zuidelijke deel van de in de 15e eeuw bedijkte Veenpolder. In het Voorburgse deel loopt de kade van die naam slechts langs een deel van de Broeksloot, te weten van de Allard Piersonkade tot aan de Van Horvettestraat. Tot in de twintiger jaren van deze eeuw werd de Broeksloot gebruikt voor het vervoer van tuinbouwgewassen naar het gebouw van de groenteveiling aan de Vliet, naast de Hofpleinspoor-baan.

 

Bruijnings Ingenhoeslaan

't Loo (1951)

 

Deze laan is vernoemd naar vader Christoffel Willem en zoon Pieter Hendrik Bruijnings Ingenhoes. De kostschool was gevestigd in het gebouw "In de Werelt is veel Gevaer" aan het eind van de Schoolstraat bij de Vliet en werd geleid door Christoffel Willem Bruijnings Ingenhoes. Zijn zoon Pieter Hendrik volgde hem in 1877 op en heeft de school als directeur geleid tot in 1909 het deftige en dure instituut werd opgeheven. Pieter was bovendien raadslid van Voorburg van 28 januari 1901 tot 6 september 1913. Hij woonde aan de Voorhofstraat 28. Vader Christoffel woonde tot zijn overlijden in 1896 in het huis aan de Herenstraat 104, hoek Schoolstraat, waar voorheen de Nutsspaarbank een filiaal had.

 

Bucaillestraat

Noord-nieuw (1951)

 

Mr. Johannes Nicolaas Anthon Bucaille (1840 - 1900) was burgemeester van Voorburg van oktober 1873 tot juli 1883 en was daarna tot 1893 burgemeester van Groningen. Hij werd op 14 februari 1840 te Semarang geboren en overleed op 60-jarige leeftijd op 18 maart 1900 te Dieren. Burgemeester Bucaille wilde reeds kort na zijn ambtsaanvaarding zijn ontslag aanbieden in verband met de benoemingskwestie van een nieuwe gemeentesecretaris. Maar liefst 129 ingezetenen betuigden hun adhesie bij de Commissaris des Konings om de burgemeester zijn ontslag niet te verlenen. Gevolg was dat de burgemeester op zijn besluit terug kwam en nog tot 1883 aanbleef. Hij werd door Prinses Marianne aangesteld tot bouwinspecteur over haar bezittingen te Voorburg, van welke taak hij werd ontheven toen Prinses Marianne op 29 mei 1883 op haar buitengoed Reinhartshausen in Duitsland overleed.

 

Buitenrustplein

Oost (1926)

 

De buitenplaats 'Buitenrust' aan de Vliet werd in 1870 omgedoopt in 'Huize Nieuw-Vronesteijn'. Op de buitenplaats hebben een aantal belangrijke Voorburgse ingezetenen gewoond, waarvan vermeldenswaard zijn de namen van Johannes Cool, van beroep een Schiedamse 'brander van alcohol' (overleden in 1870). Na hem, maar toen heette het buiten 'Nieuw-Vronesteyn', was het eigendom van onder meer raadslid en wethouder Bucaille van Vronesteyn en voor en tijdens de eerste wereldoorlog van Johannes Hubertus de Kuyper, die evenals Cool uit Schiedam kwam en 'brander van alcohol' was. In 1930 werd het buiten afgebroken en maakte plaats voor een villawijkje.

Zie ook: Bucaillestraat en Park Vronesteijn

 

Buitenruststraat

Oost (1926)

Zie Buitenrustplein

 

Den Burghstraat

West (1928)

 

'Den Burgh' wijst op restanten van een Romeinse nederzetting die in 85 na Chr. zijn gesticht in het westen van Voorburg, nabij de buitenplaats 'Arentsburgh'. Deze plek is eeuwenlang in de volksmond de 'Oude Burg' of de 'Hoogenburg' genoemd. In het 'Memoriboec van Voirburch' is op een aantal plaatsen reeds in de vijftiende en zestiende eeuw sprake van memoriën ten laste van 'die burch'. Over het Burchpad, dat van de Geestbrug via het bos van 'Arentsburgh' en de Hooge Weide naar de Oude Tol liep, is een roemrucht proces gevoerd. Na ruim 100 jaar werd dit proces in 1866 afgesloten met de uitspraak dat het Burchpad geen openbare weg was.

 

Busken Huetlaan

Noord-nieuw (1951)

 

Conrad Busken Huet (1826 - 1886), Nederlands letterkundige en predikant, wijdde zich sinds 1862 geheel aan de journalistiek. Was van 1862-1865 redacteur van 'De Gids'. Van 1868 tot 1876 verbleef hij als journalist in Nederlands-Indië. Hij stond bekend als een voortreffelijk letterkundig criticus en was als zodanig de auteur van de belangrijke 'Litterarische Fantasiën en Kritieken' (25 delen) en 'Persoonlijke herinneringen aan Potgieter' (1877).

 

C

Top

Ter Cappellenstraat

Jhr. Carel Sternplein

Carel Vosmaerpad

Carel Vosmaerstraat

Prof. Casimirstraat

Charley Tooropstraat

Charlotte van Pallandtlaan

Via Cimarosa

Claudiusstraat

Corbulokade

Corbuloplein

Cornelis Voorhoevelaan

Da Costaplein

Cremerpad

Cremerstraat

 

 

Ter Cappellenstraat

Noord-oud (1985)

 

De titel 'Ter Cappellen' is verbonden aan de vele titels die de ambachtheren en de bezitters van het recht van 'overtocht' in Voorburg bezaten. De titel 'Vrouwe Ter Cappellen' komt onder meer in 1580 toe aan Margriet, door God genade Gravin van Aremberge, geboren gravin Van der Marck, Vrijvrouwe van Barbanson en van Sevenbergen, Vrouwe van Naeltwijck, van Honsholredijk en Ter Cappellen en Erfmaarschalkin van Holland. In dit geval wordt met 'Ter Cappellen' bedoeld Capelle aan den IJssel, waarvan Margiet van 1550 tot 1599 de ambachtsvrouwe was.

 

Jhr. Carel Sternplein

Noord-Nieuw (2000)

 

Jonkheer Carel Willem Stern was vanaf 1917 tot 1939 burgemeester van Voorburg. Jhr. Stern was geboren in 1874 en overleed in 1950. Voordat hij tot burgemeester van Voorburg werd benoemd was hij burgemeester van achtereenvolgens te Woerden en Den Bommel en secretaris van Westervoort, respectievelijk secretarieambtenaar van Amsterdam. Tijdens zijn burgemeesterschap zijn vergaande plannen van de gemeente 's-Gravenhage tot annexatie van de gemeente Voorburg en Rijswijk "verijdeld". Hij stond voorts voor de uitbreiding van de onderwijsvoorzieningen, onder meer door de stichting van een lyceum. Andere lokale belangen werden behartigd door de instelling van een eigen Voorburgs grondbedrijf. Op 30 oktober 1937 kon het gerestaureerde gemeentehuis in gebruik worden genomen. Op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, op 27 december 1939, nam de raad afscheid van burgemeester Stern. Hij werd opgevolgd door de bijna legendarische 'oorlogsburgemeester' dr. Johan Alexander Nederbragt.

 

Carel Vosmaerpad

Noord-nieuw (1956)

Zie ook: Carel Vosmaerstraat

 

Carel Vosmaerstraat

Noord-nieuw (1939)

 

Carel Vosmaer (1826 - 1888), Nederlands letterkundige. Van 1866 tot 1873 substituut-griffier bij de Hoge Raad. Lid van het Haags letterkundig genootschap 'Oefening kweekt kennis'. In 1860 redactielid van het weekblad 'De Nederlandsche Spectator'. Schrijver van de romans 'Amazone' (1880) en 'Inwijding' (1888), vertaler van Odyssee en Ilias van Homerus.

 

Prof. Casimirstraat

't Loo (1960)

 

Professor doctor Rommert Casimir (Kollumerland 1877 - Voorburg 1957), Nederlands pedagoog en de grondlegger van het schooltype 'Lyceum'. Professor Casimir was een groot kinderen mensenvriend, een buitengewoon boeiend verteller en velen zijn hem dank verschuldigd voor zijn hulp bij opvoedingsproblemen. Rommert Casimir, die zijn onderwijzersexamen in 1896 afsloot met zes tienen, heeft nauw samengewerkt met een andere pedagoog van naam: Jan Ligthart. Hij wordt de 'vader van het lyceum' genoemd. In 1909 stichtte hij in 's-Gravenhage een onderwijsinrichting van dit type, dat de naam 'Het Nederlandsch Lyceum' kreeg. Hij begon omstreeks 1910 met diverse schoolse en buitenschoolse activiteiten zoals schoolclubs, schoolreisjes en ouderavonden. Vanaf 1943 woonde hij aan de Groen van Prinstererlaan 35, alwaar hij op 13 maart 1957 overleed.

 

Charley Tooropstraat

Sijtwende (2000)

 

Naar Annie Caroline Pontifex Fernhout-Toorop. Zij werd op 24 maart 1891 te Katwijk aan Zee geboren en overleed op 6 november 1955 te Bergen (N.H.). Charley of Charlie Toorop, zoals zij in de wandeling werd genoemd, was schilderes en lithografe en een dochter van de bekende Jan Toorop. Na een mislukt huwelijk met de drankzuchtige Henk Fernhout stond Charley Toorop er met drie kinderen in 1917 alleen voor. Zij moest toen haar onbedwingbare lust tot schilderen combineren met het ouderschap. In vele gevallen liet zij dan haar kunstenaar-zijn prevaleren. Onnodig te zeggen dat zij zich als vrouw -in die tijd- dan nog eens extra moest bewijzen. Zij schilderde tot haar dood veel zelfportretten. Een hoogtepunt daarvan was het grote werk 'Drie Generaties', waarin zij zichzelf afbeeldde met haar zoon Edgar Fernhout en haar vader Jan Toorop. Zij schilderde dit werk gedurende de jaren 1941 tot 1950. De voltooiing van dit in het museum Boijmans-Van Beuningen in Rotterdam hangende schilderij duurde extra lang omdat haar zoon -eveneens schilder- Edgar Fernhout aanvankelijk bleef weigeren voor haar te poseren. Charley Toorop was een zeer sociaal bewogen mens. In 1922 schilderde zij -min of meer in navolging van Vincent van Gogh- in de Belgische mijnstreek de Borinage. Uit haar portretten van mijnwerkersvrouwen, Zeeuwse boeren en geesteszieken blijkt een diep gevoel van medemenselijkheid. In 1932 verhuisde zij naar een voor haar gebouwde atelierwoning in Bergen (N.H.), waar zij in 1955 ook overleed.

 

Charlotte van Pallandtlaan

Sijtwende (2000)

 

Vernoemd naar Charlotte Dorothéé Baronesse van Pallandt, geboren te Arnhem op 24 september 1898 en overleden te Noordwijk op 30 juli 1997. Zij was op vele artistieke terreinen begaafd: tekenen, schilderen en pianospelen hadden van jongsaf aan haar voorkeur. Evenals bij Charlie Toorop begon haar doorbraak na een mislukt huwelijk met Adolph Limpurg, graaf van Rechteren (1919-1923). Zij nam les bij André Lhote (1926-1927) en bij Charies Malfray in Parijs. Na jaren in Parijs te hebben gewerkt, vooral als beeldhouwer, vertrok zij in 1939, in verband met de oorlog weer naar Nederland. Hier ontmoette ze de Belgische beeldhouwers Toon Dupuis en Albert Termote. Zij heeft met onder meer de technische adviezen van Albert Termote vele robuuste en monumentale beeldhouwwerken gecreëerd. Eenmaal in Nederland teruggekeerd kreeg zij het moeilijk in de kunstenaarswereld toegang te krijgen, omdat zij voornamelijk een Franse niet-Nederlandse opleiding had genoten. Zij is onder meer bekend van een beeld van Koningin Juliana in 1953, waarover zij echter zelf niet tevreden was en later van Koningin Wilhelmina in 1968. Zij kon tot haar spijt zelf niet bij de onthulling aanwezig zijn, omdat. zij vlak voor de afronding van het kappen van een ladder afviel. Koningin Juliana was echter erg in haar schik met het beeld waarvan zij opmerkte: 'Het is precies mijn moeder'. Charlotte van Pallandt overleed op 98-jarige leeftijd. Zij werd nationaal en internationaal hogelijk geprezen en gewaardeerd en dat niet in de laatste plaats omdat ook zij haar kunst trouw was gebleven in een tijd dat dit voor een vrouw bepaald niet vanzelfsprekend was.

 

Via Cimarosa

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist Domenico Cimarosa, op 17 december 1749 in Avers, bij Napels, geboren en op 11 januari 1801 in Venetid overleden. Hij was aanvankelijk kapelmeester van de Italiaanse opera te St.Petersburg en dirigent van de opera van Wenen, waar hij in 1792 zijn bekendste opera schreef: 'het Geheime Huwelijk' oftewel 'Il matrimonio segreto'. In 1798 keerde hij naar Napels terug en raakte verwikkeld in de opstandige beweging aldaar en werd ter dood veroordeeld. Hij kreeg echter door invloedrijke voorspraak gratie en werd verbannen naar Venetid, waar hij op 51-jarige leeftijd overleed. Cimarosa heeft om en nabij de 80 werken op zijn naam staan, varidrend van opera's, tot klavecimbelmuziek en van orkestmuziek tot kerkelijke werken. Van zijn oeuvre is niet veel meer bekend, behalve dan de hiervoor genoemde blijspelopera 'Het Geheime Huwelijk'.

 

Claudiusstraat

West (1923)

 

De Romeinse keizer Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus leefde van 10 v. Chr. tot 54 na Chr. Werd voor zijn keizerschap voor simpel gehouden, of hij hield zich zo om zijn leven te redden. Wijdde zich aan de wetenschap; liet zich als keizer door zijn vrouwen: Messalina -berucht om haar zedeloos leven en nadat zij was vermoord, door Agrippina beheersen. Door toedoen van zijn vrouw Agrippina werd hun zoon Brittannicus verstoten en een zoon uit haar eerste huwelijk: Nero, tot troonopvolger aangewezen. Daarna liet Agrippina Claudius uit de weg ruimen. Onder zijn bewind vestigden de Romeinen zich in onze streken en werd in Voorburg een nederzetting gesticht dat later de naam 'Forum Hadriani' kreeg.

Zie ook: Corbulokade

 

Corbulokade

West (1987)

 

Genoemd naar de Romeinse veldheer Cnaeus Domitius Corbulo die in 47 na Christus de naar hem genoemde 'Fossa Corbulonis' liet graven. Dat wil zeggen: hij liet op de plaats waar thans -ongeveer- de Vliet loopt een aantal wateren kanaliseren om de mondingen van de Maas en de Rijn met elkaar te verbinden. Een herinnering aan het verblijf van Corbulo, de Romeinen en de Corbulogracht was voorheen te vinden op een verloren gegane wandschildering in de raadzaal die enkele jaren geleden gesloopt werd. Het had als ondertiteling een citaat van Tacitus: "Qua incerta oceani vitarentur" of "om beschermd te worden tegen de gevaren van de zee" Ter nagedachtenis aan deze beroemde Romeinse veldheer is nabij het winkelcentrum 'de Julianabaan' een door Albert Termote vervaardigd ruiterstandbeeld geplaatst. Daarmee is Corbulo de enige overheerser van Nederland die een standbeeld gekregen heeft.

 

Corbuloplein

Noord-nieuw (1989)

Zie ook: Corbulokade

 

Cornelis Voorhoevelaan

Sijtwende (2000)

 

Cornelis Hermanus Voorhoeve werd op 24 maart 1917 te Voorburg geboren. Van beroep was hij beplantingsadviseur en tuinarchitect. De voorliefde van de heer Voorhoeve voor de buitenplaatsen kwam voort uit zijn vroegere beroep, dat van tuinarchitect. Na de oorlog ging hij zich verdiepen in de schitterende tuinen van de vroegere buitenplaatsen, maar dat liep al snel uit op een niet meer loslatende geboeidheid voor de bewoners van die land- en buitenhuizen. Hij was dan ook de kenner bij uitstek van de rijke Voorburgse historie. Zijn veelzijdige belangstelling bracht hem diverse functies, zoals voorzitter van de Stichting Mooi Voorburg, voorzitter van de Stichting Behoud Dorpsgezicht, voorzitter van de Jeugd Natuurwacht, vice-voorzitter van het Anjercomité en directeur van de landelijke stichting Natuur en Jeugd. De heer Voorhoeve -voor velen meer bekend als "Kees Boom"- heeft de pen driftig gehanteerd. Hij schreef 'Verhalen achter de Straatnaam' in de plaatselijke krant en publiceerde onder meer diverse boekjes met oude ansichten. Zijn wel heel bijzondere aandacht ging uit naar de enige Prinses die ooit in Voorburg haar domicilie had: Prinses Marianne. Hij was altijd paraat -en dat zeker tijdens zijn raadslidmaatschap- als er door onbegrip of minachting een monument dreigde te worden aangetast. Toch was hij ook realist, getuige het opschrift op de in 1994 door de Stichting Mooi Voorburg bij de Oude kerk geplaatste dorpspomp: "Treur niet om hetgeen geweest is, doch zet u in om het overgeblevene te behouden". Cornelis Hermanus Voorhoeve Sr., ridder in de orde van Oranje-Nassau en drager van het Verzetsherdenkingskruis, overleed op bijna 76-jarige leeftijd op 13 maart 1993.

 

Da Costaplein

Centrum (1934)

 

Het Da Costaplein, voorheen een gedeelte van de Laan van Rustenburg, is vernoemd naar Isaäc da Costa (1798 - 1860), Nederlands dichter uit een orthodox geslacht van Portugese joden. In 1818 promoveerde hij in de rechten, in 1821 in de letteren; zijn gehele leven wijdde hij aan de studie der letteren en godgeleerdheid. Onder invloed van o.a. Bilderdijk ging hij in 1822 over tot het Christendom en werd een van de voormannen van het 'Reveil'.

Zie ook: Bilderdijkplein

 

Cremerpad

Noord-nieuw (1956)

Zie ook: Cremerstraat

 

Cremerstraat

Noord-nieuw (1939)

 

Jacobus Jan Cremer (1827 - 1880) was een Nederlands schrijver. Hij werd opgeleid tot landschapsschilder, maar wijdde zich naderhand uitsluitend aan de letteren. Bekend bleven vooral zijn novellen, die half in het Nederlands, half in een Betuws dialect het plattelandsleven romantiseren. Enkele werken van zijn hand zijn: 'Betuwsche novellen', 'Overbetuwsche novellen' en 'Anna Rooze'. Zie ook 'Cremerweg' in Den Haag.

 

D

Top

Damsigtstraat

David Klemanlaan

Deernsstraat

Delflandlaan

Van Deventerlaan

Van Deventerplein

Dirk van Voorburglaan

Distelweide

Dobbe

Laan van Dobbe tot Zegge

Via Donizetti

Dormaellaan

Douwes Dekkerpad

Douwes Dekkerstraat

Duivesteijnstraat

Van Duvenvoordelaan

 

 

Damsigtstraat

Damsigt (1926)

 

Het voormalige buitengoed 'Damsigt' aan het Oosteinde te Voorburg heeft -zoals vele andere buitengoederenallerlei bestemmingen en gedaanten gehad. In het jaar 1602 werd het nog omschreven als 'een bouwhuis met 7 morgen aan landerijen'. In 1682 wordt het 'bouwhuis' afgebroken en verrijst er een fraaie hofstede met stal, koetshuizen en speelhuis. Vanaf 1706 tot het begin der 19e eeuw was het buitengoed in bezit van de familie Van Schuylenburg, met dien verstande dat de eerste Van Schuylenburg, mr. Willen Hendrik, in 1719 een geheel nieuwe buitenplaats liet bouwen met elf kamers, een eetzaal, twee keukens, een kelder en een wijnkelder. In de eerste helft van de 19e eeuw resteerde er van het uitgestrekte buiten nog slechts een tuinderij. De prachtige theekoepel, die door Van Schuylenburg bij zijn bezit was gevoegd, werd in 1843 aan de pastoor van de kerk van Veur geschonken en deed tot 1968 dienst als aula op het St.Agathakerkhof te Veur. De onderdelen ervan zijn nog steeds bewaard met de bedoeling de koepel nog eens op een geschikte plaats in Voorburg te herbouwen. Op de plek waar eens 'Damsigt' stond, staat sinds de zeventiger jaren een groot gebouw, in de volksmond 'Damsigtflat' genoemd, dat in gebruik is genomen door Fina Nederland B.V.

 

David Klemanlaan

't Loo (1960)

 

David Kleman (1725 - 1780) was vanaf 16 april 1758 tot 20 september 1776 predikant van de Hervormde Gemeente te Voorburg. Hij woonde in Voorburg in het pastoriegebouw op de plek waar thans huize 'Rustoord', aan de Raadhuisstraat, is gesitueerd. Liet in 1774 een boek verschijnen onder de titel "De orde des heils". Deze uitgave bezorgde dominee Kleman veel narigheid, vanwege de te grote vrijzinnigheid waarvan dit boek naar althans naar de mening van sommigen getuigde. In 1776 vroeg hij om gezondheidsredenen ontslag en kreeg die met behoud van traktement Hij werd in de Oude Kerk te Voorburg begraven. Op zijn grafzerk staat te lezen: "Een geest vol kundighêen, een vijand van vooroordeel. Die nu met hemelsch licht, Gods wegen, na zijn lust, Bevrijd van dwaling, kent. 't Is Kleman, die hier rust".

 

Deernsstraat

Noord-nieuw (1951)

 

De in 1806 te Tiel geboren emerituspredikant, Peter Marinus Deerns, was raadslid in Voorburg van 1863 tot 1868, waarvan wethouder vanaf 1865. Vertrok na zijn wethouderschap in 1868 naar 's-Gravenhage.

 

Delflandlaan

't Loo (1960)

 

Naar het hoogheemraadschap Delfland in de provincie Zuid-Holland. Als stichtingsjaar van dit hoogheemraadschap wordt genoemd het jaar 1289 als graaf Floris V vanuit zijn jachthuis 'Vogelsanck' bij Noordwijkerhout een oorkonde -laatschrijven "aan onze welgeminde heemraeden van Delflant ende die naemaels wesen sullen" waarin deze het recht en de plicht kregen te keuren en te schouwen oftewel te controleren. In feite kregen de hoogheemraden hiermee een pakket aan taken en macht toegeworpen: wetgeving, rechtsvordering, rechtspraak en wat we tegenwoordig noemen: de politietaak op het gebied van de waterstaat. Delfland maakt met Rijnland en Schieland de drie belangrijkste hoogheemraadschappen van de provincie uit en houdt zich nog steeds zeer intensief met waterhuishouding en -zuivering bezig. Op waterstaatkundig terrein maakt de gemeente Voorburg deel uit van Delfland.

 

Van Deventerlaan

Oost (1924)

 

Dr. Hendrik van Deventer (16 maart 1651 te 's-Gravenhage geboren en 12 december 1724 in Voorburg gestorven). Hendrik van Deventer behoorde vanaf 1678 tot de volgelingen van Jean de Labadie, naar hem de Labadisten genoemd. Deze van de Hervormde Kerk afgescheiden gemeente, ook wel de sekte van "de sprekende broeders" genoemd, onthield zich van opsmuk met gouden en zilveren sieraden en stond een onbeperkte gemeenschap van goederen voor. Hendrik was een zeer succesvol geneesheer, maar kwam tot de ontdekking dat, zolang hij Labadist bleef, het door hem met zijn werk vergaarde fortuin, niet in eigen zak vloeide, maar in dat van de gemeenschap der Labadisten. In 1692 verliet hij het centrum der Labadisten te Wiewerd. In 1694 promoveerde hij aan de Hoge School te Groningen en keerde naar zijn geboorteplaats 's-Gravenhage terug, (Amsterdamsche Veerkade 20), waar hij een artsenpraktijk wilde vestigen. Daar werd hij echter geweigerd vanwege het feit dat hij in onvoldoende mate het Latijn machtig was. Hij vestigde zich daarop in Voorburg en woonde aanvankelijk in huize 'De Poort' tegenover de Oude Kerk. Hij kocht in 1705 de buitenplaats 'Sionslust'. Hij heeft grote verdiensten vooral op medisch gebied, schreef belangrijke verhandelingen over verloskunde en was een vooraanstaand bestrijder van de toen zeer verspreide rachitis ofwel Engelse ziekte. In 'Sionslust' had Van Deventer zelfs een eigen leerlooierij voor het vervaardigen van orthopedische toestellen en een eigen drukkerij voor de verspreiding van de medische geschriften.

 

Van Deventerplein

Oost (1925)

Zie Van Deventerlaan

 

Dirk van Voorburglaan

't Loo (1960)

 

Dirk of ook wel Theodoricus de Vorburg, wiens naam in 1198 in een grafelijke oorkonde wordt vermeld, was een grafelijke leenman van adellijken bloede. Hij wordt beschouwd als de eerste, althans oudst bekende, ambachtsheer van Voorburg.

 

Distelweide

Essesteijn (1972)

Straat met vast achtervoegsel.

 

De distel is behalve de doorgaans paarse bloem op stekelige stam, in de heraldiek tevens het symbool van Schotland.

 

Dobbe

Sijtwende (2000)

 

De dobbe is een term voor een kuil of groeve, dan wel een veenpoel. Deze term is -zoals die van onder meer 'horst', zegge' en 'wedde'- afkomstig uit het jargon van het polder- en waterland.

 

Laan van Dobbe tot Zegge

Sijtwende (2000)

 

Dobbe is een oude benaming voor veenpoel, ook wel voor kuil of groeve. Zegge, ook wel 'bent' genoemd is de benaming voor de lichte begroeiing van licht houtgewas, zoals wilgen, elzen en berken, alsook voor diverse grassoorten waar de boeren niet erg op gesteld waren.

 

Via Donizetti

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist Gaetano Domenico Maria Donizetti, op 29 november 1797 geboren te Bergamo en op 8 april 1848 in zijn geboortedorp Bergamo overleden. Heeft niet minder dan 74 opera's geschreven, waaronder de bekendste 'De Liefdesdrank' uit 1832 en 'Lucia di Lammermoor uit 1835. Deze laatste opera leverde hem een functie op aan het Napolitaanse conservatorium. Zijn belangrijkste rivaal daarbij was Vincenzo Bellini. Donizetti maakte veel concertreizen. Een geestesziekte maakte hem het werken aan het eind van zijn leven onmogelijk. Donizetti had een voorliefde voor lugubere taferelen, felle hartstochten en tragedies. Een typisch vertegenwoordiger van de Italiaanse romantiek dus. Hij werd bijna 51 jaar.

 

Dormaellaan

't Loo (1960)

 

Dominee Gerardus Martinus Dormael, afkomstig van Oude en Nieuwe Niedorp (Noord-Holland), was van 1603 tot 1608, predikant van de hervormde gemeente aan de Herenstraat. Hij vertrok in 1608 naar Krommenie. Hij komt als tweede voor op het predikantenbord in de Oude Kerk.

 

Douwes Dekkerpad

Noord-nieuw

Zie Douwes Dekkerstraat

 

Douwes Dekkerstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Eduard Douwes Dekker (1820-1887), uit Friese ouders geboren, vertrok reeds op 18-jarige leeftijd naar Nederlands-Indië. Leerde zijn echtgenote in Batavia kennen. Werd benoemd tot assistent-resident van Lebak. Hij protesteerde heftig tegen bestaande maatschappelijke mistoestanden en uitbuiting van de inlanders. Zijn 'Max Havelaar', dat hij onder het pseudoniem 'Multatuli' (= 'veel heb ik geleden') getuigt daarvan in alle toonaarden. Zijn opstandig idealistische aard maakte hem tot een man van uitersten. Leefde met zijn familie in bittere armoede, maar wist toch van de opbrengst van zijn pennenvrucht: 'Wys my de plaats waar ik gezaaid heb' (1861), een bedrag van ƒ 1.300,- af te staan voor de slachtoffers van een banjir (overstroming), zijnde één tiende van de gehele Nederlandse opbrengst. Naast 'Max Havelaar' mag niet onvermeld blijven 'Woutertje Pieterse' een roman en zijn bekendste toneelstuk 'Vorstenschool'.

 

Duivesteijnstraat

Damsigt (1926)

 

De ridderhofstede 'Duivesteijn' of 'klein Duvenvoirde' was reeds in de 14e eeuw gelegen aan het Oosteinde en was eigendom van de ridders van Duvenvoirde en behoorde tot het bezit van het thans nog bestaande kasteel 'Duivenvoorde' te Voorschoten. Toen in de 17e eeuw de ridderhofstede werd afgebroken, verrezen de boerderijen 'West-' en 'Oost-Duyvesteijn'. De voormalige boerderij 'West-Duijvesteijn' aan de Veurselaan werd een aantal jaren geleden geheel met de grond gelijk gemaakt en volgens het oude grondplan als complex van wooneenheden heropgericht. De voormalige boerderij 'Oost-Duyvesteijn', eveneens aan de Veurselaan, is thans als verenigingsgebouw in gebruik bij hockeyclub 'Cartouche'.

 

Van Duvenvoordelaan

Noord-oud (1926)

 

Het geslacht Van Duvenvoirde of Van Duivenvoorde komt eeuwenlang in de Voorburgse historie voor. De oudste zoon was steeds eigenaar van het thans nog bestaande kasteel Duivenvoorde onder Voorschoten. Gevolg was dat de broers of zusters woonplaatsen elders moesten zoeken. Wij vinden dan ook leden van het geslacht Van Duvenvoirde onder meer in het kasteel 'De Werve' en de ridderhofstede 'Duivestein' alsmede de daarbij behorende boerenhofsteden 'West-Duyvesteijn' en 'Oost-Duyvesteijn'. Een tweetal Van Duvenvoirdes verdienen extra vermelding. Dirk van Duvenvoirde (gehuwd met Dieuwer Ruygrok, dochter van Willem, heer van de Werve) was met zijn broer Arent van Duvenvoirde, betrokken bij de moord op Jonkvrouwe Aleid van Poelgeest op 22 september 1393. Deze moord hield verband met de vanaf 1345 heersende Hoekse en Kabeljauwse twisten. Hertog Albrecht van Beijeren, wiens geliefde Aleid het slachtoffer werd van deze moordaanslag, liet verschillende erbij betrokken edelen een kopje kleiner maken, maar verleende de beide broers in 1394 vergeving. Dat betekende overigens wel dat zij een tegenprestatie moesten leveren. Dirk moest onder andere met twee gewapende mannen optrekken tegen Arkel.

 

E

Top

Eemwijkplein

Eemwijkstraat

Eenhoornstraat

Effathalaan

Van Egmondestraat

Einddorpstraat

Elias Annes Borgerkade

Elsbergstraat

Elzendreef

Emeraldhof

Emmastraat

Essepad

Essesteijnstraat

Van Everdingenstraat

Ewoudt van der Dussenlaan

 

Eemwijkplein

Oost (1924)

 

De buitenplaats 'Eemwijk' aan het Oosteinde was oorspronkelijk een boerenhofstede. In de 17e eeuw was het buitengoed eigendom van Willem de Nobelaer en Wilhelmina Snouckaert. Na 1721 werd een zekere Jannetje Parve, vrouwe van Eemnes-Buiten en Eemnes-Binnen, (aan het riviertje de Eem te Utrecht) de eigenares en liet in plaats van de boerderij een herenboerderij bouwen, die zij toen de naam 'Eemwijk' meegaf. Rond 1918 werd ook deze herenboerderij weer afgebroken om plaats te maken voor de villa zoals wij die thans nog kennen. De toenmalige eigenaar Cornelis Blad liet de beroemde Delftse glazenier Jan Schouten (1852-1937) maar liefst 118 gebrandschilderde ramen in de villa vervaardigen. De twee laatste bewoners/eigenaren waren de bekende Rotterdamse scheepsbouwer Bart Wilton en ten leste de Italiaanse wasmachinegigant E. Zanussi. Vanaf 1970 is het gebouw als kantoor in handen van de Besturenraad van het Protestants Christelijk Onderwijs in Nederland.

 

Eemwijkstraat

Oost (1924)

Zie Eemwijkplein

 

Eenhoornstraat

Oost (1924)

 

Genoemd naar de oude -niet meer bestaande boerderij 'De Eenhoorn', later omgedoopt in 'Zuyderloo'. De 'Eenhoorn' maakte met de oude boerderijen 'Westerloo' en 'Oosterloo' deel uit de van de 'Groote Loo' (Zie Loolaan). De boerderij stond ter hoogte van de huidige Loolaan. De eenhoorn is een nog veel in heraldische wapens voorkomend fabeldier. Het wordt afgebeeld als een wit paard met een hoorn voor op het hoofd en gespleten hoeven. Deze figuur is het beeld van de maagdelijkheid, dapperheid en strijdlust, omdat oud volksgeloof wil dat het eertijds in grote vijandschap geleefd zou hebben met de leeuw

 

Effathalaan

West (1928)

 

Genoemd naar het in 1888 opgerichte christelijke instituut voor dove kinderen 'Effatha'. De naam 'Effatha' (= word geopend) is ontleend aan het bekende verhaal in Marcus 7, 34 waarin Christus een doofstomme man geneest. Instituut 'Effatha' is vanaf 1926, na begonnen te zijn in Dordrecht, gevestigd geweest in de oude buitenhuizen 'Arentsburgh' en 'Hoekenburg' tussen de Effathalaan en de Vliet. Sinds augustus 2000 is het Christelijk Instituut voor Doven verhuisd naar Zoetermeer. In de leeggekomen gebouwen worden wooneenheden gerealiseerd.

 

Van Egmondestraat

Noord-oud (1924)

 

De familie en titelnaam Van Egmonde wordt op 22 mei 1429 vermeld in een oorkonde betreffende de zogenoemde 'overtocht' of 'overtoom' op de grens tussen Voorburg en Leidschendam. In dit document ontvangt Jonkvrouwe Willem van der Wateringe Jansdochter van Egmonde en Willem van Naeltwijck dit recht voor hen of voor de wettelijke nakomelingen van Willem van Egmonde.

Zie ook: Van Barbansonstraat

 

Einddorpstraat

Centrum (1927)

 

Genoemd naar de hofstede 'Eijnddorp' ten noorden van het Oosteinde, voorheen Heereweg genoemd en de scheidingswatering. Het buiten werd in het laatst van de 17e eeuw gesticht en is halverwege de 19e eeuw afgebroken.

 

Elias Annes Borgerkade

Noord-nieuw (1953)

 

Naar Elias Annes Borger (1784 - 1820). Borger was een Nederlands letterkundige en predikant. Hoogleraar in de theologie en letteren te Leiden (1815) en befaamd kanselredenaar. Hij is onder meer bekend door zijn 'Ode aan den Rijn' (1820).

 

Elsbergstraat

Damsigt (1925)

 

De zogenoemde 'Elsberg', een heuvel van waarschijnlijk Romeinse oorsprong en met elzenbomen beplant, was gelegen bij het Oosteinde tussen de 14e eeuwse ridderhofstede 'Duijvesteijn' en de landscheiding. In de voor-reformatorische tijd trok men in de jaarlijkse processie vanuit de Oude Kerk rond deze heuvel en keerde van daaruit weer naar de dorpskerk terug. Toen men in het midden van de 17e eeuw deze heuvel afgroef, vond men onder meer Romeinse munten met de beeldenaars van de keizer Trajanus en Antonius Pius.

 

Elzendreef

Essesteijn (1972)

Straat met een vast achtervoegsel.

 

De els is een boom die veel langs het water wordt aangeplant. De knoppen zijn tijdens het voorjaar en in de winter prachtig blauw van kleur. Het witte hout verkleurt na velling tot roodbruin. De bloemen bloeien in katjes en de vruchten zijn de zgn. 'elzenproppen, de bladeren hebben een veelal gezaagde vorm. Het hout wordt gebruikt voor het maken van kisten, triplex, snijwerk, speelgoed, lijsten, borstels en klompen.

 

Emeraldhof

Damsigt (1976)

Straat met een vast achtervoegsel.

 

Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven. Emerald is een bepaalde grasgroene kleur, zoals van de smaragdedelsteen.

 

Emmastraat

Oost (1921)

 

Prinses Adelheid Emma Wilhelmina Theresia von Waldeck-Pyrmont (1858-1934), sinds 1879 tweede echtgenote van Willem III, koning der Nederlanden. Moeder van de latere koningin Wilhelmina. Koningin-regentes over haar minderjarige dochter van 1890-1898.

 

Essepad

Damsigt (1990)

 

Geen beschrijving beschikbaar. Aan deze straat liggen molen de Vlieger uit bouwjaar 1621 en boerderij Essesteijn uit bouwjaar 1760.

 

Essesteijnstraat

Damsigt (1926)

 

De landen waarop bijna twee en halve eeuw later de buitenplaats 'Essesteyn' werd aangelegd behoorden in 1400 toe aan Dirc Reynerss, schout van Voorburg en eigenaar van het kasteel 'De Loo'. In 1438 waren de daarop staande huizen afgebroken en kwam de eigendom aan de familie Potter van der Loo. Pas na 1635 is er sprake van een buitenhuis, gesticht door Willem Ketting de Jonge, Tresorier en Raad van de Domeinen van de Prins van Oranje. Het prachtige inrijhek dat toegang gaf tot de grote oprijlaan lag aan het Oosteinde recht tegenover 'Eemwijk'. De buitenplaats zelf was gelegen aan de Parkweg ter hoogte van de Buitenruststraat. In 1760 liet de weduwe van Gerard Cornelis van Riebeek, Charlotte Beatrix Strick van Linschoten van Riebeek een nieuwe boerderij bouwen, die zij eveneens de naam 'Essesteyn' gaf. Deze boerderij bestaat nog steeds als de stadskinderboerderij aan de huidige Ultramarijnhof. De initialen van de stichtster zijn naast het jaartal 1760 afgebeeld in de nok van het dak: In 1871 werd de buitenplaats geheel afgebroken en bleef slechts de witte boerderij over, (direct achter het toegangshek aan het Oosteinde) alsmede de oranjerie aan de Laan van Leeuwensteijn. In 1924 werd de overgebleven witte boerderij (eveneens 'Essesteyn' geheten) afgebroken. De oranjerie verdween in de twintiger jaren bij de bouw van de huizen aan de Laan van Leeuwesteijn. Het statige smeedijzeren toegangshek verhuisde via een omweg uiteindelijk in 1959 naar de Leidsestraatweg in het Haagse Bos en werd toegangshek tot Huis ten Bosch. Buiten dit fraaie hek is thans de boerderij 'Essesteijn' -aan wat thans heet de Ultramarijnhof de enig tastbare herinnering aan een omvangrijk Voorburgs buitengoed.

 

Van Everdingenstraat

Noord-nieuw (1951)

 

De notulen van de openbare gemeenteraadsvergadering maakt op 7 februari 1884 melding van het feit dat 'Ingevolge het overlijden van den Heer A.J. Baesjou van Vronesteijn' wordt overgegaan tot de verkiezing van een nieuwe wethouder. De heer T.J.M. van Everdingen vergaart vier stemmen op zijn naam. De twee overige stemmen worden gelijkelijk verdeeld over nog twee raadsleden. Daarmee is de heer Van Everdingen, die reeds een aantal jaren raadslid was verkozen tot wethouder. Hij blijft dit zes jaar lang tot 1890.

 

Ewoudt van der Dussenlaan

't Loo (1960)

 

Ewoudt van der Dussen (1574 - 1653) was sedert 1612 burgemeester van de stad Delft. Doordat Maria de Melun, in opdracht van haar echtgenoot Lamoraal prins van Ligne, op 26 september 1615 voor een bedrag van ƒ 19.400,- de ambachtsheerlijkheid Voorburg aan de burgemeesters van Delft had verkocht, was Ewoudt van der Dussen sedert die tijd niet alleen burgemeester van Delft, maar tevens ambachtsheer van Voorburg geworden. Saillante bijzonderheid is overigens dat aan die Delftse voogdij over Voorburg in 1828 een einde kwam en Voorburg baas in eigen huis werd voor een bedrag van. ƒ 7.500,-. Toch was dit bedrag in 1828 voor het gemeentebestuur moeilijk op tafel te krijgen. De zeer vermogende en hulpvaardige Jhr. mr. Hendrik Johan Caan, eigenaar en bewoner van 'Arentsburgh', kwam het gemeentebestuur daarbij te hulp en schoot het bedrag voor tegen een jaarlijkse rente van 5%. Zo verkreeg Voorburg na 213 jaar zijn onafhankelijkheid als zelfstandige gemeente.

 

F

Top

Van Faukenbergestraat

Van Faukenbergeplein

Burgemeester Feithplein

Flaviusstraat

Graaf Florisstraat

Fonteijnenburghlaan

Frans Cobellaan

Franse Kerkstraat

Frans Mortelmansstraat

Fransstraat

Frederik van Eedenstraat

 

Van Faukenbergestraat

Noord-oud (1926)

 

In de lijst van leensovergangen en overdrachten van de ambachtsheerlijkheid van Voorburg komt ook de titel 'Van Faukenberge' voor. In 1546 lezen wij dat Joncheer Philips van Ligne de rechten op de ambachtsheerlijkheid erft van zijn moeder 'Vrou Marie, Vrouwe van Wassenaere, huijsvrouw van Jacob, Grave van Ligne, Van Faukenberge enz., Ridder van de ordere van den Gulden Vliesen, Raedt ende Camerling'.

 

Van Faukenbergeplein

Noord-oud (1926)

Zie Van Faukenbergestraat

 

Burgemeester Feithplein

Noord-nieuw (1983)

 

Jonkheer meester Antoine Feith (1916 - 1982) was van 1 januari 1959 tot en met 30 april 1976 burgemeester van Voorburg. Tijdens zijn ambtsperiode werden veel bouwactiviteiten in de gemeente ondernomen, zoals nieuwbouwprojecten in 't Loo, het winkelcentrum de 'Julianabaan', de aanleg van de 'Utrechtse Baan' en de restauratie van historische objecten zoals de Oude Kerk en huize Swaensteijn. Hij was een belangrijk promotor van de sport. Er werden twee sporthallen, een overdekt zwembad en diverse sportvelden aangelegd. Was vanaf het overlijden in 1959 van Karel Lotsy, de oprichter van de Nederlandse Sport Federatie, voorzitter van deze organisatie en bleef dat tot 1977. Werd later omwille van zijn bijzondere verdiensten op sportgebied onderscheiden met het Erelidmaatschap van de Nederlandse Sportfederatie. Was tevens voorzitter van de Stichting Nederlandse Sporttotalisator. Daarnaast was hij officier in de Orde van Oranje-Nassau en ereridder van de Johanniter Orde. Trad in 1976 om gezondheidsredenen af als burgemeester van Voorburg en overleed op zijn 66-ste verjaardag op 20 september 1982 te 's-Gravenhage.
Het plein bij het inmiddels afgebroken en door nieuwbouw vervangen sportcentrum "De Vliegermolen" werd, om hem postuum te eren vanwege zijn inzet voor de sport, van Raadhuisplein omgedoopt in Burgemeester Feithplein.

 

Flaviusstraat

West (1929)

 

Flavius Josephus (37 - ca 100). Joods geschiedschrijver. Schreef een historie over het Joodse volk, zijn oorlogen en oudheden. Haalde zijn kennis dikwijls uit de bijbel, doch is onze voornaamste bron wat betreft de geschiedenis van het Joodse volk van 450 tot 167 voor Christus. Flavius stond sedert het jaar 67 aan Romeinse zijde na een mislukte interventie in de Galilese opstand.

 

Graaf Florisstraat

Noord-oud (1926)

 

Naar Floris V (1256 - 1296), graaf van Holland, bijgenaamd 'der Keerlen God'. Raakte in strijd met de Engelse koning en verbond zich met Frankrijk. Ontevreden edellieden: Geraert van Velzen, Herman van Woerden, Gijsbrecht van Aemstel, namen hem op een jachtpartij gevangen en wilden hem naar Engeland voeren; het te hoop gelopen volk verijdelde dit; hij werd nadien door de edelen vermoord. Als graaf van Holland gaf hij rond 1300 gronden in Voorburg te leen aan leden van het adellijke geslacht Van Wassenaer, die tot 1616 de heerlijke rechten zouden blijven behouden.

 

Fonteijnenburghlaan

West (1955)

 

Aan het eind van de 17e eeuw kocht een zekere Rogier van Cleeff een rond 1600 gebouwd huis, dichtbij de Oude Tolbrug aan het Westeinde. Rogier, die fontein-werker was van beroep, verfraaide zijn huis tot een buiten en gaf het in overeenstemming met zijn beroep de naam: 'Fonteynenburg'. Het vak van fonteinwerker was, mede door toedoen van de Oranjevorsten, erg in zwang. Zij lieten immers graag hun tuinen verfraaien met spuitende fonteinen en -doorgaans klassieke- tuinbeelden. Rogier van Cleeff was blijkbaar een meester in zijn vak, want hij bracht het tot 'fonteijnier op 't Loo'. En in dit geval is bedoeld het befaamde lustoord van koning-stadhouder Prins Willem III in Apeldoorn.

 

Frans Cobellaan

't Loo (1960)

 

De naam van Frans Cobel komt een aantal malen voor in het 'Memoriboec van Voirburch'. Omstreeks 1525 vermaakt Frans Cobel, heer van 'De Loo', tot zijn memorie (nagedachtenis) 'jairlix de kerck van Voirburch 1 pont' 'De Loo' blijft nog enige decennia in het bezit van de familie Cobel. De familie was kennelijk zeer verknocht aan hun bezit want rond 1557 treffen wij een Dirck Cobel aan, die zijn familienaam heeft uitgebreid met dat van zijn bezit en zich Cobel van der Loo gaat noemen.

 

Franse Kerkstraat

Centrum (1885)

 

De Franse Kerk werd in augustus 1726 ingewijd. Het kerkje werd gesticht om de Franse refugiés (vluchtelingen), die vanwege hun godsdienstige overtuiging tussen 1680 en 1700 uit Frankrijk naar Nederland waren uitgeweken, een Godshuis te bieden. Daarenboven is de kerk, met zo'n 200 zitplaatsen, ook ruim twee eeuwen het bedehuis voor een bepaalde elite geweest, omdat er èn in het Frans werd gepreekt èn omdat de dienstdoende 'pasteurs' vaak van een bijzondere welsprekendheid getuigden. Tot die elite behoorden leden uit vooraanstaande Voorburgse families, zoals Van Halewijn, maar ook de jonge elite van de Voorburgse kostscholen hadden er hun eigen aangewezen plaats. In 1926 werd het gebouwtje verhuurd aan de Vereniging van Vrijzinnig Godsdienstigen. Het aantal gemeenteleden van de Franse kerk liep danig terug, zodat in 1947 de weinige overgebleven gemeenteleden zich gingen samenvoegen met de Waalse gemeente te 's-Gravenhage. Uiteindelijk werd in 1949 het monument verkocht aan de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt voor een bedrag van f 53.000,- en verdween de 'Eglise Française' voorgoed uit de Voorburgse samenleving. Het gebouw zelf is tot op de dag van vandaag als bedehuis in gebruik, al wordt er niet meer in het Frans gepreekt

 

Frans Mortelmansstraat

Noord-nieuw (1991)

 

Franciscus Gomarus Mortelmans (Rotterdam 1889 - Voorburg 1964), woonde vanaf 1937 met zijn echtgenote te Voorburg op Park Leeuwensteijn 15. Was directeur van een drukkerij. Frans Mortelmans was een vermogend man en heeft met dit vermogen veel, vooral culturele doelen, gesteund. Na de Tweede Wereldoorlog steunde hij onder meer een Joodse jongen financieel bij zijn studie. In 1963 heeft hij een deel van zijn vermogen in een Stichting met zijn naam ondergebracht. Uit de fondsen van deze stichting is in 1985 aan de Oude Kerk te Voorburg het thans regelmatig spelende en 38 klokken tellende carillon geschonken. Bovendien is uit de fondsen van de Frans Mortelmansstichting een bijdrage geleverd aan de vernieuwde aanleg van de tuinen van 'Hofwijck'.

 

Fransstraat

Noord-oud (1924)

 

Gerrit Franss, (overleden in 1611) was blijkens de lijst van leensovergangen en overdrachten de jongste burgemeester van de stad Delft toen in 1580 de rechten voor de zogenoemde overtocht bij Voorburg in 1580 overgingen naar de stad Delft. Het recht op de overtocht of overtoom was een niet onbelangrijke bron van inkomsten voor de bezitters ervan. De schepen in de Vliet werden door middel van lieren over land versleept naar een respectievelijk hoger of lager gelegen gedeelte water bij gebreke van schutsluizen, zoals die thans in Leidschendam functioneren.

 

Frederik van Eedenstraat

Noord-nieuw (1939)

 

Frederik van Eeden (1860-1932), Nederlands dichter, schrijver van sterk beeldend proza en toneelstukken. Was medeoprichter van de 'Nieuwe Gids', een literair tijdschrift van de zogenoemde Tachtigers (ca. 1880 - ca. 1894). Studeerde medicijnen en stichtte te Bussum op coöperatieve basis de kolonie 'Walden', welke mislukte. Ging in 1921 tot het Rooms-katholieke geloof over. Tot zijn bekendste werken behoren: 'De Kleine Johannes' (1887), waarin de op elkaar volgende levensfasen telkens gesymboliseerd worden in een sprookjesfiguur en de roman 'Van de koele meren des doods' (1900).

 

G

Top

Van Gaesbekestraat

Gardulflaan

Baron van Geltingenlaan

De Genestetstraat

Von Geusaustraat

Goeverneurkade

Groenelaantje

Groen van Prinstererlaan

Guido Gezellestraat

Gijsbrecht Bokellaan

 

Van Gaesbekestraat

Noord-oud (1926)

 

De titel 'Van Gaesbeke' is een van de titels die wij terugvinden bij de vele namen en toenamen van de rechthebbenden op de ambachtsheerlijkheid en de zogenoemde overtocht van Voorburg. Het recht op de overtocht van Voorburg komt op 13 januari 1527 in handen van Joncheer Henrick van Heurne en heer van Gaesbeke, door het overlijden van zijn moeder Barbara van Montfoort, Vrouwe van Gaesbeke.

 

Gardulflaan

't Loo (1960)

 

Gardulf of Gardolf was omstreeks 880 een Frankische graaf in Friesland. Hij bezat o.a. Urk. Hij wordt in het jaar 885 genoemd als gezant van de Noorse hertog Godfried aan het hof van keizer Karel de Dikke. Was betrokken bij de vorming van het graafschap Holland.

 

Baron van Geltingenlaan

't Loo (1960)

 

De zeer vermogende Seneca Ingersen, (1714 - 1786), Deen van geboorte, was bewindhebber van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Woonde vele jaren in Den Haag onder andere in de buurt van de Kneuterdijk en aan het eind van de Zeestraat bij het Scheveningse Bos. Kocht in 1758 een uit 1231 daterend slot "Gelting" in het toen nog Deense Sleeswijk-Holstein. Een jaar later, in 1759, verleende de Deense koning Frederik V hem de titel 'baron von Geltingen'. In 1770 liet baron van Geltingen het middelste gedeelte van het slot afbreken en in Hollandse stijl opnieuw optrekken. Alhoewel Seneca Ingersen, Baron van Geltingen, nooit iets met Voorburg van doen heeft gehad, heeft hij één dag voor zijn overlijden in zijn laatste wilsbeschikking aangegeven dat hij in Voorburg of in Rijswijk begraven wenste te worden. Na een aantal strubbelingen is zijn stoffelijk overschot uiteindelijk in de Oude Kerk bijgezet in de mooiste grafkelder met afmetingen van maar liefst 2 m. bij 2 m. en 1,69 m. en geheel bezet met schitterende wit geglazuurde tegeltjes. De grafkelder is na de meest recente restauratie niet meer toegankelijk, maar boven de gebeeldhouwde binnendeuren is een groot epitaaf of grafmonument van de Baron te bezichtigen, en tegen één der zijmuren een bronzen plaat die in vroeger jaren zijn kist dekte.

 

De Genestetstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Petrus Augustus de Genestet (1829-1861), was predikant bij de Remonstrants-Gereformeerde gemeente en dichter. Vooral bekend door zijn 'Leekedichtjes' en zijn bundel 'Laatste der Eerste'. De 'Leekedichtjes' geven een heldere voorstelling van de strijd van de Modernen in de Nederlandse Hervormde Kerk. De Genestet was sinds 1852 predikant te Delft, maar moest in 1859 om persoonlijke redenen -na het verliezen van vrouw en kind zijn ambt neerleggen en vestigde zich te Amsterdam. Hij overleed in Rozendaal (Gld.).

 

Von Geusaustraat

Noord-oud (1933)

 

Vernoemd naar jonkheer meester Willem Arnoud Alting Lamoraal von Geusau (1805-1868), die van 1850 tot 1855 burgemeester van Voorburg was. Burgemeester von Geusau werd bij zijn aanstelling niet alleen benoemd tot burgemeester van Voorburg, maar tevens nog tot schout van de Ambacht Voorburg en de binnen de gemeente gelegen Veen- en Binckhorstpolder. Pas bij de nieuwe Gemeentewet van Thorbecke werd in 1851 het ambt van schout afgeschaft. Von Geusau wist de jaarlijkse kermis in Voorburg te handhaven ondanks dat men van hogerhand vond dat de kermisvieringen "met uitspatting en zedeloosheid" gepaard ging. Von Geusau bleef ook na zijn aftreden als burgemeester gewoon raadslid in Voorburg. Von Geusau werd geboren op 3 december 1805 te Maastricht en stierf op 13 november 1868, bijna 63 jaar oud.

 

Goeverneurkade

Noord-oud (1935)

 

Johan Jacob Antony Goeverneur (1809 - 1889), Nederlands letterkundige. Vooral bekend als kinderdichter. Hij schreef onder het pseudoniem 'Jan de Rijmer'. Hij verwierf de meeste bekendheid met zijn bewerking van de 'Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen'

 

Groenelaantje

Oost (1951)

 

Een lommerrijk laantje, dat haaks ligt op de Broeksloot, naast het Boerenbos. Aan dit laantje zijn geen huisnummers te vinden. Overigens zijn het Groenelaantje èn het nog te realiseren Bellinistraatje, de enige straatjes die met een verkleinwoordje worden aangeduid binnen oude grenzen van Voorburg.

 

Groen van Prinstererlaan

Oost (1907)

 

Mr. Guillaume Groen van Prinsterer (1801 - 1876), antirevolutionair staatsman en historicus. Studeerde letteren en rechten te Leiden. Werd in 1833, tezamen met zijn vader dr. Petrus Jacobus Groen van Prinsterer (1765 - 1837), staatsraad in buitengewone dienst van de Raad van State. Was vele jaren belast met het toezicht op het Koninklijk Huisarchief, in welke functie hij belangrijk werk op historisch gebied verrichtte. Was van 1849 - 1865 lid van de Tweede Kamer. Hier was hij de leider van de kleine antirevolutionaire groep, van welke richting hij de grondlegger was. 'Groen', zoals hij kortweg werd genoemd, was een belangrijke figuur van het Reveil en tegenstander van het liberalisme van Thorbecke. Mr. Guillaume Groen van Prinsterer werd geboren op de buitenplaats 'Vreugd en Rust' aan het Oosteinde te Voorburg, waar hij met zijn ouders vooral in de zomermaanden verbleef. In 1828 huwde hij te Groningen Elisabeth Maria Magdalena van der Hoop, dochter van de burgemeester van die stad. Als in 1837 zijn vader, dr. Petrus Jacobus Groen van Prinsterer overlijdt, erft zijn oudste zuster Cornelia 'Vreugd en Rust'. Zelf erft hij het ouderlijke patriciërshuis aan de Korte Vijverberg (nu nummer 3) te 's-Gravenhage. In 1849 koopt hij 'Hofwijck', het oude buiten van Huygens, dat op dat moment in sterk verwaarloosde toestand verkeert en verhuurt dit aan de kanselredenaar prof. ds. J.J. van Oosterzee, de schoonvader van de bibliothecaris van Prinses Marianne. Hij werd begraven te 's-Gravenhage aan de Scheveningseweg op de begraafplaats 'Ter Navolging'.
De Groen van Prinstererlaan werd eerst Groen van Prinstererstraat genoemd en is in 1910 aangelegd op het zogenaamde bos van Prinses Marianne. Op verzoek van de bewoners werd in 1914 'straat' veranderd in 'laan'

 

Guido Gezellestraat

Noord-nieuw (1951)

 

Guido Gezelle (1830-1899), Vlaams dichter en priester. Liet een zeer omvangrijk oeuvre na. Was voor alles een begenadigd natuurdichter. Is van grote invloed geweest op de Vlaamse en Nederlandse poëzie. Bovendien lag zijn optreden aan de basis van de Vlaamse culturele heropleving aan het eind van de 19e eeuw.

 

Gijsbrecht Bokellaan

't Loo (1960)

 

Van Gijsbrecht Bokel of zoals begin 13e eeuwse geschriften hem noemen: 'Ghisebrecht Bokel' is slechts weinig bekend. Het enige wat met zekerheid kan worden vermeld is dat een zekere Claes van Voirburch (een nazaat van Dirc van Voirburch, de eerste ambachtsheer van Voorburg) in het jaar 1348 vermeld staat als echtgenoot van Genefa, dochter van de aanzienlijke -Rotterdamse- edelman Gijsbrecht Bokel. Ook is bekend dat de woning van dit echtpaar was gelegen 'westwairt an die priesteraedse', dus ten westen van de pastorie. Rond deze woning en de kerk ontwikkelde zich uiteindelijk de dorpskern, die nu het oude centrum van Voorburg uitmaakt.

 

H

Top

Laan van Haagvliet

Haasburgstraat

Hadrianusstraat

Van Halewijnlaan

Van Halewijnplein

Hartzstraat

Heeswijkstraat

Laan van Heldenburg

Prins Hendrikstraat

Hendrik van Boeijenlaan

Henry Hagalaan

Herenstraat

Herman Gorterstraat

Herman Heijermanshof

Van Heurnstraat

Hoeckvlietstraat

Hoefslag

Hoekenburglaan

Hoekwaterstraat

Hoekweg

Hofwijckstraat

Hoge Weidelaan

Holwerdalaan

Hoonvlietstraat

Horst

Van Horvettestraat

Hraniceplein

Heer Hubrechtstraat

Huijgensstraat

 

Laan van Haagvliet

Centrum (1945)

 

Het buiten 'Haagvliet', eens met 'Hoonvliet' een prachtige buitenplaats, was gelegen aan het huidige Westeinde ter hoogte van de voormalige watertoren, pal naast het buitengoed 'Middenburg'. Het buiten heette van 1637 tot 1718 'Bethlehem'. In 1718 gaf de toenmalige eigenaar Philip Germain het buiten de naam 'Haagvliet'. Het buiten werd in 1795 uitgebreid met de buitenplaats 'Tussenburg'. De laatste eigenares was Jacoba Catharina Petronella du Tour die in 1793 huwde met Lodewijk baron van Heeckeren. Baron van Heeckeren, die opperjagermeester was van koning Lodewijk Napoleon (1806-1810), gaf het buiten in gebruik aan deze koning en diens echtgenote koningin Hortense Eugenie de Beauharnais. Zij verbleef hier korte tijd om te herstellen van een ernstige zenuwinzinking als gevolg van het vroegtijdig overlijden van haar zoon. Koning Lodewijk Napoleon moest in 1810 op last van de keizerlijke broer weer terug naar Frankrijk, omdat hij zich teveel inzette voor het wel en wee van zijn -Nederlandse onderdanen en daarbij de belangen van het Franse keizerrijk uit het oog verloor. Baron van Heeckeren was geen opperjagermeester meer en verkocht in 1812 het gehele buiten. In 1816 werd het huis afgebroken en de grond bij de buitenplaats 'Middenburg' gevoegd.

 

Haasburgstraat

Damsigt (1925)

 

De buitenplaats 'Haasburg' annex boerderij is ontstaan uit het oude bezit 'Nijenburg' of 'Nienburg', gelegen ten zuidwesten van de boerderij 'West-Duijvesteijn' tegenover de vroegere buitenplaats 'Leeuwesteyn' aan het Oosteinde. In 1621 is de hofstede in het bezit van Jonker Johan van Egmond van der Nijenburch. Zo'n 150 jaar later komt het bezit via vererving in handen van een zekere mr. Gerard Haasebroek, burgemeester van Zutphen. Hij doopte het buitengoed om in 'Haasburg'. Het bezit omvatte toen nog een herenhuis, een boerenhuis, bargen en schuren en ongeveer 41 morgen wei-, teel- en hooiland, alsmede de 'vogelkooy', waar-mee de eendenkooi werd aangeduid. Het vermelde herenhuis werd in 1806 door de toenmalige eigenaar afgebroken. De overgebleven opstallen, waaronder de boerderij 'Haasburg', vallen wegens vergaande bouwvalligheid, na aankoop door het gemeentebestuur, in 1972 onder de slopershamer.

 

Hadrianusstraat

West (1929)

 

Naar Publius Aelius Hadrianus (76 - 138), Romeins keizer van 117 tot 138. Bereisde het gehele Romeinse rijk om overal orde op zaken te stellen en het bestuur te regelen. In onze lage landen wordt hij rond de jaren 120 of 121 gesignaleerd. Hadrianus is de bouwer van de beroemde 'Engelenburcht' te Rome. Volgens de heersende opvattingen zou zijn naam verbonden zijn aan de Romeinse nederzetting die reeds in de eerste eeuw na Christus in Voorburg werd gesticht. Naar aanleiding van zijn inspectiereis werd de Romeinse stad 'Forum Hadriani' gedoopt.

Zie ook: Arentsburghlaan

 

Van Halewijnlaan

Noord-oud (1926)

 

De familie die zich in rechte Van Halewijn mocht noemen is afkomstig uit Vlaanderen waar op 20 februari 1595 ene François van Halewijn door koning Philips II tot ridder werd geslagen. Zijn zoon eveneens François geheten kocht op 13 november 1641 het kasteel 'De Werve'. Aan deze François van Halewijn dankt de Oude Kerk van Voorburg een prachtige van zijn familiewapen voorziene koperen lezenaar. De lezenaar is nog steeds eigendom van de kerk en bevindt zich aan de kansel. In diezelfde Oude Kerk stond eertijds een schitterend van rijk houtsnijwerk voorziene familiebank. De volledige beschrijving van die bank is in de archieven van de Oude Kerk terug te vinden doch de bank zelf is in de tijd van de Franse revolutie op mysterieuze wijze verdwenen. In de Oude Kerk zijn nog meer tastbare herinneringen aan de Van Halewijns terug te vinden. Een tweetal, volledig ongeschonden en rijk geornamenteerde, grafzerken is bewaard gebleven. Door een gelukkig toeval waren de beide grafzerken in de Franse tijd met cement geëgaliseerd zodat onverlaten niet op de gedachte kwamen om de familiewapens, zoals dat met de andere grafzerken wel het geval was, te verminken.

 

Van Halewijnplein

Noord-oud (1934)

Zie Van Halewijnlaan

 

Hartzstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Mr. Johannes Philippus Hartz was schout van Voorburg (1804 - 1811) tijdens de Franse overheersing. Ten tijde van de bestuurlijke hervormingen na de totstandkoming van het koninkrijk der Nederlanden kwam Hartz nog even terug - in 1817- en wel wederom als schout. Hij moest echter in datzelfde jaar nog zijn functie om gezondheidsredenen neerleggen.

 

Heeswijkstraat

West (1897)

 

Bij de Oude Tolbrug in het Westeinde te Voorburg lag in de 15e eeuw een buitenplaats 'De Overoude Tol' genaamd, waar het geslacht Van Tedingerbroek woonde. In 1727 wordt het buitengoed bij een wisseling van eigenaar omgedoopt in: 'Oranjeburch'. Ruim 10 jaar later verandert het buiten weer van eigenaar en krijgt het de naam: 'Doeslust'. Tot weer 13 jaar later een zekere mr. Hendrik van Hees, heer van de Tempel, Berkel en Rodenrijs de eigenaar wordt en het goed voor de laatste maal wordt omgedoopt en wel in: 'Heeswijk' Deze naam bleef het buiten houden tot in 1958 de slopershamer een einde maakte -aan wat men toen noemde de villa 'Heeswijk'. Toch is er van dit buiten nog wel iets overgebleven. De wit marmeren fontein, die de laatste gefortuneerde eigenaar van 'Heeswijk': Lucas Everhard Hekmeyer na 1883 liet maken, heeft nu een plaats in Park de Werve. Maar het ten geschenke aangeboden mausoleum en de roodmarmeren urn, waarin zich zijn as bevond, weigerde de gemeenteraad van Voorburg in 1922. Crematie was in die tijd immers nog geen algemeen aanvaard maatschappelijk fenomeen. Het prachtige monument kreeg uiteindelijk een plaats op de Haagse begraafplaats 'Oud Eik en Duinen' in wat toen nog Loosduinen heette.

 

Laan van Heldenburg

Centrum (1911)

 

Het als een buitenplaats omschreven 'Heldenburg' dateerde uit de beginjaren van de 17e eeuw en was 'belent ten zuiden de Leytweg gelegen achter de Kerk'. In 1691 werd het buiten met een boerderij aan de Broeksloot eigendom van een zekere 'Seigneur Hendrik Helt' en naar hem zou het voortaan 'Heldenburch' heten. Zoals de meeste buitenplaatsen heeft ook dit buiten een aantal min of meer bekende bewoners gehad. In dit geval burgemeesters, zoals Dominicus Palairet die van 1811 tot 1827 burgemeester was van Voorburg en Otto, baron van Wassenaer van Catwyck, die van 1856 tot 1859 burgemeester van Voorburg was. Omstreeks 1930 werd dit buiten met alles wat er bij hoorde gesloopt.

 

Prins Hendrikstraat

Oost (1921)

 

Hendrik Wladimir Albrecht Ernst, hertog van Mecklenburg-Schwerin, (1876 - 1934), sinds zijn huwelijk op 7 februari 1901, met Wilhelmina Helena Pauline Maria, Koningin der Nederlanden, tevens prins der Nederlanden. Uit dit huwelijk werd in 1909 een dochter prinses Juliana geboren. Prins Hendrik stierf te 's-Gravenhage op 3 juli 1934. Op zijn uitdrukkelijk verzoek werd bij zijn begrafenis als rouwkleur geen zwart gekozen, doch wit.

 

Hendrik van Boeijenlaan

't Loo (1956)

 

Hendrik van Boeijen (1889 - 1947), nam in 1919 zitting in de Voorburgse gemeenteraad en werd kort daarna tot 1926 wethouder. Werd lid van de Staten van Zuid-Holland en gedeputeerde. Vanaf 1937 en in de oorlogsjaren was Van Boeijen minister van Binnenlandse Zaken in ballingschap. (Londen)

 

Henry Hagalaan

't Loo (1969)

 

Jhr. Henry Haga was drossaard (= gerechtsambtenaar) van Leerdam en ordinaris edelman van Amalia van Solms, de weduwe van stadhouder Frederik Hendrik, toen hij in 1664 het prachtige en verfraaide buitengoed 'De Loo' kocht. De omschrijving daarvan luidde toen: 'grote, nieuwe behuizing, oranjeplaatsen, stallingen, koetshuizen, tuinen, boomgaarden en waranden, alsmede enige partijen 'chijnsen, importeerende omtrent 24 ponden jaerlijxs'. Voorts een omheinde wildbaan, lanen, singels, alsmede 17 morgen 60 roeden land.

 

Herenstraat

Centrum (1885)

 

Een heerstraat of een heerweg is niets anders dan de gewone middeleeuwse aanduiding voor wat we nu een provinciale of rijksweg zouden noemen, dus een interlokale verbindingsweg. In het graafschap Holland liep een dergelijke heerweg of 'via regia' vanuit het Westland over een oude strandwal langs de geestdorpen Voorburg en Voorschoten tot aan Egmond. In het 'Memoriboec van Voirburch' is reeds in 1387 een aantekening te vinden van "t's graven heerstraet" en in 1466 wordt melding gemaakt van "des heren heerwech". Overigens bestond er tussen de begrippen 'straat' en 'weg' geen wezenlijk verschil.

 

Herman Gorterstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Herman Gorter behoorde evenals Boutens tot de Tachtigers. Hij leefde van 1864 tot 1927. De bekende reclamekreet 'Een nieuwe lente, een nieuw geluid' is afkomstig uit een van zijn lyrisch-epische gedichten 'Mei' uit 1889. In 'Mei' manifesteert Gorter zich als een bij uitstek impressionistische beschrijver van Hollands' schoonheid in de lente. Hij zocht inspiratie bij de wijsbegeerte van Spinoza. (Vertaling van diens 'Ethica' in 1895) Maakte in 1897 een merkwaardige ommezwaai naar het socialisme en weer later naar het communisme. Zijn grote gedicht 'Pan', dat zo'n 12.000 versregels omvatte, moest de communistische tegenhanger van 'Mei' worden, dat hij 27 jaar eerder schreef.

 

Herman Heijermanshof

Noord-nieuw (1951)

 

Herman Heijermans (1864-1924) was de schrijver van het sociaal realisme. Op alle wonde plekken in de toenmalige maatschappij wist Heijermans de vinger te leggen. Zo schreef hij in 1911 'Glnck auf' over de mijnwerkersdrama's. Schreef vooral toneelstukken over starre dogmatiek in 1899: 'Ghetto' en in 1900: 'Het zevende Gebod', over de rechteloosheid van de vissers in 'Op hoop van zegen' (1900), misstanden in het leger: 'Het pantser' (1901), de verpaupering van de landarbeiders: 'Ora et labora' (1901) en andere. Hij schreef ook enige felrealistische romans, waarvan 'Droomkoninkje' uit 1924 wel het meest populair is geworden. Onder het pseudoniem Samuel Falkland schreef hij honderden korte, vaak humoristische verhalen: de zogenaamde 'Falklandjes'.

 

Van Heurnstraat

Noord-oud (1923)

 

Jhr. Henrick van Heurne was burggraaf van Bergue Saint Winox en baron van Gaesbeke. Deze Jonkheer verkreeg in 1527 de bij Voorburg gelegen 'overtocht'. Waar nu de bekende sluisjes zijn in de Vliet in Leidschendam, was in vroeger tijd een dam waar de schepen met een katrol overheen werden getrokken en waarvoor een recht betaald moest worden. Jonkheer Henrick van Heurne werd in het jaar 1539 in de Oude Kerk van Voorburg begraven. Bij de restauratie van de kerk in 1968 kwam een vrijwel ongeschonden grafsteen vanaf een diepte van zo'n anderhalve meter te voorschijn, waarop het wapen van de familie Van Heurne stond afgebeeld, bestaande uit drie posthoorns. Op het hoge koor aan de noordzijde is deze steen terug te vinden

 

Hoeckvlietstraat

Oost (1924)

 

Het buiten 'Hoeckvliet', in z'n oudste vorm daterend uit 1654, stond aan het eind van de Kerkstraat aan de Vliet. Het buitentje heeft vooral bekendheid gekregen door de nabij gelegen fabriek van reukwater en welriekende zepen dat onder de naam van P.J.A. Savalle hier was gevestigd. Het 'Eau de Voorburg Royale' was echt beroemd dankzij de in dienst zijnde Franse parfumeurs en drong zelfs door tot het hof van de koningen Willem II en III en hun gemalinnen. Het herenhuis en het fabriekje werden in 1902 aan de gemeente verkocht, die het herenhuis liet afbreken en de fabriek inrichtte voor werkzaamheden van Openbare Werken. (De zogenoemde 'werf') Op deze plaats werd later de Vlietstraat doorgetrokken, die overigens in onze tijd weer werd omgedoopt tot Raadhuisstraat. Thans is het fabriekje geheel gerestaureerd en vindt men in een gevelsteen nog het jaartal 1843, het jaar waarin de eerste parfumeriefabriek van start ging onder de voorgangers van Savalle.

 

Hoefslag

Sijtwende (2000)

 

Het aandeel der kosten in het dijkonderhoud van de verschillende in de polder of aan de dijk gelegen hoeven. De dijk was daartoe verdeeld in zoveel delen als het hoeven of boerderijen aan lagen.

 

Hoekenburglaan

West (1928)

 

Onder de naam 'Hooghenburch' wordt in 1632 melding gemaakt van een buitenplaats, dat in de plaats van een aldaar afgebroken pand werd opgericht. In 1684 koopt de lakenkoopman Johannes Mol de buitenplaats, die het omdoopt tot 'Hoekenburg' In 1809 liet Andries Thorbecke, een oom van de bekende staatsman Thorbecke, het oude huis afbreken en luisterrijker dan tevoren weer opbouwen. Uit die tijd dateren de thans nog aanwezige barokschilderingen en het schitterende trappenhuis. In 1828 komt het in handen van de bekende staatsraad Jhr. H.J. Caan, die het buiten samenvoegt met 'Arentsburgh'. Door diverse grondaankopen wordt het landgoed steeds uitgebreider. Door een geldlening van Jhr. Caan kon de gemeente Voorburg in hetzelfde jaar 1828 de heerlijke rechten over Voorburg van Delft kopen en als zelfstandige gemeente verder opereren. Ten slotte komen de buitenplaatsen in 1925 in handen van de gemeente Voorburg, die ze weer verkoopt aan de Vereniging 'Effatha' die er het bekende Instituut voor Dove Kinderen vestigde. Sinds augustus 2000 is dit instituut verhuisd naar Zoetermeer en worden er in de leegkomende gebouwen wooneenheden gevestigd.

 

Hoekwaterstraat

Noord-oud (1933)

 

Mr. Adriaan Jan Hoekwater (Delft 1827-Hilversum 1889) was van 7 november 1859 tot augustus 1865 burgemeester van Voorburg. Bij zijn installatie wordt als bijzonderheid vermeld dat het voltallige secretariepersoneel aanwezig was: zijnde drie personen. Hij hield zich intensief bezig met de zaken van de armen en op het gemeentehuis regelde hij het gemeentearchief. Hij werd in augustus 1865 burgemeester van Hillegom.

 

Hoekweg

West (1896)

 

De Hoekweg, inderdaad gelegen in de uiterste westhoek van Voorburg, was voorheen een jaagpad, niet toegankelijk voor enig rijtuig en was bij de Geestbrug afgesloten met een hefboom. Toen er rond 1896 huizen gebouwd werden, besloot het gemeentebestuur, mede op verzoek van één der bewoners, de weg voor verkeer open te stellen en het de naam Hoekweg te geven.

 

Hofwijckstraat

West (1927)

 

Het thans als museum in gebruik zijnde buitenverblijf 'Hofwijck' liet Constantijn Huijgens bouwen op grond die hij in 1639 kocht. Het werd mede ontworpen door Jacob van Campen en waarschijnlijk uitgevoerd door Pieter Post. Huijgens noemde het buiten, dat hij gebruikte om het hof te ontwijken, 'een fles gelijk die in een koelvat staat'. Rondom het zeer bescheiden, doch voor die tijd doelmatig uitgevoerde 'kasteeltje' lagen de streng symmetrisch aangelegde tuinen vanaf de Vliet tot de huidige Prinses Mariannelaan. Van deze lusthoven is -mede door de aanleg van de spoorlijn nog slechts een gering gedeelte overgebleven. Toen men in de twintiger jaren ten westen van het Huygensmuseum een woonwijkje bouwde, werd de straat naar 'Hofwijck' vernoemd.

 

Hoge Weidelaan

West (1928)

 

'De Hooge Weide' wordt in één adem genoemd met het 'Burchpad' dat in het westen van Voorburg van de Geestbrug over de 'Hoogen Burch' dwars door het bos van 'Arentsburgh' naar de Oude Tol liep. Op dit terrein werden reeds in de 18e eeuw verschillende Romeinse overblijfselen gevonden. Na 1826 stelde de Leidse professor Reuvens al pogingen in het werk om meer klaarheid te brengen in de structuur van wat eens het Forum Hadriani geweest moest zijn. Vanaf 1908 werd het onderzoek voortgezet door -de eveneens Leidse professor Holwerda. De opgegraven voorwerpen worden in Leiden bewaard in het Rijksmuseum van Oudheden.

 

Holwerdalaan

't Loo (1960)

 

Naar de Leidse archeoloog professor dr. J.H. Holwerda, die van 1908 tot 1915 opgravingen verrichtte op het terrein van 'Arentsburgh' en 'Hoekenburg' en daar belangwekkende vondsten deed. In diverse publicaties doet hij verslag van zijn archeologische onderzoekingen.

 

Hoonvlietstraat

West (1930)

 

'Hoonvliet' was een van de vele buitens in Voorburg, dat echter geen lang leven was beschoren. Het stond ter hoogte van de -inmiddels ook gesloopte watertoren aan het Westeinde te Voorburg en viel reeds in 1754 onder de slopershamer.

 

Horst

Sijtwende (2000)

 

Een uit het veen opduikende zandrug, veelal begroeid met struikgewas en bossages. Wordt ook wel aangeduid als 'donk', maar dan doorgaans bewoond. In onze omgeving komen we de naam 'horst' vele malen tegen, onder meer in het koninklijke domein De Horsten in Wassenaar.

 

Van Horvettestraat

Noord-oud (1926)

 

De naam Van Horvette wordt gevonden onder de vele eigenaren en rechthebbenden van de riddermatige hofstede 'De Werve'. Op 24 mei 1689 wordt de eigendom van de ridderhofstede 'De Werve' door François van Halewijn, heer van Watervliet, Werve en Heest overgedaan aan zijn zoon, François van Halewijn de Jonge, heer van Horvette en maarschalk van 't Over Quartier 's lands van Utrecht. In tegenstelling tot wat meestal het geval is, geschiedde deze eigendomsovergang bij wijze van 'donatie inter vivos'. Vader François liet dus bij leven de eigendom overgaan naar zijn zoon.

 

Hraniceplein

Sijtwende (2000)

 

Een officiële stedenband met het Tsjechische Hranice kwam in mei 1990 van start. Na de Fluwelen Revolutie in 1989 kregen de steden in het toen nog Tsjecho-Slowakije hetende voormalige Oostblokland de kansen om op een meer democratische manier over hun eigen grenzen te gaan kijken en banden aan te gaan knopen met het vrije Westen. De stedenband met Hranice heeft al vele goede vriendschapsbanden tot gevolg gehad. Maar dat niet alleen. Er zijn al vele uitwisselingen en projecten geweest op het gebied van sport, onderwijs, kunst en cultuur, kerken, gezondheidszorg, bibliotheek, groenvoorziening en milieu en meer recent over arbeidspolitiek, werkloosheid en werkgelegenheidsprojecten. Sinds 1998 zijn de contacten met deze zustergemeente geprivatiseerd en ondergebracht bij een stichting stedenband. Kortom: er is sprake van concrete steun van mensen werkzaam op hetzelfde niveau in een van de toekomstige lidstaten van Europa. Landschappelijk gezien bestaan er grote verschillen tussen Tsjechië en onze Lage Landen. Dat heeft mede een groot verschil aan cultuur teweeggebracht. Wat we gemeenschappelijk hebben is het feit dat beide landen een Tweede Wereldoorlog achter de rug hebben en een bezetting. Toen Nederland in 1945 bevrijd werd van de Duitse bezetting en het Nationaal Socialisme konden wij in vrijheid en democratie ons land weer opbouwen. Tot de Fluwelen Revolutie van 1989 heeft het moeten duren alvorens ook Tsjecho-Slowakije op meer democratische het land kon gaan opbouwen. Voor wie meer wil weten van de boeiende cultuur van deze Tsjechische stad en haar inwoners zij verwezen naar de internetsite van Voorburg, waar u onder meer het adres van de genoemde stichting kunt vinden.

 

Heer Hubrechtstraat

Noord-oud (1952)

 

Blijkens een uit 1297 stammend charter(tje) gelast Jan, graaf van Holland en Friesland, aan zijn baljuw om Hubrecht van den Werve in het bezit van het leengoed 'De Werve' te laten. Hij tekent hierbij aan dat het in feite om een bevestiging gaat, want Jan's vader had 'De Werve' ook reeds als leengoed uitgegeven. Dit geschiedde op 'Vridaghes na onser Vrouwendach te midden Oechste' oftewel de dag na het feest van Maria Hemelvaart (15 augustus) in de Oogstmaand, dus op 16 augustus 1297. Uit deze vermelding kan worden opgemaakt dat Hubrecht van den Werve de oudst ons bekende eigenaar van de ridderhofstede 'De Werve' was. De Heer Hubrechtstraat heette voor 1952 de Van Lennepstraat.

 

Huijgensstraat

Centrum (1885)

 

Naar de dichter en staatsman Constantijn Huijgens (1598 - 1687), heer van Zuylichem en secretaris van de stadhouders Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Huijgens woonde op het door hemzelf ontworpen 'Hofwijck', 'een huysjen uyt den reghen' of 'mon chateau de Voorburgh' zoals hij zelf schreef. In dit vitaulium (=uitwijkplaats) stierf Constantijn op de leeftijd van bijna 91 jaar. Ook Constantijn's zoon: Christiaan, de beroemde wis- en natuurkundige, woonde tot aan zijn dood op 'Hofwijck'.

 

i

Top

Prinses Irenelaan

Prinses Irenelaan

't Loo (1956)

 

Irene Emma Elisabeth (geb. 5-08-1939), tweede dochter van koningin Juliana en prins Bernhard. Gehuwd geweest met prins Carlos Hugo de Bourbon Parma, destijds troonpretendent van Spanje voor de Carlis-tische beweging

 

J

Top

Jacob Arentsstraat

Jacob Catsstraat

Jacob van den Eyndestraat

Jacob van Lennepstraat

Jacobus van Looystraat

Jacques Perkstraat

Jan ten Brinkstraat

Jan Ligthartstraat

Jan Mulderstraat

Johan Coollaan

Johan David Zocherstraat

Johan de Meesterstraat

Johannes de Bekalaan

Johannes Meybeeklaan

Koningin Julianalaan

Koningin Julianaplein

 

Jacob Arentsstraat

West (1930)

 

Jacob Arentz. woonde in 1451 -volgens de schaarse gegevens die we van hem hebben in een 'woninghe' op de plaats waar pas in 1667 door Cornelis van Lodensteyn de statige buitenplaats 'Arentsburgh' zou verrijzen. Dit 'Arentsburgh' zou door Van Lodensteyn naar Jacob Arentz. zijn vernoemd.

 

Jacob Catsstraat

Noord-oud (1929)

 

Jacob Cats (1577 - Den Haag 1660), Nederlands staatsman en dichter. Was o.a. pensionaris van Middelburg en Dordrecht en werd in 1636 tot 1651 raadspensionaris van Holland en West-Friesland. Heeft, door zijn zeer plooibaar karakter, geen eigen stempel gedrukt op de staatkunde van zijn tijd. Door zijn poëzie is hij tot de 19e eeuw een van de leidslieden geweest van de calvinistische burgers ('Vader Cats'). Van zijn werken (Houwelyck, Spieghel van den ouden ende nieuwen tydt e.a.) werden bij zijn leven 25.000, soms 50.000 exemplaren verkocht.

Zie ook: Catsheuvel en Zorgvlietstraat in Den Haag.

 

Jacob van den Eyndestraat

Noord-nieuw (1951)

 

Mr. Jacob van den Eynde, eerst Raad en Pensionaris van Delft, werd in 1560 benoemd tot Advocaat van Holland. Zijn naam is ten nauwste verbonden met het 'Huys ten Dom', aan het begin van de Herenstraat, op de plek waar later Nederlands oudste kleuterschool, de Sophiakleuterschool stond. In 1564 kocht hij dit huis dat nog lang na zijn dood in de volksmond 'Van den Eynde's woninghe' werd genoemd. Jacob werd op beschuldiging van ketterij door de graaf van Bossu gevangen gezet. Nog voor zijn proces in Brussel kon worden gevoerd overleed hij in de gevangenis 'Treurenberg'. Anderhalf jaar na zijn dood werd hij door de Raad van Beroerten onschuldig bevonden en werden zijn goederen weer aan de familie teruggegeven. Het huis werd uiteindelijk na 1851 afgebroken en een stuk bijbehorende grond werd verkocht aan mr. Mari Hoffmann, de eigenaar van 'Vreugd en Rust', die er de 'Sophiakleuterschool' liet bouwen. (Eerste steen gelegd in 1853 door koningin Sophie).

 

Jacob van Lennepstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Mr. Jacob van Lennep (1802-1868) was in 1829 rijksadvocaat en van 1853 - 1856 lid van de Tweede Kamer. Was 40 jaar lang een zeer populaire en humoristische schrijver van vooral historische romans. Tot zijn beste werk behoort onder meer 'Ferdinand Huyck', de roman over een weesjongen. Schreef tevens gedichten, operateksten en toneelstukken.

 

Jacobus van Looystraat

Noord-nieuw (1951)

 

Jacobus van Looy (1855 - 1930), Nederlands schilder en schrijver. Van Looy werd grootgebracht in een Haarlems weeshuis. Hij was achtereenvolgens letterzetter, schildersknecht en in 1877 leerling van de Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Behaalde in 1884 de Prix de Rome. Reisde door Spanje en Noord-Afrika en schreef daarover in het tijdschrift de 'Nieuwe Gids'. Een bekend werk van hem is het autobiografische 'Jaapje, Jaap en Jacob'.

 

Jacques Perkstraat

Noord-oud (1949)

 

In Jacques Perk (1859 - 1881), zoon van een vrijzinnig dominee, kan men de heraut van de 'Tachtigers' zien. Zijn belangrijkste sonnettencyclus 'Mathilde', geïnspireerd door liefde en een verblijf in de Belgische Ardennen, werd uitgegeven door Willem Kloos en Vosmaer. Zijn gedicht 'Iris', beginnend met de overbekende regels: "Ik ben geboren uit zonnegloren En een vochtige zucht van de zee" werd aanvankelijk beschouwd als opgedragen aan een dame, maar thans wordt algemeen aangenomen dat de aangesprokene geen vrouw was, maar een man: de dichter Willem Kloos. Jacques Perk stierf op zeer jeugdige leeftijd. Om verwarring met de Parkstraat te 's-Gravenhage en Parkweg te Voorburg te voorkomen besloten B. & W. de straat niet Perkstraat, maar Jacques Perkstraat te noemen.

 

Jan ten Brinkstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Dr. Jan ten Brink (1834 - 1906), Nederlands letterkundige. Promoveerde in 1860 te Utrecht in de Godgeleerdheid. Verbleef van 1860 - 1862 in Batavia. Werd in 1862 leraar te Den Haag en in 1884 hoogleraar Nederlands te Leiden. Schreef novellen en talloze studies.

 

Jan Ligthartstraat

't Loo (1956)

 

Gerard Jan Ligthart (1859 - 1916), was een Nederlands opvoedkundige en schrijver. Hij was van 1885 tot 1916 hoofd van een openbare lagere school in Den Haag. Zijn stelling was, dat door liefde voor het totale kind, ongeacht zijn afkomst, leergierigheid, kennis en geduld zich vanzelf ontwikkelen. Hij trachtte de opvoeding van het kind op school en thuis zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Hij gaf samen met prof. R. Casimir het tijdschrift 'School en Leven' uit. Jan Ligthart wordt nagenoeg allerwegen als de auteur gezien van de beroemde kinderleesboekjes van 'Ot en Sien'. Hij fungeerde echter wel als een soort redacteur, maar de eer van het auteurschap komt toe aan zijn vriend Hindericus (Rieks) Scheepstra. Prinses Juliana heeft volgens zijn methode de lagere school doorlopen.

 

Jan Mulderstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Jan Mulder (1778 - 1844), was vanaf 1808 tot aan zijn overlijden gemeentesecretaris van Voorburg. Hij was tevens griffier van de Vrederechter in het kanton Voorburg. Hij is in de loop van zijn loopbaan telkens ontslagen en weer opnieuw in zijn ambt hersteld. Dit als gevolg van de staatkundige omwentelingen, die in de jaren van het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden veelvuldig plaatsvonden. Jan Mulder was eigenaar van het prachtige huis aan de Vliet, dat later de naam 'In de Werelt is veel Gevaer' zou dragen. Hij werd op 29 juni 1844 in Voorburg begraven.

 

Johan Coollaan

't Loo (1960)

 

Johannes Cool (Schiedam 1792-Voorburg 1870) was van 1837 tot 1862 president van het college van notabelen der Nederduits Gereformeerde Gemeente. Bij zijn afscheid schonk hij aan de kerk een schitterende bijbel met zilverbeslag en sluitingen. Hij kocht in 1829 de buitenplaats 'Buitenrust', hetwelk na zijn overlijden werd verkocht aan de latere wethouder van Voorburg Adrianus Johannes Baesjou van Vronesteyn. Deze wethouder doopte het buiten om in 'Nieuw-Vronesteyn'.

 

Johan David Zocherstraat

Sijtwende (2000)

 

Vernoemd naar Jan David Zocher sr. (gest. 1817) en Jan David Zocher jr. (geboren te Haarlem 12 februari 1791 en aldaar gestorven op 8 juli 1870) Zocher sr. was architect en vooral tuinarchitect en de baanbreker voor de zogenoemde landschapsstijl in de tuinarchitectuur.
Zijn zoon met dezelfde namen zou met zijn scheppingen de belangrijkste vertegenwoordiger van die landschapsstijl worden. Hij ontwierp onder meer in 1817 het park bij het in 1816 vergrote Paleis Soestdijk. Hij legde onder meer de plantsoenen aan op de voormalige stadswallen van Utrecht, Amersfoort en Haarlem en de nieuwe bospartijen voor de Haarlemmerhout. Ook het Vondelpark te Amsterdam en het Willemspark te 's-Gravenhage (thans Plein 1813) staan op zijn naam. Behalve tuinarchitect was Zocher junior tevens de architect van de in 1903 afgebroken neoclassicistische Beurs te Amsterdam (1840-1842). Dat Beursgebouw werd in 1903 vervangen door die van de beroemde bouwmeester Berlage. In Voorburg is zijn naam onverbrekelijk verbonden met het bij de buitenplaats 'Vreugd en Rust' behorende wandelpark.

 

Johan de Meesterstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Johan de Meester (1860 - 1931), Nederlands romanschrijver die tot de zogenoemde 'realisten' behoorde. Hij getuigde ooit van zichzelf: 'Er was bij mij meer menschgevoel dan schoonheidsverlangen'. Deze liefde tot de medemens vinden we het overtuigendst terug in zijn roman 'Geertje' (1905), waarin hij als titelpersoon een meisje van het platteland ten tonele voert, dat later in de stad, -ondanks bittere ervaringen- haar liefde zuiver wist te houden.

 

Johannes de Bekalaan

't Loo (1960)

 

Johannes de Beka, een veertiende eeuwse kroniekschrijver en priester, o.a. te Pijnacker, die op de latere historiografie in Nederland grote invloed heeft gehad. In zijn kronieken, die niet bepaald uitmunten door betrouwbaarheid, komt onder meer het verhaal voor over hertog Godfried met de Bult. Deze Godfried, hertog van Lotharingen (1069 - 1076) mengde zich in de opvolgingskwestie in Holland, die was ontstaan na de dood van graaf Floris I in 1061. In 1076 werd hij vermoord. Volgens de overlevering zou deze Godfried de stichter zijn van de eerste stenen kerk te Delft op de plaats waar thans de Oude Kerk staat. In Delft heeft men zijn naam bewaard in de Hertog Govertkade.

 

Johannes Meybeeklaan

't Loo (1960)

 

Johannes Meybeek (1735-Voorburg 1807) was pastoor te Voorburg van 1779 tot 1807. Volbloed Patriot als hij was trachtte hij rond 1803 de Oude Kerk weer van de Hervormden in handen te krijgen. Hij vond steun in de eerste grondwet van 1798 waarin stond dat in de gemeenten waar het aantal katholieken groter was dan het aantal protestanten, de kerk in handen moest komen van de grootste bevolkingsgroep. Alhoewel het aantal katholieken welgeteld iets meer dan de helft van de bevolking in 1796 was, kreeg hij toch niet zijn zin. In de staatsregeling van 1801 werd vermeld dat ieder kerkgenootschap in het bezit mocht blijven van de kerk die ze op dat moment bezaten. Pastoor Meybeek had een verregaand conflict met zijn kerken armmeesters, die als gevolg hiervan en bloc aftraden. De gelovigen stonden echter achter de kerkmeesters en waren gekant tegen de pastoor en eisten dat hij zou aftreden. Pastoor Meybeek weigerde echter de sleutel van de geldkist af te dragen. Nadat hierover een proces bij het gerecht werd gevoerd moest de pastoor aan de gerechtsbode toestaan toch de sleutel van de geldkist af te staan. De sleutel van de kamer waarin zich die kist bevond was echter ook op slot en de bode had geen volmacht om die kamerdeur te openen... Op 14 juli 1807 wordt de dan 71 jaren en 10 maanden oude pastoor begraven in de Oude Kerk aan de Herenstraat.

 

Koningin Julianalaan

Noord-nieuw (1948)

 

Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina (1909), dochter van prins Hendrik van Mecklenburg en koningin Wilhelmina. Van 1948 tot 1980 koningin der Nederlanden. In 1937 gehuwd met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Koningin Juliana bracht op 26 april 1966 een officieel bezoek aan de gemeente Voorburg. Bij de gelegenheid van haar troonsbestijging in 1948 overwoog de gemeenteraad een grote laan of straat naar haar te noemen. De Bilderdijklaan werd toen omgedoopt in Koningin Julianalaan. De bestaande Julianastraat werd omgedoopt tot Oranje-Nassaustraat.

 

Koningin Julianaplein

Noord-nieuw (1951)

Zie Koningin Julianalaan

 

K

Top

Keltenlaan

Kerkstraat

Kersengaarde

Klaverweide

Klein Arentsburghstraat

Kleine Laan

Koninginnelaan

Kwekerij

 

Keltenlaan

't Loo (1960)

 

Naar de naam, die door Griekse en Latijnse schrijvers gegeven werd aan een volk, dat oorspronkelijk woonde aan de Boven-Donau in Zuid-Duitsland. De Kelten bevolkten van daaruit Frankrijk, Spanje, Portugal, Noord-Italië, de Britse eilanden, Ierland en drongen zelfs door tot Klein-Azië. Plunderden Rome in 390 voor Chr. Zij schijnen nooit een samenhangend rijk te hebben gesticht. Geleidelijk werden zij vanaf de 2e eeuw voor Christus door de Romeinen onderworpen, behalve in Ierland. In Frankrijk (Gallië) werden zij geheel geromaniseerd.

 

Kerkstraat

Centrum (1885)

 

Naar de Oude Kerk aan de Herenstraat, die volgens de alleroudste bron uit 1285 dateert en was toegewijd aan St.Martinus. Van de ontstaansgeschiedenis is, ook na recente restauraties en opgravingen, echter niet veel met zekerheid bekend. Het oudste gedeelte is ongetwijfeld de toren. Tegen de toren was een eenvoudig schip gebouwd, even breed als de toren, te weten 5,40 meter en ongeveer 26 meter lang en wordt gedateerd: eind 13e eeuw. Aan het einde van de 15e eeuw is het hoogkoor ontstaan en aan het begin van de 16e eeuw de beide dwarsschepen. De kerk wordt weliswaar als een hallenkerk aangeduid, doch is in feite een kruiskerk. De straatnaam is weliswaar in 1885 vastgesteld als 'Kerkstraat', maar was eeuwen daarvoor reeds bekend als 'Groote Laan' en 'Kerklaan' De straat werd eeuwenlang gekenmerkt door een haventje dat vanuit de Vliet halverwege de Kerkstraat liep en dat in 1914 werd gedempt. Aan het bredere profiel van de Kerkstraat is nog af te lezen, waar dit haventje eens was gelegen.

 

Kersengaarde

Essesteijn (1972)

Straat met vast achtervoegsel, evenals de Appelgaarde gelegen in de wijk Essesteijn.

 

De kers is een belangrijke fruitsoort die in Nederland gekweekt wordt in de Betuwe, Land van Maas en Waal, Uden, Zuid-Limburg en Zeeland. De kers is de steenvrucht van verschillende bomen van het geslacht Prunus en bastaardvormen daarvan. Het kersenhout wordt voornamelijk in de meubelindustrie gebruikt voor mesheften, borstels en andere houtwaren.

 

Klaverweide

Essesteijn (1972)

 

Straat met een vast achtervoegsel, dat met de Distelweide gelegen is in de wijk Essesteijn. Deze plant, uit de familie der vlinderbloemigen, kent vele wilde en enkele gekweekte soorten (veevoedergewassen). Een klaver met vier in plaats van drie blaadjes zou de vinder geluk brengen. Het klaverblad is in de heraldiek het symbool van Ierland.

 

Klein Arentsburghstraat

West (1930)

 

De villa 'Klein Arentsburgh' werd in 1909 gebouwd door Antoine Iwan Storm de Grave ten behoeve van zijn zoon Albert, die in dat jaar in het huwelijk trad met een zekere mejuffrouw Ladenius. Vader Antoine was vanaf 1900 reeds eigenaar van het grote buitengoed 'Arentsburgh'. De schitterende villa is geen lang leven beschoren geweest, want deze werd in 1938 weer afgebroken ten behoeve woningbouw. De villa lag ten zuidwesten van de Prinses Mariannelaan op het terrein van 'Arentsburgh'

 

Kleine Laan

Centrum (1986)

 

De Kleine Laan was eeuwenlang de naam voor wat thans de Schoolstraat heet. In recente tijd is de naam weer teruggekeerd als de verbindingsstraat tussen de Kerkstraat en de Schoolstraat.

 

Koninginnelaan

West (1896)

 

Burgemeester en wethouders besloten in 1896 de toenmalige Molenweg om te dopen in Koninginnelaan. Gezien het tijdstip waarop deze naam werd vastgesteld kan dit slaan zowel op Koningin Emma als op Koningin Wilhelmina. Beide koninginnen zijn later nog met een eigen straatnaam vereerd.

 

Kwekerij

(nog te realiseren)

West - 1998

 

Kwekerijen zijn er vanouds in Voorburg geweest. Tot voor een aantal jaren was de bekendste kwekerij in deze omgeving de gemeentelijke kwekerij naast het voormalige gebouw van Openbare Werken in Park Middenburg op het Westeinde 28. De kwekerij was in feite de enige die als zodanig nog functioneerde binnen Voorburg. In de jaren dat Voorburg nog een agrarisch was waren op vele plaatsen kwekerijen gevestigd. Een overbekende was de kwekerij 'Het Paradijs' tussen de Broeksloot en de Prinses Mariannelaan en een andere veel oudere kwekerij was die bij het kasteel De Grote Loo, dat onder stadhouder Willem IV uitgroeide tot een heuse dierentuin. (Meer hierover onder Loolaan en Paradijsstraat).

 

L

Top

Landscheidingsweg

Laurisgelt

Van Leeuwenpad

Van Leeuwenstraat

Laan van Leeuwesteijn

Park Leeuwensteijn

Leoncavallostraatje

Van Leijdenstraat

Prins van Lignestraat

Van Lodensteijnstraat

Looierslaan

Loolaan

Louis Couperusstraat

Van Lugtenburgstraat

Lusthofstraat

Lydie Platestraat

 

Landscheidingsweg

Damsigt en Essesteijn (1958)

 

Alhoewel op de huidige stadsplattegrond de naam van deze weg niet vermeld wordt, is de Landscheidingsweg een zeer oude benaming voor de scheiding tussen de Hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland. De reeds sinds 1246 voorkomende landscheiding loopt grotendeels parallel aan de gemeentegrens tussen Voorburg en Leidschendam.

 

Laurisgelt

Sijtwende (2000)

 

Het zo genoemde 'Laurisgelt', ook wel gespeld als 'Lauwerisgeld' is een typisch Voorburgse relict uit de feodale tijd toen de boeren rond de ridderhofstede 'De Loo' jaarlijks in eigen persoon de pacht moesten voldoen aan de heer van deze ridderhofstede of vroenhof. * Dit geschiedde altijd op een vastgestelde dag in augustus en wel op de 10e, de feestdag van Sint Laurentius. Wie keurig volgens de regels de pacht of cijns kwam voldoen, werd onthaald op brood, haring en bier, zelfs al bedroeg de cijns niet meer dan een paar luttele stuivers. De betekenis van vroenhof: 'vroen' betekend letterlijk 'van de heer'. In Voorburg leeft dit woordje nog voort in 'Vronesteijn' en 'Vroenemade' Made betekend letterlijk: land dat gemaaid kan worden. Hier gebruikt in 'vroenemade' = (maai)land van de heer.

 

Van Leeuwenpad

Noord-nieuw (1956)

 

De familie Van Leeuwen heeft in de 17e en 18e eeuw een aantal secretarissen geleverd voor het dorpsbestuur van Voorburg. Van 1602 tot 1653 was dit: Jan Dirxz. van Leeuwen; van 1654 tot 1676: Jacob van Leeuwen; van 1677 tot 1688: Thomas van Leeuwen en van 1688 tot 1718 Jacob van Leeuwen jr. De eerste: Jan Dirxz van Leeuwen is een aantal malen in het nieuws geweest bij processen voor de baljuw waarbij hij zich moest verantwoorden voor vermeende malversaties bij het beheer van de 'Weeskist' en de afdracht van diverse belastingen. Jacob, kapitein in een regiment van het leger van de Prins van Oranje, bestaande uit Scheveningers, kwam in het nieuws omdat hij nogal kwistig omsprong met vaten bier ten behoeve van zijn regiment. Zoon Thomas, luitenant in het leger van Oranje hield zich onder meer bezig met het beleg onder Leiden. De laatste in de serie, Jacob jr., was in 1703 eigenaar van onder meer 'Middenburg' en het aan de overkant ervan gelegen 'Bleijenburgh'.

 

Van Leeuwenstraat

Noord-nieuw (1951)

Zie Van Leeuwenpad

 

Laan van Leeuwesteijn

Oost (1928)

 

Op het uitgestrekte buitengoed 'Leeuwensteyn' dat reeds wordt vermeld in het jaar 1351 woonde vanaf 1440 tot 1782 het oude adellijke geslacht Van Alckemade. Paulus van Alckemade, vrijgezel en de laatste, inmiddels zeer verarmde telg uit deze familie had bij zijn veelvuldige bezoeken aan de herberg 'De Swaen' genegenheid opgevat niet alleen voor herbergier Zeger van Steensel, maar nog meer voor diens echtgenote Johanna Moeskop. Hij liet in 1778 bij testament vastleggen dat het familiebezit bij zijn overlijden over zou gaan naar de herbergiersvrouw. Op die manier werd Johanna in 1782 plotseling grootgrondbezitster en mocht zich zelfs tooien met de van Paulus geërfde titels en zich aldus voortaan noemen: Johanna van Steensel-Moeskop Vrouwe van Creuningen, Reyerskop en Leeuwesteyn. Na nog een aantal malen van eigenaar te zijn verwisseld kocht in 1861 prinses Marianne het buiten, voornamelijk om daar haar gasten te laten logeren. Na het overlijden van prinses Marianne erfde haar zoon Prins Albert de buitenplaats. Zijn kinderen lieten het in 1907 verkopen totdat het in 1935 inclusief het prachtige hek met de staande leeuwen werd afgebroken en er het huidige villapark werd gesticht.

 

Park Leeuwensteijn

De naam 'Park Leeuwensteijn' wordt als straatnaam gebruikt. Zie derhalve onder Laan van Leeuwensteijn.

 

Leoncavallostraatje

Sijtwende (2000)

 

Ruggiero Leoncavallo werd in 1858 in Napels geboren en overleed op 9 augustus 1919 in Bagni di Montecatini. Werd na diverse mislukte opera-uitvoeringen pas in 1892 bekend door zijn opera 'I pagliacci', (= de clowns) bij ons beter bekend als 'Paljas'. Hij ging de muziekgeschiedenis in als de vertegenwoordiger van het 'verisme'. Het verisme is te vergelijken met de stroming die in andere kunsten realisme en naturalisme wordt genoemd. Met andere woorden minder decor, minder maskers, minder toneel, maar vooral het "werkelijke leven", dus mensen van vlees en bloed en dat veelal in schrijnend conflict met het dagelijkse leven.

 

Van Leijdenstraat

Noord-oud (1923)

 

In de lijst van leensovergangen en overdrachten wordt als eerste, op 12 februari 1404, vermeld dat Graaf Willem van Beijeren, aan de Heer Philips van Wassenaer, burggraaf van Leijden alle rechten verleende op de ambachtsheerlijkheid van Voorburg met 'alle alsulcke heerlichede, ambochten ende goede als hij (Graaf Willem van Beijeren) en sijn voirvorden grave in Hollant gehouden hebben'

 

Prins van Lignestraat

Noord-oud (1951)

 

Lamorael, prins van Ligne en van het Heilige Rijk, heer van Wassenaer, was van 1610 tot 1616 de laatste ambachtsheer van Voorburg, voordat de ambachtsheerlijkheid Voorburg in 1616 overging naar de stad Delft. Een burgemeester van Delft trad op als ambachtsheer. Dit bleef zo tot 9 oktober 1828.

 

Van Lodensteijnstraat

Noord-oud (1926)

 

Cornelis van Lodensteijn, raad en gecommitteerde in de generaliteitsrekenkamer kocht in 1662 de buitenplaats 'Arentsburgh' aan. Van 1667 tot 1671 kocht hij niet onaanzienlijke stukken land erbij om daarmede zijn bezit uit te breiden. Toen zijn weduwe Maria van der Haar het bezit in 1686 verkocht aan Jacobus Scheltus ontving zij daarvoor het niet onaanzienlijke bedrag van 10.000 ponden. Jacobus Scheltus ontving daarentegen niet alleen het hem toekomende eigendom maar tevens 'een nieu overdekt speeljagt, een marctschuyt ende voirt alle de thuyngereedschappe'

 

Looierslaan

Damsigt (1926)

 

Op een uit 1812 daterende plattegrond met in het Frans gestelde aantekeningen komt bij een grensbepaling tussen die gemeenten Voorburg, Veur en Stompwijk de aanwijzing voor van een "maison dit looyerij" en de aantekening 'Looiersstraatje' lopend van de 'chemin de achterweg' naar de 'chemin de heerenweg'. Blijkens aantekeningen uit die jaren zou aan de Veurse kant van wat voorheen de 'Buurlaan' heette de leerlooiersnijverheid zijn uitgeoefend en wordt het laantje de 'Looiersstraat' of 'Looierslaan' genoemd. Kennelijk is deze looierij in 1843 verdwenen, want daarna wordt er niets meer van vernomen. Het Voorburgse gemeentebestuur heeft, bij de vaststelling van de straatnamen van deze wijk in de jaren 1925/1926 de naam niet bevestigd noch nader vastgesteld en zodoende is de naam, die in de volksmond reeds lang bestond, blijven voortbestaan. Ook de gemeente Veur (later Leidschendam) heeft de straatnaam niet bevestigd of vastgesteld. De oostelijke kant van de straat behoort tot de gemeente Leidschendam (voorheen Veur) en de westelijke kant tot Voorburg.

 

Loolaan

Oost (1925)

 

De Loolaan is vanouds de toegangslaan tot wat eens het schitterende kasteel 'De Loo' was. Het door een slotgracht omgeven kasteel wordt al in 1392 genoemd onder de oudste bezittingen van de graven van Holland. Voordat het als kasteel wordt genoemd lag er echter reeds in het begin van de twaalfde eeuw een hofstede. Verschillende buitenplaatsen, zoals 'Oosterloo', 'Westerloo' en 'Zuyderloo', moesten erfpacht betalen aan 'De Loo'. Het betalen was vastgesteld op St.Laurensdag (10 augustus) en werd daarom het 'Lauwerisgeld' genoemd. De erfpacht moest persoonlijk worden afgedragen en iedereen werd bij die gelegenheid onthaald op haring en bier. De grootste glorietijd beleefde 'De Loo' wel in 1749 toen stadhouder Willem IV, de grootvader van de latere koning Willem I, er een heuse dierentuin liet aanleggen met de meest exotische dieren. Vermakelijk is wel het verhaal van een uit Borneo afkomstige vrouwtjesorang-oetan die, na aankomst, tijdelijk werd ondergebracht bij Arnout Vosmaer, een van de beheerders van de prinselijke menagerie. Zij zag kans zich los te maken en vond op de zolder een fles Malaga, ontkurkte die, dronk de fles geheel leeg en zette hem weer keurig netjes terug op z'n plaats. 'De Loo' lag op de plaats van de huidige Mgr.van Steelaan en de Reuvenslaan. Omstreeks 1960 werd alles wat herinnerde aan het statige 'De Loo' en de daarbij behorende boerderijen 'Westerloo', 'Oosterloo' en 'Zuyderloo' gesloopt voor de aanleg van wegen en woningbouw in de wijk met de naam ''t Loo'.

 

Louis Couperusstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Louis Marie Anne Couperus (1863-1923). Geboren te 's-Gravenhage in het huis Mauritskade 43. Op negenjarige leeftijd vertrok hij naar Nederlands-Indië. Sporen van zijn verblijf aldaar zijn te vinden in verschillende romans zoals 'De Stille Kracht' (1889) Zijn eerste grote succes werd de Haagse roman 'Eline Vere', die, voordat het verhaal in 1889 in boekvorm werd uitgegeven, als feuilleton in het dagblad Het Vaderland was verschenen. De mensen die het feuilleton lazen, waren in die tijd zodanig met de figuur van Eline Vere bezig dat zij elkaar in de tram toefluisterden: "Weet je het? Eline is dood." Couperus was een op en top Hagenaar. "Zoo ik iets ben, dan ben ik een Hagenaar!" was een van zijn opmerkingen.

 

Van Lugtenburgstraat

Noord-oud (1926)

 

De naam Van Lugtenburg komen we tegen in de lange lijst van eigenaren van het 'Huis de Werve' ook wel 'Kleine Matenes' genoemd. Op 19 november 1690 wordt blijkens het Register van Huwelijkse Zaken het huwelijk gesloten van François van Halewijn, heer van Werve, met Alida van Lugtenburgh.

 

Lusthofstraat

West (1923)

 

De buitenplaats 'Lusthof', reeds aan het begin van de zeventiende eeuw vermeld, lag ooit aan de Herenstraat (thans de nummers 6 en 8) en het bezit hield 'zuydwaart op tot in de buyrsloot'. De reeds in het 'memoriboec' genoemde 'gemeene Buerensloet' liep ongeveer op de plaats waar thans de Raadhuisstraat loopt. Het moet ooit een zeer aanzienlijke woning zijn geweest, compleet met toren, koetshuis en in later jaren zelfs een wandelbos tot aan de Vliet, compleet met koepel. In 1903 werd de parochie van de H. Martinus eigenares van het gebouw en werd het gebruikt als woning voor het hoofd van de R.-K. Jongensschool aan het Oosteinde 137. In 1916 werd in de tuin een grote zaal aangebouwd dat tot voor kort als 'Forumtheater' bekend stond. De grote zaal, die plaats bood aan 400 mensen, is in januari 1992 afgebroken om plaats te maken voor luxe nieuwbouw.

 

Lydie Platestraat

Noord-nieuw (1988)

 

Mr. Aleida Geertruida Plate-Lichtenbelt (1909 - 1988) was vanaf 1948 raadslid en van 1951 tot 1970 wethouder van Voorburg. Zij beheerde de portefeuilles van sociale zaken, huisvesting, volksgezondheid, personeelszaken en onderwijs. Zij werd vier maal met algemene stemmen tot wethouder gekozen. Werd vooral voor haar werkzaamheden op het sociale vlak algemeen gewaardeerd. In 1958 werd -mede door haar toedoen een kleuterschooltje aan deze straat gesticht dat naar haar de 'Lydie Plate-kleuterschool' werd genoemd. In 1989 werd de Schimmelstraat omgedoopt in de huidige straatnaam 'Lydie Platestraat'

 

M

Top

Marcellus Emantslaan

Van der Marckstraat

Prinses Margrietlaan

Marialaan

Marian Gobiushof

Prinses Mariannelaan

Marie Hoffmannlaan

Prinses Marijkekade

Van Matenessestraat

Mauritsstraat

De Melemstraat

Via Mercadante

Laan van Middenburg

Mien Ruysplein

Plaats van Middendorp

Molenwijkstraat

Montessoristraat

Van Montfoortstraat

 

Marcellus Emantslaan

Noord-nieuw (1951)

 

Marcellus Emants (1848-1923) Nederlands romanschrijver, valt vooral op door zijn niets en niemand ontziende eerlijkheid; niet schoonheid 'maar waarheid (is) het wezen der kunst'. Hij is de eerste Nederlandse schrijver die in navolging van de Franse auteur Emile Zola, naturalistische romans schrijft. Hij wilde niet alleen de werkelijkheid uitbeelden, maar ook laten zien hoe die werkelijkheid is ontstaan. Dientengevolge is in zijn proza vaak sprake van een zeker fatalisme en pessimisme. Tot zijn meest geslaagde romans behoren 'Een nagelaten bekentenis' (1894), 'Waan' (1905) en 'Liefdeleven' (1916) Marcellus Emants werd op 12 augustus 1848 geboren te Voorburg waar zijn vader kantonrechter was. Emants woonde tot 1854 op het adres Herenstraat 87 te Voorburg en verhuisde daarna naar Den Haag.

 

Van der Marckstraat

Noord-oud (1924)

 

De naam 'Van der Marck' is wederom een van de vele adellijke titels van edelen die in het Voorburgse hun sporen hebben nagelaten. Op 17 april 1539 komen wij deze titel tegen bij het recht op de overtocht of overtoom van Voorburg. Hij behoort dan bij Jonkheer Robbrecht de Jonge, Graaf van der Marck en Arenberge. De titel verschijnt voor het laatst in 1580 als Margriet, Gravin van Arenberge en nog een hele reeks andere titels w.o. die van Gravin van der Marck, het recht van overtocht overdraagt aan Gerrit Frans, burgemeester van de stad Delft.

 

Prinses Margrietlaan

't Loo (1956)

 

Margriet Francisca (geb. 19-01-1943), derde dochter van koningin Juliana en prins Bernhard, in 1967 gehuwd met mr. Pieter van Vollenhoven.

 

Marialaan

Centrum (1923)

 

Toen het aantal inwoners van Voorburg zover toenam dat de parochie van de H.Martinus aan het Oosteinde de toeloop van katholieke gelovigen niet langer meer kon verwerken, achtte men de tijd gekomen een nieuwe parochiekerk te bouwen die de naam 'Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming' zou dragen. In de volksmond werd en wordt de kerk en de parochie doorgaans aangeduid met: 'de Hemelvaart'. Mgr. Callier, de bisschop van Haarlem, wees de Haagse kapelaan Chr. W. van Mierlo als bouwpastoor aan. Pastoor Van Mierlo wist bij alle onderhandelingen, die aan de bouw van de kerk vooraf gingen, bij het gemeentebestuur te bedingen dat een straat in de buurt van de kerk de 'Marialaan' zou gaan heten. Ook werd er voor de kerk een Angelusklok gegoten met als opschrift 'Maria est nomen meum' 'Maria is mijn naam'.

 

Marian Gobiushof

Sijtwende (2000)

 

Marian Catharina Gobius, geboren 2 april 1910 te Haarlem, woonde sedert 1930 in Voorburg, alwaar zij op 11 december 1994 overleed. In een interview op 80-jarige leeftijd vertelde ze dat zij al op vijfjarige leeftijd kunstenares wilde worden. "Ik heb nooit iets anders gedaan dan beeldhouwen. Ik kan niet anders. Niet autorijden, niet tikken, geen kleren naaien of koken. Het enige dat ik kan is beelden maken." Zij volgde beeldhouwlessen in Zürich en in Parijs aan de Académie des Beaux Arts. In Nederland teruggekeerd nog eens bij Toon Dupuis en aan de Rijksacademie in Amsterdam. Overigens een vierjarige opleiding, die ze in maar één jaar afrondde. Zij maakte steeds duidelijk herkenbare beelden, veelal portretten, met een overduidelijke voorkeur voor kinderen. Ze heeft er daar zo'n 130 van gemaakt. Daarnaast heeft zij fraaie beeldhouwwerken gemaakt van grote en belangrijke figuren als Toon Dupuis, ooit haar leermeester, van de onvergetelijke clown Buziau, van de dichter P.C. Boutens. Haar werk is verspreid over een groot aantal landen. In Voorburg worden wij dagelijks aan haar herinnerd door onder meer het beeldje van Prinses Marianne bij de Oude Kerk, de dierengroep op de brug aan de Rembrandtlaan. Alleen al in Voorburg treffen we op een lijstje niet minder dan negen kunstvoorwerpen aan. Veel verdriet ondervond zij als er weer eens een beeld van haar door vandalen was vernield. Niet iedereen kon immers bewondering of op zijn minst respect opbrengen voor haar scheppende kracht. In het plaatselijke museum Swaensteijn, waar zij zoveel voetstappen heeft liggen, is het interieur van haar atelier uit de Vlietstraat nu permanent tentoongesteld. Veel Voorburgers zullen zich haar nog lang blijven herinneren en dan vooral zij, die als kind bij haar de befaamde boetseerlessen volgden. Over de onthulling van het door haar gemaakte beeldje, dat van de zo bewonderde Prinses Marianne, schreef ze in een briefje aan Elly den Haan, de toenmalige burgemeester in oktober 1983, onder meer: "Ik zal waarschijnlijk 3 GROTE vodkas op hebben op de 27e want ik kan niet tegen ceremonieën en lieve woorden, dus dat weet je dan." Op de haar eigen manier was ze sterk betrokken bij het culturele leven in 'haar' dorp Voorburg. Dat begon al in de jaren 1950 bij de oprichting van 'De Nieuwe Ploeg'.

 

Prinses Mariannelaan

West (1897)

 

Prinses Marianne der Nederlanden (Berlijn 1810-Erbach am Rhein 1883) was de jongste dochter van koning Willem I en koningin Wilhelmina van Pruisen (Mimi) Zij kwam een maand na de landing van prins Willem in Scheveningen, eind 1813, met haar moeder eveneens in Nederland aan en woonde in het Oude Hof, het tegenwoordige paleis aan het Noordeinde te 's-Gravenhage. Marianne huwde in 1830 met haar neef prins Albert van Pruisen. Dit huwelijk met de bon-vivant Albert liep op een fiasco uit. Toen prinses Marianne een kind van haar koetsier Johannes van Rossum kreeg werd haar huwelijk door echtscheiding in 1849 ontbonden. Marianne vestigde zich in 1848 op het buiten "Rusthof" aan het Oosteinde te Voorburg. Voor Voorburg, waar zij zich uitdrukkelijk als inwoonster heeft laten inschrijven, heeft zij veel betekend. Zij stond bekend als zeer gelovig en uiterst vrijgevig. Getuigen hiervan zijn onder meer het zogenoemde Marianne-orgel en de pastorie bij de Oude Kerk, terwijl zij ook een flinke financidle aanzet gaf voor een nieuw gemeentehuis aan de Herenstraat. Zij stierf na een rusteloos leven op haar slot Reinhartshausen in Erbach aan de Rijn op 29 mei 1883.

 

Marie Hoffmannlaan

't Loo (1960)

 

Mr. Marie Aart Frederik Henri Hoffmann, (1795-1874), gehuwd met Cornelia Adriana Groen van Prinsterer is de initiatiefnemer tot de stichting van een nieuwe bewaarschool die in 1853 naar Koningin Sophie, de Sophiakleuterschool werd genoemd. Marie Hoffmann was eigenaar van de buitenplaats 'Vreugd en Rust'. Hij was lange jaren lid van de Eerste en Tweede Kamer voor de Anti-Revolutionaire Partij.

 

Prinses Marijkekade

't Loo (1956 - 1960)

 

Maria Christina (geb. 18-02-1947), zich thans noemende Christina en voorheen Marijke genoemd, is de vierde dochter van koningin Juliana en prins Bernhard. Zij huwde in 1975 met Jorge Guliermo van wie zij in 1996 weer scheidde. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Bernardo, Nicolas en Juliana. Prinses Christina is zangpedagoge en is zelf een niet onverdienstelijke mezzo-sopraan.

 

Van Matenessestraat

Noord-oud (1926)

 

Reeds in 1297 zijn gegevens terug te vinden van het huis 'Te Werve', 'Oostwerve' of 'Klein Matenes' Waarschijnlijk mocht Heer Hubrecht zich in 1262 reeds met recht en reden Heer van de Werve noemen. Het bekende Memorieboek van Voorburg noemt in de 15e eeuw een zekere Jan van Matenes, ridder. Als Jan overlijdt erft zijn zoon Philips van Matenes het kasteel. Als vervolgens ook zijn echtgenote Marie van Woude overlijdt, trekt Philips naar Rome en treedt in als Benedictijner monnik. In 1492 komt hij weer terug in onze Lage Landen en voegt Philips zich bij het convent van de Benedictijnen in Sint Marienhove te Warmond. Dit vermaarde klooster werd in 1413 door Jan van Woude, heer van Warmond, gesticht. Daar bleef hij tot aan zijn overlijden in 1533. Aan zijn besluit om het wereldlijk leven vaarwel te zeggen, zal de invloed welke zijn zuster Elisabet van Matenesse op hem uitoefende niet vreemd zijn geweest. Elisabet was abdis van een aanzienlijk nonnenklooster te Rijnsburg. Ten slotte vinden we ook zijn dochter Margareta terug als adellijke non in het aanzienlijke klooster Mariënpoel bij Leiden.

 

Mauritsstraat

Oost (1923)

 

Prins Maurits (1567-1625), zoon van Willem de Zwijger en Anna van Saksen, werd in 1585 stadhouder, kapitein-generaal en admiraal van Holland en Zeeland en kreeg in 1590 deze functies ook van Utrecht, Gelderland en Overijssel. Reorganiseerde het leger en veroverde een groot aantal steden ('de Stedendwinger'). Versloeg de Spanjaarden bij Turnhout en Nieuwpoort.

 

De Melemstraat

Noord-oud (1924)

 

Maria de Melem (of Melun), Prinses van Ligne en van het Heilige Rijk, Vrouwe van Wassenaer, verkocht op 6 februari 1616, uit naam van haar echtgenoot Lamorael, Prins van Ligne en het Heilige Rijk, Heer van Wassenaer, de ambachtsheerlijkheid Voorburg aan de stad Delft.

 

Via Mercadante

Sijtwende (2000)

 

De Italiaanse componist Giuseppe Saverio Raffaele Mercadante, werd voor 17 september 1795 te Altamura, bij Bari, in Italië als onecht kind geboren en overleed op 75-jarige leeftijd op 17 december 1870 te Napels. Hij was wat men noemt een 'overgangscomponist' tussen Donizetti, Rossini en Bellini aan de ene kant en Verdi aan de andere kant. Mercadante wordt beschouwd als een hervormer van de Italiaanse opera. Omdat hij een onecht kind was, werd hij op 13 jarige leeftijd onder een andere naam, geboortedatum en -plaats in Napels ingeschreven als leerling van het San Sebastiano College. Daar schreef hij al zijn eerste muziek- en balletstukken. In januari 1819 scoorde hij met de opera 'Elisa e Claudio' in de Scala van Milaan. Daarnaast componeerde hij nog een andere populaire opera 'Caritea, regina di Spagna' beter bekend als 'Donna Caritea'. Hij verbond zich, na zijn huwelijk in 1832, aan de Italiaanse opera van Spanje en Portugal en werd kapelmeester aan de kathedraal van Novara. In 1835 kwam hij in contact met Giacomo Meyerbeer en onder diens invloed componeerde Mercadante in 1837 zijn beste opera 'Il giuramento' oftewel 'De Eed'. Vanaf 1840 tot aan zijn dood fungeerde hij als hoofd van het Conservatorium van Napels. Hij componeerde een zeer indrukwekkend aantal opera's en andere muziekstukken.

 

Laan van Middenburg

West (1904)

 

Als stichter van 'Middenburg' wordt genoemd mr. Johan van der Dussen in het jaar 1657. Het prachtige, van een zeer rijke inboedel voorziene buitenhuis, heeft in de loop der jaren vele eigenaars gekend. De eigenaar in 1861 liet de hofstede met alles wat er bij hoorde geheel afbreken en bouwde in 1869 het thans nog bestaande buitenhuis 'Middenburg'. In 1934 verkocht de laatste particuliere eigenares, Johanna Schiff, het buiten aan de gemeente Voorburg. De gemeente verhuurde het achtereenvolgens als rusthuis aan de diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente, totdat de bouw van het bejaardenhuis 'Rustoord' achter de Herenstraat was voltooid. Daarna kreeg het buitengoed de bestemming van eerste klas familiepension met faciliteiten voor elf gasten. In 1940 had de Stichting Diaconessen Ziekenhuis te Voorburg plannen klaar liggen om op die plek een nieuw ziekenhuis te bouwen en het buitengoed daartoe geheel af te breken. De oorlogshandelingen hebben dit echter voorkomen. Van 1949 tot 1952 startte er het Huijgenslyceum, totdat ook zij een eigen schoolgebouw konden betrekken. Vanaf 1952 tot op heden (1992) wordt het gebouw als kantoor gebruikt door de Hoofdafdeling Openbare Werken van de gemeente Voorburg.

 

Mien Ruysplein

Sijtwende (2000)

 

Een andere opmerkelijke naam in de stoet van beroemde vrouwen is die van mevrouw Wilhelmina Jacoba Moussault-Ruys, beter bekend als Mien Ruys. Mien Ruys werd geboren op 12 april 1904 en overleed op 94-jarige leeftijd in haar woonplaats Deventer op 9 januari 1999. Zij is wereldberoemd geworden door de aanleg van haar vele tuinen en wel met name de architectuur daarvan. Ze zijn nog steeds te bewonderen, haar schitterende tuinen. Het zijn vooreerst proeftuinen, waar de nieuwste materialen uitgeprobeerd worden.
Zoals wel meer voorkomt bij beroemde personen had zij ook bijnamen, zoals 'Schuine Mien' vanwege het feit dat zij haar tuinen altijd met schuine lijnen aanlegde en ook werd zij wel 'Bielzen Mien' genoemd, vanwege het gebruik -toen nieuw- van oude spoorbielzen. Het grote complex 'Moerheim' bij Dedemsvaart , nu ondergebracht bij de 'Stichting Tuinen Mien Ruys', trekt nog steeds veel bezoekers uit binnen- en buitenland. Op een terrein van 25.000 m² met niet minder dan 25 tuinen kan men in het Overijselse Dedemsvaart dit alles bewonderen. Zij ontwierp over het gehele land tuinen en tuintjes onder meer te Den Bosch, in Nieuwegein, in Uithoorn en Amsterdam. Ook werkte zij samen met grote architecten als Gerrit Rietveld e.v.a. en paste de principes van helderheid en geometrie uit de moderne architectuur toe in haar tuinontwerpen.

 

Plaats van Middendorp

Oost (1924)

 

Tegenover 'Hoeckvliet', destijds gelegen op de hoek van de Kerkstraat (toen Kerklaan) en de Vliet, lag het buitenplaatsje 'Middendorp'. Van dit buiten is in de annalen in 1688 sprake en in 1789 als het getransformeerd wordt tot logement en een uitspanning met een kolfbaan aan de Vliet. Later herdoopt in 'Oranjezaal' bleef het logement tot er een gasfabriek in werd gevestigd, waaraan de naam van het bekende Voorburgse geslacht Bleuland van Oordt is verbonden. Thans bestaat het pand nog steeds en wordt het nog door dezelfde familie bewoond.

 

Molenwijkstraat

Centrum (1923)

 

'Molenwijk' was een riante villa aan de Parkweg 10 op de hoek van de Zwartelaan. In deze in 1874 gebouwde villa woonde vanaf 1884 tot 1912 Voorburg 'meest flamboyante' burgemeester Mr. Hendrik Nicolaas Cornelis Baron van Tuyll van Serooskerken. In 1913 verkocht burgemeester Van Tuyll zijn villa en vestigde zich op het familiekasteel te Geldrop. Een jaar tevoren was 'de molen van Baas' waaraan de villa haar naam ontleende reeds afgebroken. In 1922 werd er een café-restaurant in gevestigd onder de naam 'De Burcht'. In 1935 werd ook dit etablissement weggedaan en het gebouw gesloopt om plaats te maken voor flats en het latere hotel-restaurant 'Canterbury'.

 

Montessoristraat

't Loo (1956)

 

Naar Maria Montessori (1870-1952), een Italiaans arts, die beroemd werd als onderwijsdeskundige. Was de eerste vrouw in Italië die aan de Universiteit werd toegelaten. Ontwierp een onderwijssysteem voor geestelijk gehandicapte kinderen, had daarmee groot succes en bouwde het uit voor 'normale' kinderen. Haar systeem is gebaseerd op zelfwerkzaamheid (doe- en geen luisteronderwijs) en harmonische ontwikkeling van de persoonlijkheid. In 1916 werd in Nederland de Eerste Nederlandse Montessorischool gesticht. Maria Montessori was van 1916 tot de Spaanse Burgeroorlog in Barcelona gevestigd, had daar haar eigen instituut om haar opvoedingsmethoden verder uit te werken en kwam daarna naar Nederland. In Laren had zij een eigen school, totdat de fascistische regimes het onderwijs in ons land verboden. Vertrok in de dertiger jaren naar India om aldaar nieuwe scholen te begeleiden en kwam in 1946 weer terug naar Nederland en bleef hier tot aan haar overlijden in 1952 (Noordwijk) wonen.

 

Van Montfoortstraat

Noord-oud (1926)

 

Reeds in 1496 wordt Vrouwe Willem van Naeldwijck, Vrouwe van Montfoort, vermeld als de rechthebbende op de overtocht van Voorburg. Na haar worden er achtereenvolgens tot 1527 een Barbara van Montfoort en Machtelt van Montfoort als rechthebbenden genoemd. De overtocht is het recht de schepen in de Vliet over land te verslepen naar een respectievelijk hoger of lager gelegen gedeelte water bij gebreke van de schutsluizen, zoals die thans functioneren.

 

N

Top

Van Naeltwijckstraat

Nicolaas Beetslaan

Nieuwe Havenstraat

Laan van Nieuw Oosteinde

Nieuwstraat

Noordenburglaan

Noorderstraat

Noteboompark

 

Van Naeltwijckstraat

Noord-oud (1923)

 

Evenals bij de familie van Montfoort treffen wij de naam Van Naeltwijck of Van Naeldwijck met enige regelmaat aan. Vanaf 1434 komt deze naam in het Voorburgse voor als de rechthebbenden op de overtocht van Voorburg. De overtocht is het recht de schepen in de Vliet over land te verslepen naar een respectievelijk hoger of lager gelegen gedeelte water bij gebreke van de schutsluizen, zoals die thans functioneren. In latere tijden parenteren de Van Naeltwijcks zich met onder meer die van Van Montfoort, van Van Gaesbeke en van Van Arenburch.

 

Nicolaas Beetslaan

Noord-nieuw en -oud (1939)

 

Nicolaas Beets (1814-1903), Nederlands dichter en schrijver was predikant te Heemstede en Utrecht en van 1854-1884 hoogleraar te Utrecht. Zijn meesterwerk werd de 'Camera Obscura', in 1839 voor het eerst gepubliceerd onder de schuilnaam Hildebrand. Het werd in vrijwel alle Europese talen vertaald.

 

Nieuwe Havenstraat

Damsigt (1929)

 

De Nieuwe Havenstraat ontleent zijn naam aan de aanwezigheid van een loswal of haventje aan de Vliet in het oosten van Voorburg, tegen Leidschendam aan. De haven werd 'nieuw' aangelegd in 1929 bij de opstallen van de gemeentelijke reinigingsdienst. Thans is hier de Avalex gevestigd, de regionale reinigingsdienst van Leidschendam, Rijswijk en Voorburg.

 

Laan van Nieuw Oosteinde

Centrum en Noord-oud (1896)

 

De Laan van Nieuw Oosteinde, in de 15e eeuw naar de ridderhofstede 'De Werve' of 'Matenes', de 'Werflaen' of 'De Wervelaan' dan wel 'Hoflaan' genoemd, staat aan het eind van de 18e eeuw bekend als de 'Nieuwe Laan'. De laan is eeuwenlang een tolweg geweest waar de heren van 'De Werve' een niet onbelangrijke bron van inkomsten uit verkregen. In 1658 verleende de Staten van Holland aan de schout en ambachtsbewaarders van Voorburg octrooi voor het maken van 'n weg van Voorburg naar 's-Gravenhage. Dit resulteerde uiteindelijk in het recht voor de Heer van De Werve een tol te mogen heffen zodra hij de weg voor de 'publieke passage' gereed zou hebben 'soo met carossen, wagens, karren, te paert, te voet, alsmede met beesten en anders.' De tol heeft tot 1928 voortbestaan. De Laan van Nieuw Oosteinde is vanouds de belangrijkste verbindingsweg van het centrum van Voorburg naar Den Haag. Voordat deze tolweg open ging moest men een aanzienlijke omweg maken over Rijswijk. De namen 'Nieuw Oost-Indië' en 'Nieuw Oosteinde' worden al jaren door elkaar gebruikt. De beide lanen liepen en lopen ook nu nog fysiek in elkaar over. Het Haagse gedeelte is in 1894 omgedoopt in 'Laan van Nieuw-Oost-Indië', terwijl Voorburg de naam als 'Laan van Nieuw Oosteinde' vaststelde.

 

Nieuwstraat

Oost (1919)

 

Een historische achtergrond van deze straatnaam is niet te vinden. Hoogstwaarschijnlijk was dit gewoon een 'nieuwe' straat in de uitbreidingsplannen van rond 1919.

 

Noordenburglaan

Oost (1929)

 

De niet onaanzienlijke boerenhoeve 'Noordenburg' was omstreeks 1620 eigendom van Jan Dirckszn. van Leeuwen, die gedurende 51 jaren secretaris van Voorburg was. Van Leeuwen woonde vanaf 1607 in het pand Herenstraat 55 het zogenoemde 'Van Leeuwenhuis'. 'Noordenburg' kwam in 1865 in handen van de welbekende eigenaar van 'Vreugd en Rust, Mr. Mari Aert Frederik Henri Hoffmann. Vervolgens werd de echtgenote van Otto baron van Wassenaer van Catwyck de nieuwe eigenares. De laatste pachter was de familie Bregman. Nazaten van Abraham Bregman vonden, toen de oude boerderij in 1930 nagenoeg gesloopt was, anderhalve meter onder de grond nog een ijzeren haardplaat, die -eenmaal schoongemaakt - de Bijbelse voorstelling had van 'Suzanna in het bad'. Dit was dan tegelijk het laatste wat van de oude boerderij overbleef. De boerderij was gelegen tussen de huidige Noordenburglaan en de Broeksloot.

 

Noorderstraat

Noord-oud (1955)

Van deze in 1955 geplande straat zijn geen historische achtergronden te vinden.

 

Noteboompark

Noord-nieuw (1989)

 

Naar dr. Jan Willem Noteboom (1893 - 1974) die van 1 juli 1946 tot 31 november 1958 burgemeester van Voorburg was. Promoveerde in de rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en maakte een carrière onder meer als secretaris van de oud-gouverneurgeneraal van Nederlands Oost-Indië. Hij was tevens verbonden aan het wetenschappelijke bureau van de A.R.P. de Dr. Kuyperstichting en als lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. In 1940 werd hij mede naar aanleiding van uitlatingen en publicaties door de bezetter gearresteerd en zat hij geïnterneerd in de oude gevangenis van Scheveningen en verbleef daarna in gevangenissen te Emmerik, Munster, Kassel, concentratiekamp Buchenwald en kwam in november 1941 weer als gijzelaar in Nederland terug. Vervolgens verbleef hij enige jaren in diverse Brabantse kampen. Werd na de bevrijding militair commissaris van Noord-Oost-Zuid-Brabant en kreeg de leiding van het Centraal Orgaan voor de Zuivering van het Overheidspersoneel, tot zijn benoeming in Voorburg in 1946. Onder zijn bewind kreeg Voorburg haar eerste eigen postkantoor, werden de annexatieplannen van Den Haag verijdeld, werd het uitbreidingsplan ''t Loo' gerealiseerd en de legendarische Blauwe Tram opgeheven (mei 1958). Hij woonde aan het Oosteinde 223 vlakbij Park Vronesteijn. Hij overleed op 80-jarige leeftijd te Hilversum.

 

O

Top

Okerhof

Oltmansstraat

Oosteinde

Laan van Oostenburg

Oosterlaanstraat

Oosterloostraat

Oostvlietstraat

Opwijckstraat

Oranjelust

Oranje Nassaustraat

Oude Haven

Overburgkade

 

Okerhof

Damsigt (1976)

 

Oker is een donkergele kleurstof dat wordt verkregen van het hydraat van een aardverfstof. Werd vroeger veel gebruikt voor de verfbereiding, maar is tegenwoordig veelal vervangen door synthetische grondstoffen. Straat met een vast achtervoegsel. Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven.

 

Oltmansstraat

Noord-nieuw (1959)

 

Jan Frederik Oltmans (1806 - 1854) was schrijver van historische romans. Hij hoort thuis in een reeks van schrijvers uit de romantiek als Aernout Drost, Jacob van Lennep, Hendrik Jan Schimmel en Anna Louisa Geertuida Bosboom-Toussaint. Hij schreef onder het pseudoniem J.van der Hage (zijn vader was Rijksontvanger te Den Haag) in 1834 'Het Slot Loevestein' en in 1838 'De Schaapherder'. Een deel van de huidige Aart van der Leeuwkade heette tot 1939 de Oltmanskade.

 

Oosteinde

Oost (1886)

 

Het Oosteinde, in vroeger eeuwen onderdeel van de Heer Wegh, heeft zich eeuwenlang gekenmerkt door de vele buitenplaatsen, waarvan 'Den Dom' of 'Opmijst', 'Vreugd en Rust', 'Buijtenrust', 'Damsigt', 'Rusthof', 'Veldzicht' 'Eemwijck', 'Noordervliet', 'Vlietenburch', 'Opwijck', 'Vlietwijk' en last-but-not least 'Leeuwesteyn' er een aantal zijn. Eeuwen door heeft deze laan in het oude dorp aan de Vliet een ongekende aantrekkingskracht gehad op mensen die het zich konden permitteren een 'buiten' te bewonen. Vele beroemde namen zijn aan evenzoveel riante behuizingen verbonden. Prinses Marianne zocht daar haar toevluchtsoord en bleef er vele jaren wonen. Maar ook bekende figuren als de Van Alckemade's, Hoffmann en Groen van Prinsterer verbonden voor altijd hun namen aan deze laan langs de Vliet. Omdat de kustlijn met de Noordzee op oude geografische kaarten in de meeste gevallen horizontaal wordt afgebeeld, dient hierbij bedacht te worden dat waar oost wordt aangegeven in werkelijkheid noordoost wordt bedoeld; het westen ligt dan in feite in het zuidwesten. De Oude Martinuskerk is 'georiënteerd' d.w.z. de priester stond oudtijds tijdens de liturgische handelingen met het gezicht naar het oosten; de 'nieuwe' Martinuskerk aan het Oosteinde daarentegen niet; die is gericht naar het zuidoosten.

 

Laan van Oostenburg

Centrum (1910)

 

Tussen 1652 en 1704 is de naam van de boerderij 'Oostenburg', gelegen aan de Voorburgse Achterweg (thans Parkweg), ontstaan. Maar al in 1516 was er in dit gebied sprake van een (boeren)woning met in totaal 13 morgen land. De boerderij en het bijbehorende land aan de Broeksloot was leenplichtig aan het kasteel 'De Werve'. Door vererving kwam de boerderij in 1907 in handen van het echtpaar De Jonge-van Wassenaer. De dochters van dit echtpaar Maria en Adrienne gingen naar het aparte schooltje waar ook destijds prinses Juliana les had. Toen prinses Juliana op een keer met de kinderen in de buurt van de boerderij 'Oostenburg' speelde geraakte zij in de sloot. De pachteres van de boerderij, mevrouw Van der Ham, trok de prinses schone kleren aan van één van haar kinderen en zo mocht Juliana weer terug naar huis. In 1930 werd 'Oostenburg' verkocht aan de gemeente Voorburg, waarna op die plek woningen werden gebouwd.

 

Oosterlaanstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Johannes Oosterlaan (1822 - 1890), landbouwer van beroep, was raadslid in Voorburg van 8 oktober 1863 tot 23 april 1890 en één jaar wethouder van 1868-1869. Gedurende zijn ruim 26-jarig raadslidmaatschap heeft hij maar liefst zes burgemeesters gekend.

 

Oosterloostraat

Oost (1926)

 

De oude boerenhofstede 'Oosterloo' was gelegen aan de Broeksloot ten noordwesten van de Loolaan. De boerderij behoorde evenals 'Westerloo' en 'Zuyderloo' tot 'De Loo' ook wel 'De Groote Loo' genoemd. Bij de hofstede hoorde blijkens gegevens uit omstreeks 1669 ook nog een woning 'De Horst' genaamd. Het grootste gedeelte is in de maand juli 1777 door brand verwoest. Deze branden, die nagenoeg zeker zijn aangesticht, bracht schout Van Royen er toe een 'Nagtwagt' in te stellen omdat hij de indruk had gekregen dat de brand 'door moedwillige en quataardige Booswigten gestigt en aangelegt is'. Dit heeft niet kunnen voorkomen dat 'Oosterloo' na de derde brand nagenoeg geheel verloren ging. In 1794 worden de gronden van 'Oosterloo' verkocht aan Wouter Jochems uit Den Haag.

 

Oostvlietstraat

Oost (1924)

 

'Huize Oostvliet' werd in het jaar 1902 gebouwd aan het Oosteinde (100) als 'Villa Djocja Carta'. Het huis kent een bewogen historie als in 1943 de Wehrmacht in het huis trekt; het wordt gebruikt als voedseldepot en in 1944 zelfs als wapendepot, aangevoerd door schuiten met komkommers waaronder de wapens verborgen lagen; daarna enige tijd onderdak biedend aan het Huygens Lyceum verkoopt de eigenaar het pand aan de paters Capucijnen, die er het welbekende 'Pokrof-klooster' stichtte. De paters verrichtten hun diensten volgens de Slavisch-Byzantijnse ritus en hadden in hun bescheiden kloosterkapel een schitterende ikonostase (wand met ikonen), waarvan de ikonen voor een deel waren vervaardigd door zusters Benedictinessen van priorij Regina Clasis in Schotenhof bij Antwerpen. In 1983 vertrokken de paters naar de Raamweg 42 te Den Haag en verkochten zij het huis aan Wijnstra Beheer Hypotheken.

 

Opwijckstraat

Damsigt (1925)

 

'Opwijck' was een van de schitterende buitenplaatsen aan de Vliet. Het was dicht bij de Wijkerbrug gelegen. Was omstreeks 1600 'Opwijck' eerst een boerderij, in 1643 liet een eigenaar, een zekere Johan van den Brouck, dit afbreken en er een buitenplaats voor in de plaats zetten. Op 'Opwijck' heeft o.a. Johan van Riebeeck gewoond, die later het landgoed 'Essesteyn' betrok. In 1777 liet de toenmalige eigenaar 'Opwijck' weer afbreken en stelde daar het latere gerenommeerde logement en uitspanning voor in de plaats dat de naam van de nabij gelegen 'Wijkerbrug' kreeg. Het hotel werd in de laatste oorlog door de bezetters gebruikt en takelde danig af. In 1948 viel het geheel onder de slopershamer.

 

Oranjelust

Centrum (1910)

 

De naam Oranjelust is ten nauwste verbonden met die van een zekere Cornelis Siliakus, die in 1780 ging wonen op een boerderij die hij -Oranjeklant als hij was 'Oranjelust' noemde. Siliakus was een zeer actief man: richtte reeds in die tijd een begrafenisfonds en een ziekenfonds op voor mannen en vrouwen. Wanneer zij zonder werk kwamen kregen zij een bedrag van 15 cent per week uitgekeerd. Hij was een fervent supporter van stadhouder Willem V, de vader van de latere koning Willem I. Tevens richtte hij een 'Oranjecorps' op om -zo het te pas kwam - het hoofd te kunnen bieden aan de patriotten. Ten slotte richtte hij een Oranjesociëteit op in samenspraak met onder meer de beroemde dichter Willem Bilderdijk (zie Bilderdijkplein). Op een groot gedeelte van het bijbehorende land werd rond 1876 de Algemene Begraafplaats aan de Parkweg ingericht. In 1911 nam de gemeente deze straat, die toegang gaf tot de warmoezierderij over en ging Woningbouwvereniging 'Huiselijk Geluk' over tot de bouw van 12 zogenoemde volkswoningen.

 

Oranje Nassaustraat

Oost (1948)

 

Het Duitse geslacht Nassau, ontleent zijn naam aan een burcht aan de Lahn, die aan het begin van de 12e eeuw werd gebouwd. Hendrik III uit dit geslacht liet in 1538 zijn erflanden na aan Ren, van Chalon (1519 - 1544), die reeds prins van Orange (in Frankrijk)was. Ons vorstenhuis, erfgenaam van deze prins van Orange, noemt zich daarom het Huis Oranje-Nassau. De straat, die vroeger Julianastraat heette, werd op last van de bezetters in 1942 omgedoopt in Johan Willem Frisostraat. Op 7 mei 1945 werd het weer Julianastraat. Bij de troonsbestijging van Koningin Juliana in 1948 werd de straat omgedoopt in Oranje Nassustraat en werd een grotere straat de Koningin Julianalaan genoemd.

 

Oude Haven

Centrum (1987)

 

Wat zich nu tooit met de naam 'Oude Haven', met zijn nieuwbouwdirect gelegen aan de Vliet, was lange tijd niet meer -maar ook niet minderde enige haven waar goederen of aan de haven zelf of middels de in de Kerkstraat lopende gracht werden geladen en gelost. In 1902 kocht de gemeente het oude pand 'Hoeckvliet' op waar de heer Savalle zijn beroemde parfumfabriek in had gevestigd, om er een goede aanlegplaats te maken. De gemeente vestigde er de gemeentewerf met werkplaatsen en loodsen. In 1976 werd dit alles afgebroken en verplaatst naar nieuwe gebouwen aan de Nieuwe Havenstraat. De Vlietstraat werd doorgetrokken en uiteindelijk verrees op die plek in het begin van de negentiger jaren luxenieuwbouw.

 

Overburgkade

West (1930)

 

'Overburg' is de naam van een boerderij, gelegen aan de zogeheten 'Burchweg' of 'Burchpat', omschreven als het 'gemeene voetpad van Voorburg naar Rijswijk'. In vroeger jaren heette deze boerderij 'Noorderburch'. Weer later werd de naam 'Noorderburch' gegeven aan de boerderij vlakbij de huidige Noordenburglaan. Zie aldaar.

 

P

Top

Van Pabstlaan

Palairetstraat

Van der Palmstraat

Paradijsstraat

Park Leeuwensteijn

Parkweg

Pauwstraat

Peilnagel

Pieter Postplaats

Pompe van Meerdervoortstraat

Populierendreef

Potgieterlaan

Via Puccini

 

Van Pabstlaan

Noord-oud (1926)

 

Op 27 september 1765 verkoopt Jonkvrouw Jacoba Emilia van Halewijn, de hofstede 'De Werve' aan haar moeder Vrouwe Emilia de la Riviere, gehuwd met Levyn van Pabst. Deze Levyn laat een aanzienlijk deel van het bos, behorende bij het uitgestrekte bezit van 'De Werve', kappen en het hout verkopen. De laatste dagen van huis 'De Werve', eens een groots en trots kasteel, zijn dan eigenlijk al geteld. Uiteindelijk blijft slechts het linkergedeelte van het voorgebouw van het kasteel met het markante torentje overeind.

 

Palairetstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Vernoemd naar Dominicus Palairet (1757-1827), die van 1811 tot 1817 burgemeester van Voorburg was, vervolgens van 1818 tot 1825 schouten daarna weer burgemeester van 1825 tot 1827. In de praktijk hielden de achtereenvolgende titels de functie van burgemeester in. In de Franse tijd werden zij 'maire' genoemd; onder de Bataafse republiek hield men het op 'schout' en bij de vernieuwde wetgeving van 1825 werden zij weer gewoon burgemeesters genoemd. Dominicus Palairet werd op 11 september 1757 gedoopt in de Grote of St.Jacobskerk van 's-Gravenhage en stierf 15 oktober 1827 te Voorburg. Palairet (of zoals andere bronnen vermelden: Pailleret) woonde in Voorburg van 1811 tot 1816 op de buitenplaats Heldenburg, achter de Oude Kerk.

 

Van der Palmstraat

(Noord-Nieuw)

 

Naar Johannes H. van der Palm (1763-1840), Nederlands predikant en in zijn tijd zeer gevierde kanselredenaar. Hoogleraar te Leiden. Voerde de zogenoemde Siegenbeekse spelling in (een Nederlandse spelling, opgesteld in 1804 door Matrijs Steenbreek (1774-1854). Deze spelling bleef van kracht tot die van De Vries en Te Winkel (1863).

 

Paradijsstraat

West (1930)

 

'Het Paradijs' was enige eeuwen lang een boerderij tussen de Broeksloot en de huidige Prinses Mariannelaan. In 1701 verkocht de eigenaresse Hendrina de Roy 'bejaart Juffrou' haar bezit aan Gerrit van der Schout, die de woning met 'Orangeriehuysinge' voor het eerst een naam ging geven: 'Het Paradijs'. Gerrit was van beroep 'Blommesier' oftewel bloemkweker. Behalve met het kweken van bloemen was er een befaamde kwekerij van kruiden, zoals die rond 1586 ook was te vinden in de tuinen van de Oude of Grote Loo. Na 1771 werd het omschreven als 'Warmoesieslant' waarvandaan de gekweekte groenten met schuiten via de Broeksloot naar de Trekvliet werden vervoerd. Na 1910 werd alles naar de groentenveiling naast de Hofpleinspoorbaan vervoerd. De tuinderij kreeg een zeer bekende naam alleen al door het kweken van bloemkolen. In 1928 kocht de gemeente Voorburg de grond van 'Het Paradijs' op van de laatste eigenaar Stephanus Willem van Veen en liet het woonhuis in 1930 afbreken.

 

Park Leeuwensteijn

Damsigt (1936)

 

Op het uitgestrekte buitengoed 'Leeuwensteyn' dat reeds wordt vermeld in het jaar 1351 woonde vanaf 1440 tot 1782 het oude adellijke geslacht Van Alckemade. De laatste en intussen zeerverarmde telg uit het geslacht Van Alckemade deed het bezit tenslotte over aan de vrouw van de herbergier van 'De Swaen' Zegers, die daardoor van herbergiervrouw plotseling grootgrondbezitster werd. Na nog een aantal malen van eigenaar te zijn verwisseld kocht in 1861 prinses Marianne het buiten, voornamelijk om daar haar gasten te kunnen ontvangen. Na het overlijden van prinses Marianne erfde haar zoon en haar kleinkinderen de buitenplaats. Deze lieten het in 1907 verkopen totdat het in 1935 inclusief het prachtige hek met de staande leeuwen werd afgebroken en er een villapark werd gesticht. In onze jaren negentig is de wijk verder volgebouwd met nieuwe, moderne villa's.

 

Parkweg

Centrum / Oost (1926)

 

De Parkweg heeft eeuwenlang de Achterweg geheten. De weg liep immers achter de bestaande dorpsbebouwing aan de Herenstraat langs. Overigens was de Achterweg veel langer dan de huidige Parkweg; hij omvatte tot 1821 ook de huidige Prinses Mariannelaan en de Veurschelaan. Oorspronkelijk liep de weg van de Geestbrug tot aan de Landscheiding. Op de zogeheten proceskaart van Floris Balthasars van 1559/1560 wordt het gedeelte dat nu met Prinses Mariannelaan wordt aangeduid de 'Middelwegh' of 'Lydtwech' genoemd.

 

Pauwstraat

Noord-oud (1926)

 

Frederik Pauw de Bie was van 1611 - 1621 burgemeester van Delft en secretaris van de 'Camer van Reeckeningen' van de Staten van Holland. Op 19 april 1666 kocht hij een aantal bezittingen deeluitmakend van 'Klein Duvenvoirde' oftewel 'Duivesteijn' op de plekwaar voorheen de 'Elsberg' (zie aldaar) was. Hij liet de daar aanwezige opstallen afbreken en zette er een nieuw fraai en groter gebouw voor in de plaats. Frederik Pauw de Bie moet in 1672 reeds zijn overleden want in dat jaar verkoopt Jonkvrouwe Margareta Kant, weduwe van Mr. Frederik Pauw de Bie de bezittingen aan derden.

 

Peilnagel

Sijtwende (2000)

 

Een peilnagel is niet meer of minder dan een nagel of spijker in een houten paal die de waterstand diende aan te geven. In feite de voorloper van de geëmailleerde plaat waarop tegenwoordig het N.A.P. oftewel het Nieuw Amsterdams Peil staat aangeven.

 

Pieter Postplaats

Sijtwende (2000)

 

Pieter Janszoon Post, Noord-Nederlandse architect en voorheen schilder werd op 1 mei 1608 te Haarlem gedoopt en overleed te 's-Gravenhage op 2 mei 1669. Hij is in onze contreien bepaald geen onbekende architect. Zo had hij onder meer de leiding bij de bouw van belangrijke bouwwerken, meestal paleizen, zoals het Mauritshuis en het helaas niet meer bestaande huis van Constantijn Huijgens aan het Plein te 's-Gravenhage. In 1645 verbouwde hij, in samenwerking met een andere beroemde architect, Jacob van Campen, voor stadhouder Frederik Hendrik 'Het Oude Hof', thans het werkpaleis van Koningin Beatrix. Veel van zijn scheppingen in de typisch classicistische architectuur van de Lage Landen zijn nog intact, zoals de Statenzaal op het Binnenhof (thans Eerste Kamer), het stadhuis van Maastricht, de Waag te Leiden en te Gouda. Minder bekend is wellicht dat hij ook de schepper is van het 'Hofje van Nieuwkoop' en 'Het Gouden Hooft' te 's-Gravenhage. In Voorburg is zijn naam tevens onverbrekelijk verbonden met het gelukkig nog wel bestaande Hofwijck of Huygenshuis. Huygens noemde hem zelfs de "speelman" en "vroedvrouw"" van Hofwijck. Overigens werden de bouwplannen van Huygens in goede samenwerking met Pieter Post, ook hier eerst bestudeerd en goedgekeurd door Jacob van Campen.

 

Pompe van Meerdervoortstraat

Noord-oud (1933)

 

Jhr. J.L.K. Pompe van Meerdervoort was van 1902 tot 1912 de zeerbekwame secretaris van de gemeente Voorburg onder burgemeester Van Tuyll van Serooskerken. Hij was gehuwd met Adriana Brill, oud-lerares aan een kostschool in Johannesburg. Tijdens de Boerenoorlog, toen Johannesburg reeds was gevallen, verscheen zij, gekleed in de Vierkleur en onder het zingen van het Volkslied inheit publiek. Zij werd hiervoor door de 'rooineks' ingerekend en ineen open goederentrein met alleen maar mannen naar Lorenzo Marquez gebracht en op een boot naar Holland gezet. In 1911 werd Jhr.Pompe van Meerdervoort ernstig ziek, keerde na een langdurige herstelperiode weer terug naar Voorburg, werd weer ziek en moest om gezondheidsredenen zijn functie van gemeentesecretaris neerleggen. Hij vestigde zich daarop in Zuid-Afrika in de hoop opeen volledig herstel van zijn gezondheid.

 

Populierendreef

Essesteijn (1972)

Straat met een vast achtervoegsel.

 

De populier behoort tot de familie van de Salicaceae en is inheems in de gematigde gebieden van het noordelijk halfrond. Het populierenhout is wit of grijsachtig wit en wordt gebruikt vooronder meer zaaghout, triplex, kisthout, lucifershout, de klompenfabricage en de papierverwerking. Andere nederlandse soorten zijn de abeel en de esp.

 

Potgieterlaan

Noord-oud (1929)

 

De Potgieterlaan is vernoemd naar Everhardus Johannes Potgieter (1808 - 1875). Potgieter was een Nederlands schrijver en makelaar en een van de krachtigste literaire figuren van de Nederlandse 19eeeuw. Werd in 1837 een van de oprichters van het (nog steeds bestaande) literaire tijdschrift 'De Gids'. Hij schreef gedichten, novellen, vertalingen. Zij bekendste werken zijn: 'Jan, Jannetje en hun jongste kind' (1842), ''t Is maar een pennelikker' (1842),'Het Rijks-Museum' (1844).

 

Via Puccini

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist die luisterde naar de namen Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Puccini. Giacomo Secondo (de tweede 'Jacob' van vijf generaties componisten met de familienaam Puccini) werd op 22 december 1858 in Lucca geboren en overleed op 29 november 1924 te Brussel. Ook deze componist, afkomstig uit een gezin met zeven kinderen, heeft zijn carriëre gemaakt mede dankzij de bemoeienis van de plaatselijke kerkelijke autoriteiten. Giacomo Puccini is na Verdi de belangrijkste representant van de Italiaanse opera. Hij is onder meer bekend van zijn opera's 'Manon Lescaut' uit 1893, 'La Bohème' uit 1896, 'Tosca' uit 1900 en 'Madame Butterfly' die hij eveneens in 1900 componeerde en later -in 1904- uitbreidde. De later beroemd geworden opera 'La Bohème' vond aanvankelijk bepaald niet zo'n enthousiast onthaal, zelfs niet onder de leiding van niemand minder dan Arturo Toscanini. In 1919 begon Puccini aan zijn laatste grote opera 'Turandot' naar een verhaal van Gozzi. Vanwege een plotseling opkomende keelkanker kon hij deze opera echter niet geheel afmaken. Puccini werd in Brussel met aanvankelijk succes geopereerd.
Op 29 november 1924 begaf zijn hart het echter en overleed hij in Brussel. Intussen was zijn meesterwerk 'Turandot' in de Scala van Milaan gecreëerd onder leiding van Toscanini. Zo kwam uiteindelijk deze het dichtst bij de Verdi-traditie staande opera weliswaar postuum tot stand en werd zijn ideaal toch verwezenlijkt.

 

Q

Top

Queridostraat

Queridostraat

Noord-nieuw (1951)

 

Israël Querido (1872 - 1932) is afkomstig uit een Portugeesjoodse familie en was in zijn jeugdjaren diamantklover. Hij kwam als volledig autodidact via de journalistiek tot het schrijversvak. Had in zijn tijd een enorm succes. Hij schreef in een nogal gezwollen stijl in 1925 een vierdelige Jordaancyclus, 'Amsterdamsch Epos'. Om dit werk te kunnen schrijven ging hij gedurende geruime tijd in de Amsterdamse Jordaan wonen.

 

R

Top

Raadhuisstraat

Redenburgstraat

Rembrandtlaan

Lamoraal Baron Rengerslaan

Reuvenslaan

Rhijnvis Feithstraat

Richard Sturenberghlaan

Ridder Snouckaertlaan

Rodelaan

Via Rossini

Van Royenstraat

Rozenboomlaan

Rozentuin

Rusthoflaan

Laan van Rustenburg

Rijnlandlaan

 

Raadhuisstraat

Centrum (1976)

 

Ter ontlasting van de Herenstraat besloot het gemeentebestuur in de zeventiger jaren parallel aan de Herenstraat de Raadhuisstraat aan te leggen. Daartoe werden de gebouwen van de gemeentewerf en enige schoolgebouwen afgebroken. Het historische pand 'Swaensteijn' aan de Herenstraat 72 biedt sedert 1986 huisvesting aan de gemeenteraad, terwijl het oude raadhuis aan de Herenstraat 42 (met achter uit- en ingang aan de Raadhuisstraat), na een ingrijpende verbouwing en uitbreiding, ruimte biedt als ambtelijk centrum.

 

Redenburgstraat

West (1904)

 

'Redenburg' was met 'Fonteijnenburg' een buiten aan het huidige Westeinde tegenover de Koninginnelaan. Op de plek waarin de 18e eeuw de buitenplaats zou verrijzen was vroeger een scheepmakerij gevestigd. Bij verkoop in 1813 werd het omschreven als: "aanzienlijk heerenhuis, tuinmanshuis, koetshuis en stalling, tuin, boomgaard, bosch, goudvisschenkom en koepels, ter grootte van 3 morgen 145 roeden".

 

Rembrandtlaan

Oost - 't Loo (1922)

 

Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606 - 1669). Nederlands schilder, tekenaar en graveur. Zoon van een molenaar uit Leiden. Leerling in Leiden van J. van Swanenburgh en in Amsterdam (waarheen hij in 1631 verhuisde) van P. Lastman. Vervaardigde voornamelijk (zelf)portretten, bijbelse taferelen, landschappen en genretaferelen. Behoort tot 's werelds beroemdste kunstenaars. In 1928 wordt in de gemeenteraad voorgesteld om de naam Rembrandtlaan om te zetten in Wijkerlaan omdat elders in de gemeente een wijk zou verrijzen met namen van schilders en dichters. Dit voorstel wees het gemeentebestuur echter af.

 

Lamoraal Baron Rengerslaan

't Loo (1960)

 

Lamoraal baron Rengers, was rond 1824 bewoner van 'De Loo'. In de jaren dat baron Rengers 'De Loo' bewoonde, was er van de eens zo trotse riddermatige hofstede weinig of niets meer over. Wel deed hij nog veel moeite om door nieuwe aanplant de historische plek weer een enigszins waardig aanzien te geven. Een ideale behuizing was het inmiddels niet. Op sommige dagen moest de toch al reumatische en bejaarde baron Rengers door vijf duim hoog polderwater waden. Bij de bouwwerkzaamheden aan de Mgr.van Steelaan en de Reuvenslaan zijn ook de laatste overblijfselen van 'De Loo' verdwenen.

 

Reuvenslaan

't Loo (1960)

 

Professor mr. Caspar Jacob Christiaan Reuvens (1793 - 1835), de eerste hoogleraar archeologie ter wereld, komt de eer toe de aanstoot te hebben gegeven tot de eerste meer moderne methode van archeologisch onderzoek naar de Romeinse resten op het terrein van 'Arentsburgh'. In 1827 vestigde hij zich daartoe met zijn gezin op 'Arentsburgh'. Hij ontdekte er onder meer de fundamenten van een groot gebouw met overblijfselen van baden, Romeinse munten van Septimus Severus, een bronzen windhond, het skelet van een vrouw, een armband en diverse andere voorwerpen. Hij ontdekte ook een aantal voor die tijd revolutionaire zaken zoals het bestaan van vensterglas en dakpannen. Reuvens maakte van al zijn vondsten uitgebreide aantekeningen en gekleurde platen om er een groot standaardwerk over de Nederlandse oudheden van te maken. Zo ver mocht het echter niet komen want op 26 juli 1835 stierf Reuvens op 42-jarige leeftijd.

 

Rhijnvis Feithstraat

Noord-oud (1929)

 

Rhijnvis Feith (1753-1824), Nederlands dichter. Promoveerde op zijn 17e jaar. Van 1780-1787 burgemeester van Zwolle. Vriend van Bilderdijk en een volgeling van Klopstock. Tijdens zijn burgemeestersjaren schreef hij zijn bekendste boeken: twee romans-in-briefvorm, Julia (1783) en Ferdinand en Constantia (1785). Van hem is het kerklied: 'Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen' Hij wordt in de literatuur gerangschikt onder de sentimentalisten, een sentiment niet ingegeven door persoonlijk doorleefd verdriet, maar door zijn bewustzijn van het vergankelijke en verlangen naar een gelukkiger leven in het hiernamaals. Bij zijn leven bewonderd. Zijn werken hebben, evenals die van Hidronymus van Alphen en de dames Betje Wolff en Aagje Deken, een opvoedkundige strekking.

 

Richard Sturenberghlaan

't Loo (1960)

 

Richard Sturenbergh werd in 1801 eigenaar van de schitterende buitenplaats 'Vlietwijck' dat ten westen van de Wijkerbrug lag. Dat in die tijd zelfs het behang belangrijk was blijkt uit het feit dat Richard Sturenbergh -hij was koopman, afkomstig uit Rotterdam een herenhuis kocht 'met de behangsels, negen spiegels, koetshuis, twee separate remises = (schuren of bergloodsen), paardenstalling, tuinmanswoning en tuin, groot anderhalve morgen'. En dat alles voor de prijs van ƒ 17.500,- ! Maar ja, het was dan ook bijna twee eeuwen terug.

 

Ridder Snouckaertlaan

't Loo (1960)

 

Welke ridder Snouckaert hier met een straatnaam is gederd is niet duidelijk; wel dat er enige generaties van de ridders van Snouckaert staan vermeld als eigenaren van de riddermatige hofstede 'De Binckhorst'. Het geslacht Snouckaert bezat 'De Binckhorst' van 1563 tot 1678. De eerst vermelde ridder Willem Snouckaert was 'raydt ordinaris ende bibliothecaris 's keysers ons Heeren', gehuwd met Johanna van der Binckhorst, wordt vermeld in rekeningen voor de tuinen in en om het Haagse Binnenhof. In 1551 woont Willem Snouckaert in het huis van de bibliotheek ('librarye') van het hof aldaar en wordt er een rekening opgemaakt voor noodzakelijke reparaties aan zijn huis. 'Omme te maicken int zuyden van deselve huysinge ande keucken een vuytstecksel van steen tot een washuys over 't water vuytsteeckende'.

 

Rodelaan

Damsigt en Essesteijn (1976)

 

Over de naamgeving van de Rodelaan bestaan verschillende opvattingen, variërend van 'roede' als zinnebeeld van macht, vergelijkbaar met een scepter; of 'rode roede' als zinnebeeld van geestelijke macht tot een brug over de Broeksloot dat rood van kleur zou zijn geweest. De Rodelaan werd pas aan het eind van de negentiende eeuw een openbare weg; voorheen was de (land)weg in particuliere handen. Bij de uitwerking van het 'bouwplan Rodelaan' is men ervan uitgegaan, dat deze straat vernoemd was naar de kleur, zodat de straten in dit wijkje eveneens kleurnamen kregen.

 

Via Rossini

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist Gioacchino Antonio Rossini, in 1792 in Pesaro geboren en op 13 november 1868 in Parijs overleden. Rossini had een uitzonderlijke muzikale begaafdheid dat zich al op 12-jarige leeftijd uitte. Vanaf 1810 tot 1829 schreef hij niet minder dan 37 opera's. Tot de bekendste behoren zonder twijfel de opera 'Otello' en 'De Barbier van Sevilla'. Over de laatste opera deed hij slechts dertien dagen! In 1823 vertoefde hij in Londen en Parijs, waar hij de leiding kreeg van de Italiaanse Opera. In Parijs had hij dermate veel succes dat hij de benoeming kreeg van Premier Compositeur du Roi en Inspecteur-général du Chant en France, inclusief een jaargeld van 20.000 francs. Met de opera 'Wilhelm Tell' betrad hij het tijdperk van de grote Franse opera's. Op 37-jarige leeftijd om nooit opgehelderde redenen zijn briljante carriëre als operacomponist af en sleet de resterende 39 jaren van zijn leven in verstrekte teruggetrokkenheid. In 1855 vestigde hij zich voorgoed in Parijs, waar hij met zijn 'jours', ontvangsten in beperkte kring, veel van zich deed horen en dat niet alleen door zijn muziek, maar veeleer vanwege zijn scepticisme, zijn bijzondere uitspraken en zijn fijnproeverij. In 1887 werden zijn stoffelijke resten vanuit Parijs overgebracht naar de Santa Croce te Florence.

 

Van Royenstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Mr. Hermannus Johannes van Royen was van 1768 tot 1790 schout van Voorburg tijdens de woelige dagen van strijd tussen de Oranjegezinden en de Patriotten, die uiteindelijk in het voordeel van de Oranjeklanten eindigde. Op 24 september 1787 ontmoet de Prins van Oranje op Voorburgs grondgebied zijn Prinses Wilhelmina onder uitbundige toejuichingen van talrijke Oranjeklanten. Een ooggetuige verhaalt: "Zoo ras was de stoet niet gepasseerd, of de Geweeren werden gelost en zoo ras mogelijk weer geladen, waarop zij telkens opnieuw losbarstten, terwijl de veroverde Stukjes onder een lieflijk gebulder niet dan vuur en vlam uitbraakten. De stokoude Grijsaard (de Prins van Oranje) paarde zijne vreugd met de huppelende jonkheid. De Hoezees deden de Lugt en de Aarde daveren..." In 1790 legde schout Van Royen zijn ambt neer en in de geest van de nog steeds heersende familieregering benoemden burgemeesters en bestuurders van de stad Delft op 18 november van dat jaar... zijn zoon: Mr. Adriaan van Royen.

 

Rozenboomlaan

Centrum (1922)

 

Deze reeds zeer oude straat leidde oorspronkelijk naar de oprijlaan van de hofstede 'Eynddorp'. In 1661 kocht Mr. Jacob van der Houven, burgemeester van 's-Gravenhage, de oorspronkelijke boerenwoning en liet er een buitenplaats van maken. Na zijn overlijden in 1703 erfden zijn drie kinderen de buitenplaats. Zijn dochter Elisabeth, gehuwd met Mr. Simon Rooseboom, verkreeg in 1726 alleen het eigendom van 'Eijnddorp'. Naar deze bewoner van 'Eijnddorp', die er tot 1792 woonde, heeft de straat de naam Rozenboomlaan te danken. Reeds in 1826 wordt melding gemaakt van het plaatsen van een lantaarn en een paal aan de 'Roosebome Laan'.

 

Rozentuin

Essesteijn (1972)

 

Straat met een vast achtervoegsel; is evenals de Tulpentuin gelegen in de wijk Essesteijn. Stekelige struik met meestal gevind blad, steunbladeren en tweeslachtige bloemen met een vijftallige kelk, vijf bloembladen en een groot aantal meeldraden. Er zijn wel 125 soorten op het noordelijk halfrond. De roos behoort tot het plantengeslacht van de Rosaceae. Als symbool speelde de roos in de historie een belangrijke rol. Zo heeft de rode roos in het wapen van het huis van York en de witte roos voor dat van Lancaster, in de 15e eeuw een belangrijke rol gespeeld toen beide 'huizen' vijandig tegenover elkaar stonden. Met de lelie is de roos de meest voorkomende figuur in de wapenkunde oftewel heraldiek.

 

Rusthoflaan

Oost (1922)

 

De bekende buitenplaats 'Rusthof' dateert uit het begin der 18e eeuw en was gelegen in het Oosteinde aan de Vliet. Het was een zeer uitgebreid bezit waarvan nog alleen de bijbehorende orangerie, op de hoek van de Prins Albertlaan en het Oosteinde (thans galerie 'Hoekvliet') over is. De belangrijkste bewoonster van dit buiten is wel Prins Marianne der Nederlanden geweest. Zij woonde daar vanaf 1848 - met enige onderbrekingen - tot aan haar overlijden in 1883. Haar zoon, Prins Albert van Pruisen, erfde het bezit.

 

Laan van Rustenburg

Centrum (1923)

 

'Rustenburg' was de benaming voor een herenhuis aan de huidige Herenstraat 42, op de plek waar thans het gemeentehuis staat. Reeds in 1550 wordt al een niet onaanzienlijk pand vermeld aan de zuidzijde van de Herenstraat. Het dubbele huis met tuin en boomgaard, alsmede een koepel aan de Leidsche Trekvliet ontving rond 1680 het opschrift 'Rustenburg'. Na intussen diverse malen van de hand te zijn gegaan, veelal aan predikanten met hun gezinnen, verkocht dominee Jentink in 1880 het pand aan de gemeente voor ƒ 11.000,-. Burgemeester Bucaille stelde voor het pand te laten slopen, maar de gemeenteraad wilde een verbouwing. Door financiële steun van prinses Marianne werd uiteindelijk op de fundamenten een nieuw gemeentehuis annex telegraaf en postkantoor gebouwd, dat in 1883 kon worden geopend. Bij een recente nieuwbouw van het gemeentehuiscomplex is dit oudste gedeelte grotendeels blijven staan.

 

Rijnlandlaan

't Loo (1960)

 

Rijnland behoort met Delfland en Schieland tot de grootste en oudste hoogheemraadschappen van Nederland. Het hoogheemraadschap van Rijnland is gelegen ten noorden van dat van Delfland tot de Oude Rijn. Vanouds werd op waterstaatkundig gebied het grootste deel van Zuid-Holland verdeeld in vijf grote delen, te weten: Rijnland, Delfland, Schieland, 't Land van Gouda en de Grote Ommeloop van het Land van Woerden. De afscheidingen tussen deze heemraadschappen en hoogheemraadschappen werden gevormd door dijken, zijdwinden, waterkeringen, landscheidingen en kaden. Tot de Franse tijd had Rijnland de hogere rechtspraak (baljuwschap) over Voorburg.

 

S

Top

Savallelaan

Van Schagenstraat

Scharlakenhof

Scheepsmakerij

Schellinglaan

Scheltuslaan

Schipholboog

Schoolstraat

Sepiahof

Van Sevenbergestraat

Laan van Sevenstar

Sint Martinuslaan

Sionsstraat

Van Slingelandtstraat

Sonnenburghlaan

Soomerlustplein

Soomerluststraat

Sophiastraat

Spinozalaan

Spoorstraat

Staringkade

Stationsplein

Mgr. van Steelaan

Via Spontini

Strabolaan

Laan van Swaensteijn

 

Savallelaan

Noord-nieuw (1951)

 

Pierre Jean Armand Savalle (1848-1910), werd op 6 september 1881 benoemd tot raadslid van Voorburg. Als zijn beroep werd aangegeven: 'kapitein van de rustende schutterij' en later fabrikant. Vooral vanwege dat laatste is hij tot ver buiten de grenzen bekend geworden, namelijk als fabrikant van zepen en parfums, zoals 'Eau de Voorburg Royale'. Zie voorts het vermelde onder Hoeckvlietstraat. Savalle was raadslid van 1881 tot 1900 en wethouder van 1889 tot 1893 en van 1899 tot 1900.

 

Van Schagenstraat

Centrum (1929)

 

Na eerst lange tijd in de volksmond Van Schagenslop te hebben geheten, besloot de gemeenteraad in 1886 de straat 'Achterom' te noemen om het op 11 september 1929 wederom om te dopen in de thans nog steeds bestaande naam: Van Schagenstraat. De straat is genoemd naar een oud-Voorburgse familie van ijzersmeden, die hun ambacht uitoefende op de hoek van het Achterom.

 

Scharlakenhof

Damsigt (1976)

 

Scharlaken is een rode lakkleurstof, die wordt verkregen uit de cochenille met tinbeits. Cochenille is een schildluissoort. De kleur is helderrood, een beetje naar geel neigend. Straat met een vast achtervoegsel. Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven.

 

Scheepsmakerij

West - 1998

 

Op een verouderd industrieterreintje in de directe nabijheid van de 'Oude Tolbrug' zijn door de Archeologische Werkgroep recentelijk opgravingen verricht. Daarbij kwamen de restanten tevoorschijn van een huis dat al reeds vòòr 1400 verlaten moet zijn. De blootgelegde fundamenten lieten opvallend veel natuurstenen zien, die volgens de archeologen afkomstig waren van de runnes van het toen reeds lang vervallen 'Forum Hadriani'. Tevens werden sporen gevonden van een scheepsmakerij, dat daar, evenals het haventje, tussen het eerste kwart van de 17e eeuw en ongeveer 1800 gelegen moet hebben. De scheepsmakerij lag aan een klein haventje, waarvan de beschoeiing op opvallend professionele wijze was aangelegd. Direct naast de beschoeiing lag een dik pakket zeeschelpen, met hout omzoomd. Dit was waarschijnlijk de werkvloer voor het scheepsreparatiebedrijf. Het opgravingterrein lag op het gebied van het in 1632 gebouwde voormalige buitenverblijf 'Redenburg'. Het is niet ondenkbaar dat daarin ook de oorsprong van de naam 'Redenburg' gevonden moet worden.

 

Schellinglaan

Oost - 't Loo - Noord-nieuw (1927)

 

Jakobus Schelling (1862 - 1923). Geboortig van Numansdorp kwam Jakobus Schelling met zijn gezin in 1913 vanuit 's-Gravenhage in Voorburg, wonen. Schelling was bouwkundige bij de Provinciale Waterstaat van Zuid-Holland. Hij heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt op het terrein van de woningbouw en was een bekend bevorderaar van het Voorburgs dorpsschoon. Schelling werd de eerste secretaris van de in 1914 ingestelde 'Commissie voor Plaatselijk Schoon', een commissie van de Vereniging 'Voorburgs Belang'.

 

Scheltuslaan

't Loo (1960)

 

Als eigenaren van de hofstede 'Arentsburgh' komen diverse telgen uit het geslacht Scheltus voor. In 1686 koopt de eerste Scheltus: mr. Jacobus Scheltus (1640-1712) niet alleen het fraaie buiten met alle toebehoren, maar ook was bij de koopprijs van 10.000 ponden inbegrepen 'een nieu overdect speeljagt, een marctschuit ende voort alle de thuyngereetschappe'. Het geslacht Scheltus blijft dan nog lange tijd -tot 1826- eigenaar van de hofstede. Van mr. Isaac Scheltus (1691-1749) is een merkwaardige 'Memorie van eenige Gedachtenissen' bekend, waarin hij nauwgezet van 1622 tot 1748 alle vermeldenswaardige familiegebeurtenissen aantekent. Van zichzelf schrijft hij daarin: "1691. 12 Maart is mijn moeder SCHELTUS van mij verlost s' middags ten 2 uuren en gedoopt in de nieuwe kerk door Ds. Bosch, genaamd ISAAC". Vele leden van het geslacht Scheltus waren staatsdrukkers van de Staten van Holland en West-Vriesland en het Vorstenhuis. In het genoemde jaar 1826 koopt de Staat der Nederlanden het uitgestrekte landgoed aan vanwege de belangstelling voor de historische grond en om er opgravingen te kunnen verrichten.

 

Schipholboog

Essesteijn (1988)

 

Straat met een vast achtervoegsel, zo genoemd vanwege de boog die de spoorbaan van de treinverbinding Den Haag - Schiphol aldaar maakt.

 

Schoolstraat

Centrum (1885)

 

De Schoolstraat, vroeger de Kleine Laan geheten, ontleent zijn naam aan het gebouw met de veelzeggende naam 'In de wereldt is veel gevaer'. In dit gebouw was immers jarenlang een bekend onderwijsinstituut gevestigd. Rond 1830 werd het gebouw al gehuurd door B. Schreuders, die er een kostschool stichtte. Schreuders gaf onderwijs in Frans, Duits, Engels, Boekhouden, Oude en Nieuwe Geographie, Algemene en Vaderlandse Geschiedenis en andere vakken van middelbaar onderwijs. Na zo'n 15 jaren nam C.W. Bruijnings Ingenhoes het in 1793 fraai herbouwde herenhuis over en vestigde er zijn kostschool voor jongelui van goeden huize en van aristocratische families. De school die later werd geleid door Bruijnings Ingenhoes' zoon werd in 1909 opgeheven.

Zie ook: Bruijnings Ingenhoeslaan

 

Sepiahof

Damsigt (1976)

 

Sepia is een bruine verfstof, bereid uit het zwarte vocht, dat in de inktzak van de gewone inktvis (Sepia officinalis) voorkomt. Straat met een vast achtervoegsel. Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven.

 

Van Sevenbergestraat

Noord-oud (1926)

 

Van Sevenberge is één der vele titels die toebedeeld waren aan de ambachtsheer van Voorburg. In dit geval aan die van de echtgenote van de ambachtsheer Prins Jan de Ligne, Margaretha. Margaretha was 'van Godts genade gefürste Gravinne van Arenberge (en niet Aremberge), geboren Gravinne van der Marck, Vrijvrouwe van Barbanson en van Sevenbergen, Vrouwe van Naeltwijck, van Honsholredijck en ter Capellen en erffmaarschalckinne van Hollant'.

 

Laan van Sevenstar

Oost (1924)

 

Het huis 'Sevenstar' was evenals 'Rustenburg' vanouds een woning aan de zuidzijde van de Herenstraat. Dit pand wordt reeds in 1558 genoemd en was in erfpacht uitgegeven door de heren van de hofstede 'De Werve'. In 1644 koopt François van Halewijn, eigenaar van 'De Werve', de woning voor een bedrag van ƒ 3.500,-. Gezien dit bedrag moet het een niet onaanzienlijke huis zijn geweest, aangezien in die jaren een dergelijk bedrag ook werd neergeteld voor een bescheiden buitenplaats. Waar het pand exact gestaan heeft en wanneer het is afgebroken is niet te achterhalen.

 

Sint Martinuslaan

't Loo (1960)

 

Martinus werd geboren in Sabaria in Hongarije. Ontvluchtte als kind het ouderlijk huis en liet zich opnemen onder de doopleerlingen of catechumenen. Ging op 15-jarige leeftijd in het leger. Toen hij eens als soldaat bij gebrek aan geld de helft van zijn mantel wegschonk aan een bedelaar, verscheen hem in de nacht Christus gehuld in deze gehalveerde mantel. Na zijn doopsel verliet hij de krijgsdienst, werd priester en daarna bisschop van Tours. In deze stad stichtte hij een klooster, waar hij met tachtig monniken leefde. Hij stierf op 81-jarige leeftijd in het jaar 397 tijdens een visitatiereis. Sint Martinus van Tours (feestdag 11 november) is reeds eeuwenlang de patroon van de Voorburgse parochiekerk. Ook de huidige oudste katholieke parochiekerk aan het Oosteinde draagt zijn naam. Diverse stichtingen en verenigingen in onze gemeente dragen eveneens zijn naam. De Sint Maartensstichting, beheerder van het bejaardencentrum aan de Klaverweide, heeft ter nagedachtenis aan Martinus het centrum 'De Mantel' genoemd en de daarbij gebouwde aanleunwoningen 'De Panden'.

 

Sionsstraat

Centrum (1885)

 

Huize 'Sionslust' werd in 1603 gebouwd door de timmerman Wolphert Thoniszn. De naam 'Sionslust' werd echter pas in 1740 aan het buiten gegeven. De tuinen die er bij hoorden strekten zich uit tot aan de Vliet. Het buiten, aanvankelijk slechts uit de begane grond bestaande, heeft huisvesting geboden aan diverse prominenten, waarvan de belangrijkste wel was de beroemde Dr. Hendrik van Deventer (Zie aldaar). Ook Mr. Johan Anthony Schiefbaan, die van 1795 tot 1796 schout van Voorburg was, woonde er een tijdlang. In 1900 werd het pand verkocht aan een Haagse drukker Ten Hagen. Ook heeft het nog een tijdlang huisvesting geboden aan de Zuid-Afrikaanse gezant en zijn gezin. Het pand is jaren in eigendom van de gemeente geweest, thans is een architectenbureau in het gebouw gevestigd.

 

Van Slingelandtstraat

Noord-nieuw (1956)

 

Naar Mr. Barthout van Slingelandt, die van 1742 tot 1752 schout was van de ambachtsheerlijkheid Voorburg

 

Sonnenburghlaan

West (1958)

 

Mr. Emile Louis Constant Schiff erfde in 1917 huize 'Middenburg', dat door zijn oom en tante Felix Vriese en Madeleine Adolphine Marie Schiff, in 1869 was herbouwd. Neef Emile bleef acht jaar op 'Middenburg' wonen maar vond het uiteindelijk te groot en verkocht het buiten weer aan een familielid. Met de opbrengst van 'Middenburg' liet hij in 1926 tussen het Westeinde en de Achterweg (thans Prinses Mariannelaan) een villa bouwen, die hij 'Sonnenburgh' noemde en waar hij tot aan zijn dood bleef wonen. De heer Schiff was directeur van de Haagse Vredestein-fabriek, die rubberen autobanden maakte. De fabriek werd later verplaatst naar Enschede, waar het in 1986 aan 1400 mensen een werkkring bood. De villa 'Sonnenburgh', die met latere aanbouwsels sterk was uitgebreid, werd later in gebruik genomen door de Rijksgebouwendienst voor Zuid-Holland en Zeeland.

 

Soomerlustplein

West (1934)

 

Het Soomerlustplein, voorheen een gedeelte van de Paradijsstraat, is genoemd naar de buitenplaats 'Soomerlust', gelegen aan het Westeinde aan de Vliet. Het buiten wordt voor het eerst vermeld in het jaar 1734, als ene Johan Anselmus Thielen 'nomine uxoris', uit naam van (zijn) echtgenote, het verkoopt aan mr. Pieter Jan Gesselle, die werkte op de 'fabryck der stede 's-Gravenhage'. In 1799 krijgt het buiten dezelfde eigenaar als die van het ernaast gelegen 'Middenburg': de Rotterdammer Jan Messchert. Ten tijde van koop werd het omschreven als: een huis, erf, stalling en koetshuis, met speelhuis aan de Vliet, alsmede 3 hont teelland.

 

Soomerluststraat

West (1930)

Zie Soomerlustplein

 

Sophiastraat

Oost (1923)

 

Prinses Sophia van Württemberg, (1818 - 1877) was de eerste gemalin van koning Willem III (1817 - 1890). Uit hun huwelijk (18 - 6 - 1839) werden drie kinderen geboren: Willem die op 38-jarige leeftijd in 1879 stierf; Maurits die slechts 6 jaar werd en in 1850 stierf en de ziekelijke Alexander, die in 1884 op 32-jarige leeftijd stierf. Koningin Sophia legde op 6 juli 1853 de eerste steen voor de bouw van een nieuwe bewaarschool. Bij die gelegenheid zongen de kinderen een door de schrijver-dichter Tollens geschreven lied, waaruit in het gezwollen taalgebruik uit die dagen het volgende fragment: "De naam der school, wat klinkt die schoon! Wie zou een zoeter eernaam weten? Zij wordt Sophia-school geheten; Sophia met de koningskroon, Die goedheid aan Haar grootheid paart, en eerbied is en liefde waard". De school, gesticht door de heer Hoffmann, werd op 24 mei 1854 plechtig ingewijd. Meer dan een eeuw heeft de Sophia-kleuterschool aan de Herenstraat 2 bestaan en was bij haar opheffing in 1986 de langst bestaande kleuterschool van Nederland.

 

Spinozalaan

Noord-nieuw (1951)

 

Baruch (Benedictus) de Spinoza (1632 - 1677), Joods wijsgeer van Portugese afkomst. Geboren te Amsterdam en opgevoed in de strenge geest van de joodse orthodoxie. Werd reeds op 24-jarige leeftijd in 1656 als dissident uit de synagoge gebannen, waarna hij de voornaam Benedictus aannam. Trok zich in 1660 terug in Rijnsburg. In het nederige huisje in het Westeinde voorzag hij in zijn levensonderhoud door het slijpen van lenzen en het geven van privé-lessen. In 1663 verhuisde Spinoza naar Voorburg, waar hij zijn Theologisch-politiek traktaat schreef. Hij woonde in bij de meester-schilder Danidl Harmensz. Tydeman aan de Kerklaan (tegenwoordige Kerkstraat) en verhuisde in 1670 naar de Paviljoensgracht te Den Haag (Spinozahuis), waar hij zijn boek 'Ethica' schreef. Hij overleed op 21 februari 1677 en werd begraven naast de Nieuwe Kerk aan het Spui te 's-Gravenhage.

 

Spoorstraat

Noord-oud (1951)

 

De Spoorstraat werd van 1915 tot 1951 de Van Tuyllstraat genoemd. Bij de invoering van de naam 'Spoorstraat' werd een andere straat in Voorburg de Van Tuyll van Serooskerkenstraat genoemd. De Spoorstraat in het uiterste noordwesten van Voorburg biedt uitzicht op een der oudste railverbindingen van ons land. Reeds in 1843 verlengde de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.M.) de in 1836 als eerste in Nederland aangebrachte spoorlijn Amsterdam-Haarlem via Leiden over Voorburgs grondgebied naar Den Haag.

 

Staringkade

Noord-nieuw (1939)

 

Antony Christiaan Winand Staring (1767 - 1840), Nederlands dichter en jurist. Promoveerde in 1786 te Harderwijk en studeerde daarna landbouwkunde te Gottingen in Duitsland, waarna hij zich in 1791 op het landgoed 'De Wildenborch' bij Lochem vestigde. Was van 1783 tot 1787 lid van het Haagse dichtgenootschap 'Kunstliefde spaart geen vlijt'.

 

Stationsplein

West (1987)

 

Het Stationsplein, zoals wij dat nu kennen, kreeg zijn uiterlijke vorm toen de Utrechtse baan en de railverbindingen boven straatniveau waren gebracht en werden voltooid. Teneinde een visuele verbinding te creëren met het nabij gelegen 'Hofwijck' werd het plein, ooit de zogeheten 'overtuin' behorend bij het buiten van Huygens, ingericht met kunstwerken, vijvers en fonteinen.

 

Mgr. van Steelaan

Noord-nieuw - 't Loo - Essesteijn (1951)

 

Monseigneur Willem van Stee werd geboren te 's Heer Arendskerke (Zeeland) op 22 januari 1846. Ontving op 15 augustus 1869 de priesterwijding. was daarna achtereenvolgens kapelaan te Delft en te Amsterdam, pastoor te Burgerbrug (Zuid-Zijpe) en deken van Schagen (1889-1898) en ontving op 1 juni 1898 zijn benoeming tot pastoor te Voorburg. Pastoor van Stee, om zijn niet aflatende bemoeienis met de arbeidende klasse, de 'rode pastoor' genoemd, richtte een jongelingenvereniging op: de Pancratiusvereniging, die vanaf 1901 huisvesting kreeg in het latere 'Forum' aan de Herenstraat. Hij richtte een jongensschool op en een afdeling van de rooms-katholieke Volksbond. Uit die afdeling ontstonden een groot aantal verenigingen en fondsen: ziekenen uitkeringsfonds 'St. Joannes de Deo', de harmonie 'St.Caecilia', de Coöp. Bakkerij en Verbruiksver. 'Onderling Vertrouwen', de sportclub die naar hem 'Wilhelmus' werd genoemd en het Maria-gesticht aan het Oosteinde annex naaischool. In 1913 nam hij afscheid als pastoor en werd rector van het door hem gestichte 'Gesticht voor Pension op deftige stand: oude mannen en oude echtelieden en ziekenverpleging met wijkverpleging', dat St.Antoniushove ging heten. Zelf ging hij wonen in een riante rectorswoning naast dit gesticht. Rector van Stee werd vanwege zijn grote verdiensten benoemd tot buitengewoon kamerheer van Z.H. de Paus en mocht zich sedertdien met de titel 'Monseigneur' tooien. Op 15 augustus 1929 vierde hij zijn 60-jarig priesterjubileum. Op 29 juli 1930 overleed de sociaal bewogen nestor van het bisdom Haarlem te Voorburg, op 84-jarige leeftijd.

 

Via Spontini

Sijtwende (2000)

 

Naar de Italiaanse componist Gasparo Luigi Pacifico Spontini, geboren te Majolati op 14 november 1774 en aldaar gestorven op 24 januari 1851. Hij werd onder meer bekend door 'La Vestale' oftewel 'De Vestaalse Maagd' en 'Ferdinand Cortez' Vooral Napoleon had veel waardering voor deze componist en maakte hem daarom hofcomponist. Keizerin Joséphine, de echtgenote van Napoleon maakte hem kapelmeester. Tijdens de daarop volgende periode van de zogeheten Restauratie zette Lodewijk XVIII het contract als hofcomponist voort. In 1820 bood de koning van Pruisen, Frederik Willem III, hem de baan van eerste kapelmeester en Generalmusikdirektor aan in Berlijn. Deze post moest hij echter als gevolg van zijn eigen arrogante en tirannieke optreden opgeven. Overigens wilde Frederik Willem III door toedoen van Spontini van Berlijn hèt centrum van de operacultuur maken. In feite was dat echter een droom dat één man niet kon bewerkstelligen. De bolwerken van de opera trof men in die dagen uiteraard aan in Italië en in Parijs. Na de dood van de koning van Pruisen, in 1840, werd Spontini door intriges gedwongen zich terug te trekken en verliet hij Berlijn.

 

Strabolaan

't Loo (1960)

 

Strabo leefde van ca. 63 voor Chr. tot ca. 20 na Chr., was een Grieks historicus en geograaf. Hij bracht een deel van zijn leven in Rome door en bezocht Eg. (= Engeland?). Bewaard is een werk van zijn hand 'Geographica' in 17 boeken. Een combinatie van geschiedenis en aardrijkskunde.

 

Laan van Swaensteijn

Oost (1924)

 

Huize Swaensteijn, reeds in 1512 in het 'memoriboec van Voirburch' vermeld, bestond oorspronkelijk uit twee huizen, die later -in 1632- zijn samengevoegd tot wat op de dag van vandaag 'Swaensteyn' wordt genoemd. Het meest linkse gedeelte op de hoek van de Herenstraat en de Kerkstraat heette in de late middeleeuwen huize 'Sint-Hubrecht'. Vanouds uitspanning en herberg, rechthuis en zetel van de schout en kantongerecht, kan van dit huis met recht en reden gezegd worden dat 'Swaensteyn' of huize 'De Zwaan' het centrum was, waar zich het bestuurlijke, zakelijke en emotionele leven van Voorburg afspeelde. Nog tot 1883 was hier het gemeentehuis gevestigd. Het schitterende in Renaissancestijl opgetrokken pand is dankzij de onvermoeibare inspanningen van wijlen de restauratiearchitect Ir. J. Kruger in de zeventiger jaren geheel gerestaureerd. In september 1982 kocht het gemeentebestuur het pand aan en maakte er in 1984, na nieuwbouw van de raadzaal, weer het bestuurlijke centrum van Voorburg van.

 

T

Top

Temeculaplein

Tollenskade

Truus Schröderhof

Tuinluststraat

Tulpentuin

Tussenburgstraat

Van Tuyll van Serooskerkenstraat

 

Temeculaplein

Sijtwende (2000)

 

Een toevallige ontmoeting in 1994 tussen de toenmalige burgemeester van Voorburg en de burgemeester van Temecula (van origine Rotterdammer) was de directe aanleiding om te gaan praten over een wederzijdse stedenband tussen Voorburg en Temecula. Toch is Temecula slechts in zekere zin vergelijkbaar met Voorburg. Temecula is al tot ver over de 50.000 inwoners gegroeid, terwijl Voorburg blijft steken om en nabij de 40.000 inwoners. Daarenboven is Voorburg slechts 3 vierkante miles groot en Temecula 26. De uitwisselingen tussen de zustersteden spelen zich voor het grootste deel af tussen de leerlingen van de middelbare scholen. De ontwikkeling van Temecula speelde zich voor het belangrijkste deel af in de 19e en 20e eeuw. Van het door louter Indianen bewoonde land, werd het een land van Mexicanen en van Franciscaanse missionarissen met Spaans/Mexicaanse namen als Juan Norberto de Santiago, Jose Sanchez en Mariano Payeras. Diverse veldslagen speelden zich af in de prachtige valleien van Temecula Valley. Een schoolvoorbeeld van het Wilde Westen, waarbij uiteraard de autochtone Indianen, de Cahuilla-indianen, het onderspit moesten delven. Het gebied kwam steeds meer onder de invloed van grootgrondbezitters en landontwikkelaars. Heden ten dage is Temecula, (spreek uit: Temèkjòela) een zich razendsnel ontwikkelende Californische stad, veelal bewoond door mensen die de grootstad het liefst willen mijden. De Indiaanse naam Temecula heeft als betekenis: 'Waar de zon schijnt door de wolken'

 

Tollenskade

Noord-oud (1985)

 

Hendrik Franciscus Carolusz, Tollens (1780 - 1856), dichter en verfhandelaar te Rotterdam. Schreef ook toneelwerk. In hoofdzaak is Tollens de dichter van de tevredenheid met het bestaande, van de blijmoedige levensbeschouwing, van huiselijk lief en leed: een tweede Cats. In 1815 schreef hij 'Wien Neêrlands bloed', dat lange tijd ons volkslied is geweest. In 1846 ging hij wonen op Ottoburg te Rijswijk. Op zijn 70e verjaardag werd zijn borstbeeld geplaatst in het museum Boymans te Rotterdam.

 

Truus Schröderhof

Sijtwende (2000)

 

Truus Schröder-Schräder werd in 1889 te Deventer geboren en stierf te Utrecht in 1985. Haar naam wordt met nadruk in verband gebracht met de vertegenwoordigers van een kunststroming in Nederland, die bekend geworden is onder de naam "De Stijl". Binnen deze groep van kunstenaars en architecten heeft mevrouw Truus Schröder, die van beroep bevoegd apotheker was, een belangrijke rol gespeeld. Met name door de nauwe samenwerking met de Utrechtse architectmeubelmaker Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964) is haar naam onverbrekelijk verbonden met het zo genoemde 'Rietveld-Schröder-Huis' aan de lommerrijke Prins Hendriklaan te Utrecht.
Nadat de echtgenoot van mevrouw Schröder in 1924 was overleden, richtte Gerrit Rietveld in nauwe samenspraak met mevrouw Truus Schröder op de benedenverdieping van dit voor die tijd zeer revolutionaire woonhuis, een architectenbureau in. Mevrouw Truus Schröder bleef er tot aan haar dood in 1985 wonen. Het huis bestaat nog steeds en is geheel ingericht met al het bij 'de Stijl' behorende meubilair. Helaas is het geheel te kwetsbaar om telkens aan het grote publiek getoond te kunnen worden. Desondanks blijft het een van de grote hoogtepunten in de Nederlandse architectuur van voor de oorlog. Het huis wordt nu beheerd door het Centraal Museum in Utrecht, die ook de archieven van mevrouw Truus Schröder èn van Gerrit Rietveld in beheer heeft. In december (2000) werd het Rietveld-Schröder-Huis toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst. Kenmerkend voor de schepper van dit monument is wel zeer bijzondere bescheidenheid. Toen Gerrit Rietveld in 1965 in Delft een eredoctoraat in ontvangst mocht nemen, sprak hij de woorden: "Kan ik, als deze vermomming is afgelegd, weer onbelemmerd en droevig zijn?" Zes maanden later stierf de schepper van de opmerkelijke meubelen, waarvan de Rietveld-stoel bepaald legendarisch is geworden. Hij vond overigens niet dat je daar nu eens lekker op kon gaan zitten en weg kon zakken. "Als je dat wilt, ga je toch gewoon naar bed."

 

Tuinluststraat

West (1940)

 

'Tuinlust' was de naam van een aan de familie Van den Akker toebehorend huis, waarin deze familie evenals de familie Van Kleef, een wasserij exploiteerde. Het was gelegen aan een grindpad, lopend vanaf het Westeinde naar de Achterweg (thans Prinses Mariannelaan). Langs de daar nu nog lopende spoorbaan Den Haag-Utrecht lagen de hierbij behorende gebouwen. Thans is er een sportveld.

 

Tulpentuin

Essesteijn (1972)

 

Straat met een vast achtervoegsel, dat met de Rozentuin in de wijk Essesteijn is gelegen. De tulp is een in zo'n 5000 variaties voorkomende sierbloem, afkomstig uit Klein-Azië. De tulp werd in Europa ingevoerd door de Vlaming Ogier Gislenus de Busbecq en in Nederland is de naam van Ch.de l'Ecluse hieraan verbonden (16e eeuw). Ons woord 'tulp' is afkomstig van het Perzische woord 'dulband', wat 'tulband' betekent. De tulp is zo genoemd vanwege het feit dat de bloem op een in het oosten gedragen tulband lijkt.

 

Tussenburgstraat

West (1930)

 

Het buitenplaatsje 'Tussenburg' aan het Westeinde, met land tot aan de Broeksloot, blijkt in 1797 geamoveerd oftewel afgebroken te zijn. Het wordt dan gevoegd bij de aanhorigheden van een ander buitengoed, te weten: 'Haagvliet', eveneens aan het Westeinde gelegen. Een saillante gebeurtenis deed zich op 19 augustus 1787 ter plaatse voor. In de woelige tijden van strijd tussen de 'Keezen' oftewel de Patriotten enerzijds en de Oranjeklanten anderzijds bezoekt burger Evertsen, een fervent Patriot, in zijn 'chais' (= sjees oftewel eenvoudig tweewielig rijtuig) Voorburg, om de voornamelijk Oranjegezinde Voorburgers een lesje te komen leren. De onfortuinlijke Patriot maakt echter met chais en al een forse buiteling in het zand, waaraan gelukkig verder geen gevolgen werden verbonden, maar wel aanleiding was tot innig leedvermaak van de Oranjegezinde ooggetuigen.

 

Van Tuyll van Serooskerkenstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Vernoemd naar burgemeester Hendrik Nicolaas Cornelis Baron van Tuyll van Serooskerken (1854-1924). Burgemeester van Tuyll, zoals hij kortweg werd genoemd, was 29 jaar burgemeester van Voorburg en wel van augustus 1883 tot augustus 1912. Deze in Voorburg zeer geliefde burgemeester bewoonde het huis "Molenwijk" op de hoek van de Parkweg en de Zwartelaan, waar later het hotel-restaurant "Canterbury" werd gevestigd. Voor 1951 heette de huidige Spoorstraat in het noorden van Voorburg de Van Tuyllstraat.

 

U

Top

Uhlenbeckstraat

Ultramarijnhof

Utrechtse Baan

 

Uhlenbeckstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Vernoemd naar Christianus Cornelis Uhlenbeck (1780-1845). Uhlenbeck was burgemeester van Voorburg van 1828 tot het jaar 1837 waarin hij ontslag nam als burgemeester. Hij was vaandrig bij de genie en later civiel ingenieur in Engelse dienst. Hij wist in de jaren voor 1820 de slavernij afgeschaft te krijgen op Ceylon. Werd in 1842 administrateur van de Koninklijke Academie voor de Opleiding van Burgerlijke Ingenieurs te Delft.

 

Ultramarijnhof

Damsigt (1976)

 

Ultramarijn is een helder blauwe verfstof, bergblauw, dat oorspronkelijk bereid werd uit gemalen azuursteen. De azuur- of lazuursteen werd van over de zee (ultramarinus = aan de overzijde van de zee gelegen) aangevoerd. Straat met een vast achtervoegsel. Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven.

 

Utrechtse Baan

 

De naam 'Utrechtsebaan' is de naam voor een gedeelte van rijksweg A-12 naar Utrecht. De 'baan' begint verdiept in het Haagse Bezuidenhout bij het Malieveld en loopt verhoogd over Voorburgs grondgebied. Het plan om grote verkeerswegen aan te duiden met de Zuid-Nederlandse term baan (b.v. Rotterdamsebaan) heeft verder geen doorgang gevonden. Het gedeelte van de verhoogde Utrechtsebaan dat door Voorburg loopt telt twee grote viaducten t.w. het Wilhelminaviaduct en het Marianneviaduct.

 

V

Top

Veenkade

Ds. Veldhoenlaan

Veldzichtkade

Via Verdi

Verlaat

Versteegstraat

Veurselaan

Violethof

De Vliegerlaan

Vlietenburgstraat

Vlietstraat

Vlietwijck

Vondelstraat

Voorhofstraat

Vossenburgstraat

Park Vronesteijn

Vrijburgstraat

Vijverhof

 

Veenkade

Centrum en Oost (1927)

 

De Veenkade is gelegen in de oude Veen- en Binckhorstpolder, ook wel de Bovenpolder genoemd. Het graven van de scheiding (Schenk) in 1403 tussen Haagambacht en Voorburg was het begin van de vorming van de polder. Door de komst van de Veenmolen, ook wel Boontjesmolen genoemd, werd het inmiddels van een kade voorziene deel vanzelf een polder. De naam 'Veenkade' ware niet te verwarren met de vanouds voorkomende 'Veenwech'. Deze Veenweg, ook wel 'Nuwe Denneweghe' en 'Zuyt-Denneweghe' genoemd is het verlengde van de Binckhorstlaan en liep 'zuutwairt op tot an die Binckhorst' en was een met diverse tollen belaste weg.

 

Ds. Veldhoenlaan

West (1951)

 

Dominee mr. dr. Nicolaas Gerrit Veldhoen, (1883 - 1934), was, komend uit Alphen aan den Rijn, predikant van de Hervormde Gemeente aan de Herenstraat van 1928 tot 1934. In een tijd dat er van enig begrip voor of toenadering tot andersdenkende christenen nauwelijks sprake was, kon men ds. Veldhoen vaak op een bankje in park Vreugd en Rust in ernstig gesprek zien met pastoor J.B.W.M. Möller, de pastoor van de St.Martinusparochie aan het Oosteinde. Hij gaf daarmee ongetwijfeld een eerste aanzet voor meer oecumenische toenadering. Toen de alom beminde predikant op 8 januari 1934 onder grote belangstelling vanuit de Oude Kerk werd begraven, luidden niet alleen de klokken van de Oude Martinuskerk, maar ook die van de nieuwe St.Martinuskerk.

 

Veldzichtkade

Oost (1926)

 

In 1733 liet een zekere Pieter Frater aan het Oosteinde de buitenplaats 'Veldzigt' bouwen op de plek van een voormalige warmoezierstuin. Het was geen lang leven beschoren want de eigenaar uit 1785 liet het buitenhuis weer afbreken en zette er een nieuw voor in de plaats. In 1804, nadat er tevens het buiten 'Vreeburg' aan was toegevoegd, wordt het geheel omschreven als: 'huis, koetshuis en stalling, schuitenhuis, hoenderen duivenhokken, met een salon en speelhuis aan den Vliet en een dito aan den heereweg, met boomgaard, bosch en nog twee huisjes'. Dit alles werd verkocht voor het kapitaal van zegge ƒ 9.000,-, maar dan wel in 1785! In 1827 treffen we ten slotte de laatste eigenaar aan en vernemen dan niets meer van het buiten.

 

Via Verdi

Sijtwende (2000)

 

Naar de belangrijkste 19e eeuwse operacomponist Giuseppe Verdi. Verdi, die voluit luisterde naar de namen Giuseppe Fortunino Francesco werd op 10 oktober 1813 te Le Roncole bij Busseto in het hertogdom Parma als Frans onderdaan geboren. Daarom waren zijn doopnamen op z'n Frans gespeld als Joseph Fortunin François. Op 18-jarige leeftijd werd Verdi naar Milaan gestuurd op kosten van een zekere Barezzi, die kennelijk de toen nog verborgen talenten van de jongeman op waarde wist te schatten. Voor het conservatorium was hij echter al te oud, maar desondanks bleef hij tot 1834 in Milaan studeren bij Vincenzo Lavigna, een musicus van de beroemde Scala van Milaan. In het jaar 1834 keerde hij naar Busseto terug en claimde daar het ambt van muziekdirecteur. De kerkelijke overheden hadden echter een andere kandidaat. Gevolg was dat Verdi weliswaar toch muziekdirecteur werd maar dat hij tevens gevoelens van antiklerikalisme ontwikkelde. In 1836 huwde hij met de dochter van zijn patroon Barezzi, Margherita Barezzi. De jaren rond 1840 waren voor Verdi ronduit desastreus. Niet alleen werd hij zelf ernstig ziek, maar verloor kort daarna tevens zijn twee kinderen èn zijn jonge vrouw Margherita. Inmiddels bezat Verdi een Oostenrijks pasport omdat de streek rond Milaan toen onder de overheersing stond van het Oostenrijkse imperium. Toen hij door de directeur van de Milanese Scala een libretto in handen kreeg gedrukt over de geschiedenis van Nebucadnezar II kreeg hij de geest om weer op volle kracht aan een operacompositie te gaan werken. En dat niet zozeer vanwege dat libretto, maar meer vanwege het feit dat het in gevangenschap levende koor van Joden appelleerde aan zijn verlangen om van het juk van de Oostenrijkse overheerser verlost te worden. Zo werd in 1842 de opera Nabucco geboren. In deze opera zong ene Giuseppina Strepponi die uiteindelijk Verdi's tweede vrouw werd. Deze Giuseppina was eerder de maîtresse van de tenor Napoleone Moriani, bij wie zij drie zoons had. Dit gegeven was voor Verdi weer aanleiding om zijn beroemd geworden opera La Traviata (1853) te schrijven. La Traviata handelt immers over een gevallen vrouw met een hart van goud. Giuseppina stond daarvoor model.
Bekende werken van hem -hij schreef er 28- zijn onder meer: 'Il Travatore uit 1853, 'La Traviata' eveneens uit 1853, 'Don Carlos' in 1855, 'La forzo des destino' uit 1862, 'Aïda' uit 1871 en 'Otello' in 1887 en 'Fallstaff uit 1893. Na in 1846 naar Parijs te zijn gegaan ontmoette hij daar de eerder genoemde Guiseppina Strepponi. Strepponi achtte zich onwaardig Verdi's vrouw te worden. Hij wist haar echter zo ver te krijgen dat zij als zijn maîtresse ging wonen in het plaatsje Sant'Agatha, wat hij -nu als man van enige welstand- had gekocht. In 1859, zeven jaar na zijn vestiging in Sant'Agatha trouwde hij in een duister plaatsje ergens in Savoye voor kerk en staat met zijn Guiseppina. Verdi stierf op 27 januari 1901 in Milaan.

 

Verlaat

Sijtwende (2000)

 

Kleine ontwateringsluis of schutsluis(je) voor de kleine scheepvaart. Aan de Delflandse kant van 'den Leijdtsen Dam' komt in de 17e eeuw al zo'n 'verlaat' voor die 'uitschut' op het lager gelegen water van de tegenwoordige Vliet. Eenmaal het sluisje doorgevaren kwam men in 'De Colck' en voer men langs het 'Cleijne windas' naar het Rijnlandse gedeelte van de Vliet.

 

Versteegstraat

Noord-nieuw (1951)

 

Naar Jan Versteeg, (Rhenen 8 jan. 1814 - Voorburg 22 juni 1877), van beroep wijnkoper. Hij was wethouder van Voorburg van 1873 tot 1876. In zijn kwaliteit van loco-burgemeester nam hij op 15 oktober 1873 afscheid van burgemeester A.B. Barkey wegens diens vertrek naar de gemeente Druten en heette hij Mr. J.N.A. Bucaille welkom als de nieuwe burgemeester.

 

Veurselaan

Damsigt (1921)

 

Vernoemd naar de voormalige gemeente Veur. Op 1 januari 1938 houdt de gemeente Veur officieel op te bestaan. Samen met het dorp Stompwijk en de buurtschappen Wilsveen, Veenweg en Tedingerbroek vormt het de nieuwe gemeente Leidschendam. Het agrarische Veur vormde tot 1646 één heerlijkheid met Voorschoten. Na 1646 wordt Veur in het oosten gescheiden van Stompwijk, in het zuiden door de landscheiding van Voorburg, in het westen door de Schenk of Scheidingswetering van Wassenaar en grenst het in het noorden aan Voorschoten.

 

Violethof

Damsigt (1976)

 

Violet is een bepaalde kleur paars ontleend aan het Viooltje (Viola). Straat met een vast achtervoegsel. Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven.

 

De Vliegerlaan

Noord-nieuw (1951)

 

Vernoemd naar molen 'De Vlieger'. De door Symon Cornelissen in 1621 gebouwde achtkante watermolen werd in de nacht van 16 op 17 oktober 1989, na 368 jaren, op spectaculaire wijze verplaatst van de plek aan De Vliegerlaan naar het nieuw ingericht polderlandschap aan de Rodelaan, vlakbij de boerderij 'Essesteijn'. De molen, in de 18e eeuw ook wel als 'Binnenmolen' aangeduid, bemaalde de zogenoemde 'Binnenpolder', later Veen- en Binckhorstpolder genoemd, kwam na de 2e Wereldoorlog buiten gebruik en werd op onverantwoordelijke wijze ingebouwd.

 

Vlietenburgstraat

Oost (1926)

 

'Vlietenburch' wordt omschreven als 'een hofstede, strekkende van de Broeksloot zuidwaarts tot in de Vliet met servituut van uitweg of doorvaart in de sloot'. De buitenplaats, die ook wel werd aangeduid met de naam 'Vliet en Burg', is in de loop der eeuwen enige malen van gedaante veranderd. De eerste eigenaar en bouwer van 'Vlietenburg', Mr. Johan Hooft, advocaat van den Hove van Holland, liet er zelfs een heuse burchttoren bijbouwen. In 1938 verkocht de eigenaar van het ernaast gelegen 'Eemwijck', de scheepsbouwer Bart Wilton, het landgoed aan een Rotterdamse zakenman Hendrik Jozef Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven, mededirecteur van de Bank voor Handel en Scheepvaart te Rotterdam, wilde in de oorlog niet voor de Duitsers werken, nam ontslag en stelde zijn kapitale huis ter beschikking aan diverse onderduikers. En dat ondanks het feit dat op 'Eemwijck' hoge officieren van de SS waren ingekwartierd en op nr. 100 de Duitse Wehrmacht was gevestigd. De heer Kouwenhoven stond bekend als een kindervriend en nodigde enige malen per jaar klassen van het Instituut 'Effatha' bij zich uit om daar een heerlijke middag door te brengen. De heer Kouwenhoven stierf op 4 januari 1948; zijn gezin bleef op 'Vlietenburg' wonen tot 1953. In dat jaar verkocht zijn weduwe, geheel in zijn geest, het buiten aan het Leger des Heils, die er het nu nog bestaande kinderhuis in vestigde.

 

Vlietstraat

Centrum (1904)

 

De Vlietstraat wordt in 1902 omschreven als een nieuwe straat naast het postkantoor en was vroeger een stal van C.C. van der Plaat en diende ter ontsluiting voor de openbare lagere school. In 1976 wordt dat gedeelte van de Vlietstraat dat evenwijdig liep aan de Herenstraat omgedoopt tot Raadhuisstraat. De geschiedenis van de Vliet gaat terug tot de Romeinse tijd, toen veldheer Corbulo zijn soldaten het naar hem genoemde kanaal, de Fossa Corbulonis, liet graven. Deze gracht moest de monden van de Rijn en Maas verbinden om de Romeinse scheepvaart te vrijwaren tegen de wisselvalligheden van de zee: 'Qua incerta oceani vitarentur', zoals het op een fresco in de inmiddels afgebroken raadzaal was te zien. Een gedeelte van de tegenwoordige Vliet is daar vermoedelijk een overblijfsel van.

 

Vlietwijck

Oost (1987)

 

'Vlietwijck' gelegen aan het Oosteinde vlak bij de Wijkerbrug was een niet onaanzienlijk buiten ter grootte van 1½ morgen. Om een indruk te geven wat een dergelijk buiten zoal kon bevatten volgt hier een opsomming wat zoal met de verkoop van het buiten in 1649 werd meeverkocht. Onder de koop voor een bedrag van ƒ 8.250,- was begrepen: 'de behangsels in verscheijde camers, ledikanten, taefelcleen, uijttreckende taefels, wagheschottens kassen (wagenschot = rechtdradig en gladde dunne eiken planken gezaagd uit over de volle lengte gekloofde stukken), bedtsteden, een speeljachtge, brandinge (= brandstof), misse (= mest), thuyngereedschap, haertijsers, bottelarijplancken, bier ende wijnstellingen'.

 

Vondelstraat

Oost (1931)

 

Joost van den Vondel (1587 - 1679), Nederlands dichter. Geboren te Keulen; kwam met zijn ouders al vroeg naar Amsterdam. Na zijn huwelijk in 1610 zette hij een kousenwinkel op. Zijn vrouw Maria deed de nering, haar man was dichter. Hij besefte dat hij te kort kwam in kennis en leerde Latijn, naderhand ook Italiaans en Grieks. In 1641 ging hij over naar de r.-k. kerk. In 1653 werd hij met een lauwerkrans gehuldigd in de Amsterdamse St. Joris Doelen door een groot aantal dichters en schilders. Begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Schreef ook een groot aantal treurspelen waaronder 'Lucifer' en 'Gijsbrecht van Aemstel' (1637 - ter gelegenheid van de opening van de Amsterdamse Schouwburg).

 

Voorhofstraat

Centrum (1885)

 

Deze straat, genoemd naar de boerderij 'Het Voorhoff' was in begin 1600 een uitpad van vier voet en zes duim breed, dat liep naar de scheepmakerij van Dirck Ariëns van Eysbergen, die in 1645 een leen werd van huize 'De Werve'. In het begin van de 17e eeuw was boerderij 'Het Voorhoff' 'bestaande uit een wooninghe ende twee en een half mergen landt, met de huysinge, schuyren, bargen, potinge ende beplantinge' eigendom van Walraven Maertenszn. In 1645 kocht François van Halewijn de boerderij en werd het een onsterfelijk erfleen. François gaf het in leen aan de secretaris van Voorburg Jacob van Leeuwen. Van Leeuwen moest hier jaarlijks een erfpacht voor betalen van ƒ 4,- of een 'goet gras lam'. In 1826 was de bijbehorende Orangerie en boerderij verdwenen en kreeg het huis op de hoek van de Voorhofstraat en de Herenstraat de naam 'De Voorhof'. In later tijd is het huis in drie stukken verdeeld, te weten: Herenstraat 132, 134 en 136.

 

Vossenburgstraat

Centrum (1927)

 

Uit welk jaar 'Vossenburch' dateert is niet bekend, wel dat dit juweel reeds in 1502 wordt genoemd in het bekende Memorieboek van Voorburg. In dat jaar treffen we de aantekening aan dat het Onze-Lieve-Vrouwengilde van Voorburg recht heeft op jaarlijks 'twe scellinghen staende op Vosseburch, zyn betaelt in tyden van meester Jan van Pellanen, pastoir van deser kercke was' De naamgeving houdt waarschijnlijk verband met een geslacht van Goudse burgemeesters, ook Vossenburch genaamd, die hetzelfde familiewapen bezaten, zoals het thans nog op de voorgevel van het huis prijkt. Ruim drie eeuwen lang waren er smeden in het huis gevestigd. 'Vossenburch' is zonder enige twijfel, zo niet het mooiste, dan toch zeker het oudste huis dat in de Herenstraat bewaard is gebleven.

 

Park Vronesteijn

Oost (1921)

 

Genoemd naar de voormalige buitenplaats 'Buitenrust' dat door de eigenaar in 1870 werd omgedoopt in 'Nieuw-Vronesteyn'. Adrianus Johannes Baesjou was heer van de ambachtsheerlijkheid 'Vronesteyn' bij Jutphaas. Na aankoop in 1870 voegde Adrianus Baesjou aan zijn familienaam ook de vermelding 'van Vronesteyn' toe. Baesjou van Vronesteyn was van 1867 tot 1883 raadslid, waarvan vanaf 1875 ook wethouder. Hij overleed op 15 december 1883. Rond 1914 stelde de weduwe van Johannes Hubertus de Kuyper (van de Schiedamse firma Johannes de Kuyper & Co): mevrouw Christina C. de Kuyper-van Donselaar het buiten ter beschikking van Belgische vluchtelingen ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog. Zie ook Bucaillestraat en Buitenrustplein.

 

Vrijburgstraat

West (1904)

 

Het eens zo romantische kasteel 'Huys te Vrijburgh' was gelegen tussen de Delflandse school aan de Soomerluststraat en de spoorlijn richting Gouda. Het kasteel dat waarschijnlijk rond 1729 werd gebouwd is geen lang leven beschoren geweest, want rond 1795 werd het al weer afgebroken. Uit de wisselvalligheden rond dit kasteel blijkt dat ook regelrechte schandalen het Dorp aan de Vliet niet bespaard zijn gebleven. De eigenaar, die het schitterende kasteel heeft laten slopen, was een zekere mr. Samuel Anthony Gertner. Deze Gertner was onder vrij verdachte omstandigheden gekozen tot secretaris van het ambacht van Voorburg. Al snel na zijn benoeming kwam men er achter dat de secretaris zich aan menige frauduleuze handeling had schuldig gemaakt. Dit varieerde van het verduisteren van voor de aankoop van effecten ontvangen gelden, tot het niet afdragen van de toen zo genoemde verpondingsgelden. En dat ging om niet onaanzienlijke bedragen. Na een druk ambtelijk verkeer tussen het dorpsbestuur en het Provinciaal Bestuur werd uiteindelijk een minnelijke schikking getroffen tussen de blijkbaar zeer geslepen ex-secretaris en het dorpsbestuur van Voorburg. Ten slotte gaf Gertner alle opgevraagde papieren van de geheven belastingen aan het rechthebbende bestuur terug, maar de notulen van de vergaderingen, waaraan behalve Gertner ook de inmiddels ex-schout mr. Johan Anthony Schiefbaan hadden deelgenomen, ontbreken tot op de dag van vandaag in het gemeentearchief van Voorburg.

 

Vijverhof

Oost (1926)

Straat met een vast achtervoegsel.

 

Gebouwd rond een omstreeks 1925/1926 gegraven vijver, na een gedeeltelijke drooglegging en omlegging van de loop van de Broeksloot.

 

W

Top

Waalhofflaan

Van Warmontstraat

Van Wassenaerstraat

Van Wassenaer Hoffmannplein

Van de Wateringelaan

Watertorenlaan

Van Watervlietstraat

Wedde

Park de Werve

Van de Wervestraat

Westeinde

Westenburgstraat

Westerlookade

Weverslaan

Wielemakersslop

Wilgendreef

Koningin Wilhelminalaan

Koningin Wilhelminaplein

Willemstraat

Willem de Bijelaan

Willem Klooslaan

Willem Kloosplein

Willem de Nobelaerlaan

Van Winoxbergestraat

Woelwijkstraat

Van Woudekade

Wijkerlaan

 

Waalhofflaan

Oost (1925)

 

'Waalhoff' is de benaming voor wederom een buitenplaats, voorheen 'Agteroff' geheten, gelegen aan de Achterweg, strekkende uit de Broeksloot tot aan de Vliet toe. De eerste vermelding van dit buiten vinden wij in 1713. Als in 1738 de eigendom van 'Agteroff' in handen komt van een zekere Johan de Waal jr., Commissaris van de Monsteringen, wordt het buiten omgedoopt tot 'Waalhoff'. Ook dit buiten is geen lang leven beschoren geweest, want reeds in 1782 wordt melding gemaakt van het feit dat het buiten is 'gedemolieert' oftewel afgebroken.

 

Van Warmontstraat

Noord-oud (1926)

 

De titel van Warmond of Warmont behoort bij een aantal eigenaren van huize 'De Werve' of 'Klein Matenes'. De naam wordt vermeld in 1553 als behorend bij Marie Vrouwe van Matenesse en van Warmont, Woude en Alkemade. Zij was weduwe van ridder Jan van Duvenvoirde, Raad van het Hof van Holland. De titel heer of vrouw van 'Van Warmont' is, met 'Van Woude' en dat van 'Van Alkemade' door aanhuwelijking bij die van 'Van Duvenvoirde' gevoegd.

 

Van Wassenaerstraat

(Noord-oud)

 

Blijkens een oorkonde, gedateerd 12 februari 1404, verleende Graaf Willem van Beijeren, de leensovergang van de heerlijkheid Voorburg aan de Heer Philips van Wassenaer, burggraaf van Leiden. De heerlijkheid Voorburg blijft tot 6 februari 1616 in het bezit van de Van Wassenaers. Op dat moment draagt Vrouwe Maria de Melem, Prinses van Ligne en het H. Rijk, Vrouwe van Wasssenaer, de ambachtsheerlijkheid Voorburg over aan de heer Johan van Lodensteijn, op dat moment oud-burgemeester van de stad Delft, waarbij deze de nieuwe ambachtsheer wordt. De ambachtsheerlijkheid blijft in handen van de stad Delft tot 9 oktober 1828.

 

Van Wassenaer Hoffmannplein

Centrum (1989)

 

De dochter van het echtpaar Marie Hoffmann en Cornelia Adriana Groen van Prinsterer: Jacqueline Adriana Henriette Hoffmann (1827-1889), bewoonde met haar echtgenoot Otto baron van Wassenaer van Catwijck (1823-1887) vele jaren de buitenplaats 'Vreugd en Rust'. Vanuit dit buiten, dat tevens als gemeentesecretarie fungeerde, 'regeerde' baron van Wassenaer van Catwijck ook Voorburg, waarvan hij vanaf 1 januari 1856 tot 1 november 1859 op tamelijk patriarchale wijze burgemeester was. Baronesse Van Wassenaer-Hoffmann heeft door aanzienlijke schenkingen veel bijgedragen aan de stichting en instandhouding van christelijke scholen: met name de Sophia-kleuterschool en de lagere school die haar naam zou dragen: de Van Wassenaer-Hoffmannschool, aan de Parkweg, die later werd verplaatst naar de Rozenboomlaan. De naam 'Van Wassenaer-Hoffmann' was als naam verloren gegaan door de opheffing van de school aan de Rozenboomlaan, maar weer in ere hersteld door de naamgeving aan het plein van de voormalige remise van de roemruchte 'Blauwe Tram' aan het begin van de Parkweg, naast de voormalige school.

 

Van de Wateringelaan

Noord-oud (1924)

 

Deze oorspronkelijk als Van de Wateringestraat vastgelegde, doch later tot Van de Wateringelaan omgedoopte laan is vernoemd naar telgen uit het geslacht Van de(r) Wateringe. De roemruchte overtocht of overtoom van Voorburg, het recht om schepen met een sleephelling over de dam te trekken bij gebreke van schutsluizen, kwam blijkens een oorkonde van 22 mei 1429 in handen van een lid van het geslacht Van de(r) Wateringe. Jonkvrouwe "Willem" van der Wateringe, Jansdochter, Vrouwe van Egmond en echtgenote van Willem van Naeltwijck, draagt het recht van overtocht in leen op aan Jacoba van Beijeren, gravin van Holland.

 

Watertorenlaan

West - 1998

 

Oudere Voorburgers weten het zich ongetwijfeld nog te herinneren: de markante 29 meter hoge watertoren aan het begin van het Westeinde. De toren was gelegen op de grond van wat nu zes eengezinswoningen zijn, op de huisnummers 42 tot en met 48B. Rond 1897 ontwikkelde de toenmalige Voorburgsche Waterleiding-maatschappij het plan om ten behoeve van de drinkwatervoorziening in Voorburg en Rijswijk -buiten andere installaties- ook een bakstenen watertoren te laten bouwen. Voor de waterzuiveringsinstallaties werd gekozen voor een terrein aan de Loolaan, ongeveer op de plek van de huidige Dalton-Vatel-scholengemeenschap, voor de watertoren werd gekozen voor het begin van het Westeinde, omdat die locatie het ook toestond aan Rijswijk water te leveren. In 1898 kwam de bakstenen watertoren uit de steigers en heeft daar tot 1961 als zodanig dienst gedaan. In 1961, toen men overging tot het betrekken van drinkwater uit de Haagse Ringleiding, werd de watertoren buiten bedrijf gesteld. Om schade aan de omliggende bebouwing te voorkomen, werd in 1966 de toren door één man, zittend en rondschuivend langs de overgebleven torenrand, steen voor steen afgebroken. Vaak werd daarna de vraag gesteld waar nu toch de 'burcht van Voorburg' was gebleven. En die vraag was zo vreemd nog niet als je de vorm van de toren vergelijkt met die in het wapen van Voorburg.

 

Van Watervlietstraat

Noord-oud (1956)

 

François van Halewijn, heer van Watervliet en Horvette kocht op 13 november 1641 het kasteel 'De Werve' te Voorburg. François was geboren in Vlaanderen, waar zijn vader, ook François geheten, op 20 februari 1595 door koning Philips II tot ridder was geslagen. In 1649 huwde hij met Margaretha Maria Roussel, wier vader onder meer Seigneur de Horvette was. François van Halewijn jr. was Raad van Mechelen. De zerk op het dubbele graf van het echtpaar Van Halewijn-Roussel in de Oude Kerk te Voorburg behoort tot een der mooiste uit die kerk. De beide grafstenen die ieder zo'n 3000 kg. wegen, zijn in de Franse tijd gespaard gebleven van verminking, omdat... ze waren afgedekt met een laag cement. In 1907 kwam men door een toeval tot de ontdekking hiervan, omdat men klaagde over tocht door kieren in de vloer. Men ging graven, ontdekte de grafstenen, verwijderde omzichtig de cementlaag en zodoende kwamen twee volkomen gave grafzerken tevoorschijn. Zie ook Van Halewijnlaan.

 

Wedde

Sijtwende (2000)

 

Een wedde is de term voor een doorwaadbare plaats, soms ook wel gebruikt in de betekenis van 'drinkplaats'. Dit woord past geheel in de rij van specifieke termen, die allemaal ontleend zijn aan de veelal drassige landen, waarvan Sijtwende deel uitmaakt.

 

Park de Werve

Noord-oud (1935)

 

De oudste gegevens aangaande het huis en het geslacht 'de Werve' vinden wij in een charter van 1297 waarbij Floris V (1256 -1296) Hubrecht, heer van de Werve beleent met het goed 'te Werve'. Dit geslacht schijnt een jongere tak van de Rijswijkse heren van die naam te zijn geweest. Zo ontstonden de heren Van Werve, die sedertdien de heerlijkheid bij hun eigen naam voegden en het bijvererving tot in de 19e eeuw bezaten.

 

Van de Wervestraat

Noord-oud (1926)

 

De oudste gegevens aangaande het huis en het geslacht 'de Werve' vinden wij in een charter van 1297 waarbij Floris V (1256 -1296) Hubrecht, heer van de Werve beleend met het goed 'te Werve'. Dit geslacht schijnt een jongere tak van de Rijswijkse heren van die naam te zijn geweest. De familienaam 'de Werve' sterft in mannelijke lijn omstreeks 1466 uit; het erfgoed komt dan bij een dochter Machteld van Mathenesse, die zich met recht vrouwe van de Werve èn van Mathenesse mag noemen.

 

Westeinde

West (1886)

 

De benaming 'Westeinde' komt pas in de tijd van Huijgens in zwang; tot die tijd worden zowel het Westeinde als het Oosteinde, die immers aan beide uiteinden de verlengden vormen van de Herenstraat, de 'Heerstraat of 'Heereweg' genoemd. Belangwekkend hierbij is te vermelden dat onze voorvaderen in de weergave van geografische gegevens de kustlijn nagenoeg horizontaal op het kaartenmateriaal afbeeldde. Dat heeft tot gevolg bij oude benamingen er sprake is van een afwijkende oriëntatie in dezelfde richting. Dat had tot gevolg dat wat noord wordt genoemd in feite noordwest is, noordwest wat west is, west wat zuidwest is, enz. In feite is wat wij het 'Westeinde' noemen eerder het 'Zuideinde' of nog zuiverder het 'Zuidwesteinde' en het 'Oosteinde', het 'Noordeinde' of 'Noordoosteinde'.

 

Westenburgstraat

West (1930)

 

'Westenburgh', een buitentje aan de Haagse Trekvliet gelegen, was tot de gemeentelijke grenswijziging met Rijswijk in 1834 Voorburgs grondgebied. In 1632 opgericht door dr. Henricus del Moll, een bekend Voorburgs geneesheer. Het buiten kreeg, nadat het in handen kwam van een zekere Johan Anthony Quirijn van den Kerckhoff, na 1684, de naam 'Westenburgh'. In 1890 kreeg dr. F.E. Mouton, directeur van de Haagse Margarineboterfabriek het pand in handen en deze kreeg toestemming om in de tuin van het buiten een fabriek voor kunstboter op te richten. Na de margarinefabriek kwam er een conservenfabriek, die tijdens de Eerste Wereldoorlog ook nog worst ging maken. Omwonenden hadden van de ondraaglijke luchtverspreiding behoorlijk last, hetgeen er toe heeft geleid dat zowel fabriek als buitenplaats in 1930 werden gesloten en alles werd afgebroken.

 

Westerlookade

Oost (1927)

 

De boerderij 'Westerloo' met herenhuis maakte met 'Zuiderloo' ofwel 'De Eenhoorn' en 'Oosterloo' deel uit van het omvangrijke bezit behorende bij 'De Groote Loo'. Deze boerderijen waren allen gelegen aan de Broeksloot, tussen de Broeksloot en de Achterwegh, thans Parkweg. Reeds in de 13e, 14e en 15e eeuw wordt er melding van gemaakt als behorende bij de uitgestrekte eigendommen van de Heren van De Werve. Op de kaart van Nicolaas Cruquius uit 1712 staan al deze eigendommen vermeld. Wanneer de boerderij z'n naam heeft gekregen is niet bekend. Waarschijnlijk moet dat tussen 1658 en 1712 zijn. Na 1923 zijn zowel de boerderij als het fraaie herenhuis afgebroken om plaats te maken voor woningbouw.

 

Weverslaan

Oost (onbekend)

 

De Weversstraat, lang geleden op verzoek van bewoners omgedoopt in het deftiger klinkende Weverslaan, is naar alle waarschijnlijkheid vernoemd naar de blekerijen die de lakenwevers ter plekke zouden hebben gehad.

 

Wielemakersslop

Centrum (1973)

 

In 1973, nadat 't huis 'Vossenburch' was gerestaureerd, heeft het gemeentebestuur besloten de tot dan toe geheten 'Kerkhofstraat' weer de oude naam van Wielemakersslop te geven. Wel werd nog geageerd tegen het achtervoegsel 'slop', maar de historische achtergrond van deze straatnaam heeft uiteindelijk gewonnen. In de vorige eeuw heeft het straatje ook nog een tijdlang 'Burenslop' geheten, maar de naam 'Wielemakersslop' had de oudste papieren.

 

Wilgendreef

Essesteijn (1972)

 

Straat met een vast achtervoegsel. De wilg is een loofboom met smalle, lancetvormige bladeren met korte bladsteel. De bloeiwijze is in katjes. Het hout is buigzaam en weinig duurzaam. Het wordt gebruikt voor rijshout, zinkstukken, hoepels, klompen en triplex. De groeit van sommige wilgen kan meer dan 2 meter per jaar bedragen. Enkele namen: grauwe wilg, katwilg, schietwilg.

 

Koningin Wilhelminalaan

Noord-oud (1907)

 

Wilhelmina Helena Pauline Maria, ('s-Gravenhage 1880 - Apeldoorn 1962) koningin der Nederlanden. Zij was een dochter uit het -tweede- huwelijk van koning Willem III met prinses Emma van Waldeck-Pyrmont. Huwde op 7 februari 1901 met prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Uit dit huwelijk werd op 30 april 1909 prinses Juliana geboren. Koningin Wilhelmina regeerde vanaf 1898 tot 1948. Zij overleed op 82-jarige leeftijd op 27 november 1962 te Apeldoorn. Deze laan werd gedurende de oorlogstijd op last van de bezetters omgedoopt in Admiraal de Ruyterlaan. Voor de naamgeving in 1907 werd deze laan aangeduid als 'Nieuwe Weg'.

 

Koningin Wilhelminaplein

Noord-oud (1907)

 

Op last van de bezetters uit de Tweede Wereldoorlog werd het nu niet meer bestaande Koningin Wilhelminaplein omgedoopt in Willem de Zwijgerlaan. Na de oorlog ging het weer gewoon Koningin Wilhelminaplein heten, totdat, door de bouw van de Utrechtse Baan ook dit plein verdween. De naam verdween echter niet, want de Koningin Wilhelminalaan bestaat nog steeds.

Zie ook: Koningin Wilhelminalaan

 

Willemstraat

West (1897)

 

Koning Willem III (1817 - 1890), koning der Nederlanden van 1849 tot 1890, huwde op 16 juni 1839 met Sophie, prinses van Würtemberg (1818 - 1877) en op 7 januari 1879 met koningin Emma, prinses van Waldeck-Pyrmont (1858 - 1934). Uit zijn eerste huwelijk werden drie zoons geboren: Willem (Wiwill: op 28-jarige leeftijd overleden), Maurits (op 6-jarige leeftijd overleden) en Alexander (op 32-jarige leeftijd overleden). Uit zijn tweede huwelijk werd in 1880 een dochter geboren, de latere koningin Wilhelmina.

 

Willem de Bijelaan

Noord-oud (1956)

 

Omstreeks 1597 werd de ridderhofstede 'De Werve', ook wel 'Klein Matenes' genoemd, bewoond door een zekere Magdalena Moons, die na de dood van haar minnaar: Don Francisco de Valdez, de belegeraar van Leiden, met Jhr. Willem de Bije was getrouwd. De overlevering wil, dat Magdalena grote invloed heeft gehad op haar geliefde en dat het eigenlijk aan haar te danken is, dat de stad Leiden niet bestormd werd door de Spanjolen. Wat hiervan waar is valt intussen moeilijk te achterhalen. Vast staat wel dat in het kohier van verpondingen rond 1600 de naam van 'Capiteyn de Bye' voorkomt als bewoner van "'t huys van de Werve, genaempt Matenes". Na het overlijden van kapitein jonkheer Willem de Bije huwde Magdalena nogmaals en wel met de eigenaar van 'De Werve' jonkheer Joriaan Warner van Lennip. Een in 1963 voorgestelde verandering van Willem de Bijelaan in Henry Dunantlaan heeft geen doorgang gevonden.

 

Willem Klooslaan

Noord-nieuw (1951)

 

Willem Kloos (1859-1938) is lange tijd beschouwd als de belangrijkste dichter van de zogeheten Tachtigers. Zijn betekenis als dichter en als criticus beperkt zich echter tot het eerste decennium van zijn creativiteit. Daarna is hij een zichzelf herhalende poëziebeschouwer en een vermoeiende-achter-elkaar-schrijver en dichter. Mede-Tachtigers noemen hem spottend: "Mijnheer Kloos, die al vijftig jaar zijn eigen weduwe is". Toch heeft hij ook goede gedichten geschreven zoals in 1894 met de bekende zinnen als: 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten. De boomen dorren in het laat seizoen. Ik ween om bloemen in den knop gebroken' Kloos meende zijn frustraties, veroorzaakt door homofilie te moeten verbergen achter drankzucht.

 

Willem Kloosplein

Noord-nieuw (1951)

Zie Willem Klooslaan

 

Willem de Nobelaerlaan

't Loo (1960)

 

Omstreeks 1650 wordt de naam van Jonkheer Willem de Nobelaer, Heer van Kerckwerve en van Den Binckhorst als eigenaar vermeld van gronden waarop later de buitenplaats 'Eemwijk' werd aangelegd. Door 'aanhuwelijking' kwam ook in 1678 het kasteel 'De Werve' in handen van Willem de Nobelaer, zwager van Jacob Snouckaert. Behalve de reeds genoemde titels was Willem ook nog Vrijheer van Clinckerlant en Ambachtsheer van Uitwijck.

 

Van Winoxbergestraat

Nood-oud (1926)

 

Op 13 januri 1527 verkreeg jonkheer Henrick van Heurne, Burggraaf van Sinte Winxberge en Heer van Gaesbeke, door het overlijden van zijn moeder Barbara van Montfoort en Vrouwe van Gaesbeke de rechten op de overtocht of overtoom van Voorburg. Zoals hiervoor reeds eerder vermeld moesten de schepen in de Vliet bij het ontbreken van schutsluizen met lieren over land getrokken worden naar een hoger respectievelijk lager gelegen gedeelte van de Vliet. Het recht op deze overtocht of overtoom was eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten voor de -adellijke- rechthebbenden.

 

Woelwijkstraat

Oost (1926)

 

De oude boerderij 'Woelwijk' gelegen aan het Oosteinde, wordt in eerste aanleg omstreeks 1640 genoemd. Het heette toen nog geen 'Woelwijk', want die naam ontving de boerderij pas na 1824, vanwege de grote kinderschaar die tot het gezin van Johannes Hooymans hoorde. Deze Johannes liet de oude bouwmanswoning afbreken en bouwde er nu nog bestaande herenhuis. Het herenhuis werd vaak verhuurd. Zo woonde er rond 1912 de bekende cabaretier Jean Louis Pisuisse, die gehuwd was met de cabaretière en toneelspeelster Fie Carelse. Heden ten dage wordt het huis nog steeds bewoond door een lid van het geslacht Hooymans.

 

Van Woudekade

Noord-oud (1926)

 

Philips van Mathenesse, gehuwd met jonkvrouw Marie vrouwe van Warmond, Woude en Alkemade, erft in 1466, de ridderhofstede 'De Werve' -ook wel 'Klein Mathenesse' genoemd- van zijn vader. Jonkvrouw Maria van Woude, dochter van Jan van Woude, heer van Warmond, sterft na een kortstondig huwelijk. Waarschijnlijk stierf zij bij de geboorte van hun enige dochter Marie, die in 1504 huwde met mr. Jan van Duvenvoirde, ridder en raad van het Hof van Holland. Philips van Mathenesse ziet na het vroege overlijden van zijn echtgenote het wereldse leven niet meer zitten, trekt daarop naar Rome, treedt als monnik in bij de Benedictijnen en wordt in 1492 hier te lande weer gesignaleerd als Benedictijner monnik in het door zijn schoonvader Jan van Woude in 1413 gestichte Cisterciënzerklooster St. Mariënhaven te Warmond. Daar verblijft hij tot aan zijn overlijden in 1533. Met de naam 'Van Woude' wordt in dit kader bedoeld: Esselikerwoude, het latere Woubrugge.

 

Wijkerlaan

Oost (1886)

 

De straatnaam 'Wijkerlaan' houdt ten nauwste verband met de brug van die naam over de Vliet. Reeds in het 'Memoriboec van Voirburch', dat voornamelijk in de 15e en 16e eeuw werd bijgehouden, wordt het bestaan van de 'Wykelbregge', 'Wijkelbregge' of 'Wyckbrugge' genoemd. Vorige eeuw en ook nog tot halverwege deze eeuw kreeg de Wijkerlaan en de Wijkerbrug vooral bekendheid door de aanwezigheid van de buitenplaats Opwijck', dat na afbraak van het oude huis en de bouw van een nieuw als logement en uitspanning 'De Wijkerbrug' een grote befaamdheid verwierf. De gebouwen die door de bezetters tijdens de tweede wereldoorlog danig verwaarloosd waren werden aan het eind van de veertiger jaren gesloopt.

 

Z

Top

Zegge

Zegtrustraat

Van Zegwaardstraat

Zuijderloostraat

Zwartelaan

Zwartepad

Zijdwindepad

 

Zegge

Sijtwende (2000)

 

Zegge, ook wel 'bent' genoemd is de benaming voor de lichte begroeiing van licht houtgewas, zoals wilgen, elzen en berken, alsook voor diverse grassoorten, vooral rietgras, een grassoort waar de boeren niet erg op gesteld waren.

 

Zegtrustraat

West (1930)

 

Van de oude buitenplaats 'Zegtrust' is weinig verder over dan de naam. De hofstede moet gelegen hebben aan de noordzijde van de Vliet en aan de zuidzijde van de Heereweg (= Westeinde). Als jaar van totstandkoming wordt genoemd 1682 toen een jonkheer Johan van Soutelande, op die plaats de hofstede die later de naam 'Zegtrust' kreeg, liet bouwen. In 1801 was de buitenplaats aan de Rotterdamse koopman Jan Viruly verkocht en was het buiten waarschijnlijst met een andere buitenplaats 'Zeldenrust' verenigd. Tot 1828 wordt nog melding gemaakt van 'Zeldenrust', maar van 'Zegtrust' wordt niets meer vernomen.

 

Van Zegwaardstraat

Voorburg noord (1956)

 

Genoemd naar Hermanus van Zegwaard (1800-1881), die van 1837 tot 1849 burgemeester was te Voorburg. Heeft veel voor Voorburg betekend, vooral tijdens de woelige jaren rond 1848. Riep onder meer via een circulaire de vermogende ingezetenen op om de minder vermogenden zoveel mogelijk werk te verschaffen, teneinde daarmede te voorkomen dat de orde en rust zouden worden verstoord. Mocht door een vernieuwing van de Gemeentewet niet langer èn burgemeester èn notaris blijven en koos uiteindelijk voor het laatste. Hermanus van Zegwaard werd geboren op 12 september 1800 te Katwijk-Binnen en overleed op 4 januari 1881 te Voorburg. Na zijn ambtsperiode als burgemeester woonde hij tot zijn overlijden aan de Herenstraat 50 op de hoek van de Vlietstraat.

 

Zuijderloostraat

Centrum (1947)

 

De Zuyderloostraat, voor 1947 de Heldenburger-dwarsstraat geheten, herinnert aan de boerderij van die naam. De boerderij 'Zuyderloo', voorheen 'Eenhoorn' geheten, was gelegen naast de Loolaan, de oprijlaan naar 'De Groote Loo'. Met 'Westerloo' en 'Oosterloo' maakte het deel uit van de vele bezittingen die bij 'De Groote Loo' hoorden. Opvallend bij het achterhalen van de geschiedenis van deze boerderij is ook de naam. Als op 29 maart 1697 mevrouw Laurentia van Nes de boerderij verkoopt voor het bedrag van ƒ 8.400,- draagt zij het over aan de familie Zuyderlo.

 

Zwartelaan

Centrum (1926)

 

Tot 1885 de Zwarteweg genoemd, werd de weg in 1886 veranderd in Laan van Nieuw Oosteinde en in 1926 weer tot Zwartelaan omgedoopt. Interessanter dan die naamsveranderingen is wel het feit dat aan diezelfde Zwartelaan in de tachtiger jaren van de vorige eeuw een zeer opmerkelijk man woonde in een welhaast even opmerkelijk huis: Lodewijk Cornelis Enthoven, eigenaar van een Pletterij van die naam te 's-Gravenhage. Van Enthoven was een zeer vermogend man en bovendien gehuwd met een eveneens schatrijke vrouw. Hij behield het kapitaal echter niet alleen voor zichzelf, maar liet daar ook ruimschoots de minderbedeelden in delen. Kunstzinnig als hij zelf was, waren het vooral kunstenaars die hierin mochten delen. De meest bekende van die kunstenaars is ongetwijfeld geworden Vincent van Gogh, "Vint de man zonder cent", zoals de filantroop Van Enthoven hem noemde. Vincent heeft verscheidene malen in het huis aan de Zwartelaan mogen logeren en mocht gebruik maken van het schildersatelier dat Van Enthoven boven de aan zijn huis aangebouwde muziekkamer had ingericht. Toen in 1884 de toen nog niet beroemde schilder bij zijn mecenas op de zolderkamer zat te schilderen durfde het personeel de niet al te beminnelijke en als een vagebond er uit ziende Vincent niet van zijn natje en droogje te voorzien. Lodewijk besloot het zelf te doen en zag tot zijn grote verbazing dat Vincent zijn 'kop' aan het schilderen was. Hij was weliswaar bevriend met de schilder, maar wilde onder geen enkel beding daarmee hoe dan ook op de voorgrond treden. Lodewijk ontstak in hevige woede en smeet de meegebrachte koffie over het doek, waarmee het hele werk van Van Gogh bedorven werd. Deze ruzie en nog meerdere belette Van Enthoven overigens niet om Van Gogh te blijven steunen. Wat er precies verder tussen de beide mannen gebeurd is zal wel nooit bekend worden, maar de vriendschap was vooral van de kant van Van Enthoven bekoeld. Vincent bleef echter van Frankrijk uit vele schetsen en rollen met schilderijen naar Voorburg sturen en die borg Van Enthoven ongezien op..... in een wildmand. Zo'n mand, die vroeger bij de jacht werd gebruikt om het geschoten wild in op te bergen. Vincent stierf in 1890; zijn weldoener in 1920. De erfgenamen zagen niet veel in de in hun ogen vaak sombere schilderijen van de kunstenaar en verkochten alle doeken op een Amsterdamse veiling voor ruim twee miljoen gulden. Toen de wildmand tevoorschijn kwam werd deze, nog steeds wat zijn inhoud betreft onbekeken, in de tuin gezet en......verbrand !

 

Zwartepad

Centrum (1956)

Zie Zwartelaan

 

Zijdwindepad

Sijtwende (2000)

 

De term 'Zijdwinde', 'Zijdwende', Sijdtwindt' wordt al eeuwen lang gebruikt voor een weg of waterweg dat twee delen land van elkaar moet scheiden. Ook komen we de term 'Houvensijtwindt' tegen, waarmee blijkbaar weer een stuk land met inliggende 'houven' of hoeven wordt bedoeld. Duidelijker is echter de tweede benaming die van 'Lantscheydinge' of gewoon Landscheiding. De hierbedoelde Landscheiding is de -aangelegde- weg die een scheiding aangeeft tussen vanouds de Hoogheemraadschappen Rijnland in het noorden en Delfland in het zuiden.

Top

Home